tv-recensieHaro Kraak

In Het Rotterdam Project laat Beau van Erven Dorens weer zijn zuivere intenties zien

null Beeld

‘Het publiek wil meer Beau’, sprak de spreekstalmeester resoluut terwijl Van Erven Dorens het podium opliep om de befaamde Gouden Televizier-Ring, een enorm blinkend gevaarte, om zijn vinger te schuiven. De publieksprijs voor beste programma van het jaar ging begin oktober met 52 procent van de stemmen naar Beau Five Days Inside.

Even daarvoor had Beau óók al de Zilveren Televizier-Ster voor de beste presentator in ontvangst genomen. Met een heerlijke speech over zijn bochtige carrière. ‘Alles was mislukt!’, riep hij blij. Beau wendde zich tot de jongste van zijn vier zonen, Jan, die dag 13 geworden. Wist Jan nog dat zijn vader door SBS 6 werd gedwongen mee te doen aan Sterren Dansen op het IJs en er genadeloos uitvloog?

Jan knikte. Nou, zei Beau: ‘Je vader heeft eindelijk wat gewonnen, jongen!’

Ja, Beau heeft het tij mee, en de goede golven blijven komen. Dinsdag begon op RTL 4 Het Rotterdam Project, een vervolg op The Amsterdam Project, dat in 2017 genomineerd werd voor de Zilveren Nipkowschijf omdat het een integere uitzondering was in een zee van uitbuitende en neppe hulppulp. En zo begon het, de Grote Herwaardering van Beau.

Het Rotterdam Project. Beeld RTL 4
Het Rotterdam Project.Beeld RTL 4

Het format is – op de verhuizing naar een andere stad na – onveranderd gebleven: vijf daklozen krijgen een pinpas met daarop 10 duizend euro. Ze worden enkele maanden gevolgd en gesteund in hun pogingen hun leven weer op de rit te krijgen.

De oprechte betrokkenheid van Beau is nu meteen weer duidelijk. Je merkt het aan de manier waarop hij een praatje maakt, niet meteen hengelen naar emoties, maar terloops informeren hoe het gaat, als vrienden onder elkaar.

Je merkt het ook aan de tijd die hij neemt. De eerste paar afleveringen zijn volledig gewijd aan het introduceren en overhalen van de daklozen om mee te doen. Ze worden niet direct in de molen van de hulp-tv gegooid, waar de positieve uitkomst al vooraf vaststaat.

In de bibliotheek ontmoette Beau Hilde, een ogenschijnlijk nette vrouw van 54 die hij een ‘atypische dakloze’ noemde. Hoe kon zij nou op straat belanden? ‘Ik ben een struisvogel’, zei Hilde. Nadat ze haar baan was kwijtgeraakt, had ze maandenlang de post niet geopend en mensen die aan de deur klopten genegeerd. Hulp wilde ze niet – te koppig, te trots.

Ook Stephany, met haar pasgeboren zoontje, had moeite hulp te accepteren. Toen Beau de pinpas tevoorschijn haalde, begon ze te huilen – het voelde niet goed. Uiteindelijk spraken ze af dat Stephany het geld voorlopig weigerde. Wederom een teken van zuivere intenties: het format is niet heilig en de kandidaten zijn geen pionnen in een spel, maar mensen die zelf beslissingen mogen maken.

Het is niet altijd fraai, wat de tv-kijker het liefst vreet, maar dat het publiek van alle Beaus die we hebben gezien precies van déze Beau geen genoeg kan krijgen is bemoedigend.

Meer over