tv-recensiearno haijtema

In ‘Het leven gaat niet altijd over tulpen’ zijn de successen maar zijlijnen in het verhaal dat draait om moeder Jolanda

null Beeld

De familie Schouten mag een voorbeeld heten van wat, enigszins generaliserend, de West-Friese mentaliteit typeert. Het bollenbedrijf Schouten floreert op de stugge zeeklei van Andijk. Wie daar opgroeit staat, met beide benen verankerd in de grond, beschikt over grote nuchterheid (behalve op de jaarlijkse kermis) en is gewend tegenslag met de kop in de schrale wind tegemoet te treden. Vertoon van grote emoties is op dat vlakke land niet per se een pre.

In haar docu Het leven gaat niet altijd over tulpen (maandag bij de EO) deelt regisseur Barbara Makkinga met de kijker de lotgevallen van het Andijkse gezin dat bestaat uit vader Klaas, moeder, twee zoons en twee dochters. Geen doorsnee gezin: zo is dochter Irene topschaatser (met olympisch succes, en bijbehorende wedstrijd- en trainingsverplichtingen). Zoon Simon schaatst eveneens: marathons. Ook werkt hij met zijn broer, Klaas junior, voor vader, wiens succesvolle tulpenbedrijf bijna uit zijn krachten groeit.

Dochter Irene en moeder Jolanda Schouten. Beeld
Dochter Irene en moeder Jolanda Schouten.

Mooie ingrediënten voor een film over succesvol ondernemen en het verwezenlijken van ambities, maar het zijn zijlijnen in het verhaal dat draait om moeder Jolanda. Die is, eind vijftig, getroffen door een hersenbloeding. Ze woont sindsdien in een zorgcentrum en revalideert. Elke minieme vordering wordt door de familie gevierd. Ze is afhankelijk van een rolstoel, communiceert moeilijk, maar maakt in de weekends volwaardig deel uit van het gezin. De oudste dochter, Catherine, neemt dan de meeste zorgtaken op zich.

Voor de camera ontrolt het dagelijks leven van de Schoutens zich ogenschijnlijk zoals het ook zou hebben gedaan wanneer Makkinga er niet was geweest. Ze stelt geen vragen, levert geen commentaar en laat de personages in hun waarde, waar die bij veel realityprogramma’s met een laag ironie worden besmeerd. Het is een aanpak die schrijnende en ontroerende momenten oplevert. Vooral in de gesprekken tussen de moeder en de andere gezinsleden.

Door haar hersenbeschadiging is Jolanda niet meer in staat tot een gesprek op gelijke voet met het gezin. Er komen, zo lijkt het, andere woorden uit haar mond dan die ze wil vormen. Soms is ze stellig in wat ze wil, vaak is het raden. De gezinsleden betrekken haar bij elk gesprek (ook de zakelijke), aanvaarden moeders dwarsigheid met ‘wat hou ik toch van je’ en ‘wat ben je toch een lieverd’. Het gezin poseert in het tulpenveld voor een familiefoto. Irene legt uit hoe moeder straks moet lachen, ‘kijk, je mondhoeken zo’, ze kijkt altijd zo ernstig. Als de fotograaf klikt zie je hoe ze er bijna in slaagt haar lippen te plooien.

Steeds aandoenlijk is ook Klaas. Zijn verdriet, dat zich uit in zwijgen. Zijn opgetogen blijheid, als hij Jolanda in het zorgcentrum na maanden lockdown weer in de armen mag sluiten. Net zo mooi als Irene die bij haar moeder in bed ligt en haar kalmpjes aait. Zo’n hoog-laagbed dat elk zorgcentrum typeert, de vermaledijde hedendaagse crucifix.

Meer over