Film

In het door paranoia voortgestuwde Nr. 10. lijkt Van Warmerdam volkomen bevrijd ★★★★☆

De regisseur laat in zijn tiende speelfilm allerlei facetten uit zijn oeuvre nog eens samenkomen.

Pierre Bokma (rechts) in Nr. 10. Beeld
Pierre Bokma (rechts) in Nr. 10.

Als er ooit een permanent Alex van Warmerdam-museum wordt ingericht, dan verdient het ‘Industriestraat’-bordje uit Nr. 10 een ereplekje, als objet trouvé. Het is een echt bordje, van een echte straat in IJmuiden. Daar aan de zuidkant van het Noordzeekanaal, waar een sliert achter rolluiken verscholen bedrijfjes hier en daar wordt doorbroken door een aftandse woning. Het is er kaal en winderig, het deel van de stad dat natuurlijker aandoet zonder menselijke activiteit.

Ooit bouwde Van Warmerdam een halve straat na, voor De Noorderlingen. Maar kennelijk kan hij ook zomaar stuiten op een passend decor voor zijn schepsels. Ja, denk je, zó wonen die Warmerdammiaanse mensen, als losse eenheden. Ze verenigen zich nog wel, als toneelgezelschap of gezin, maar elkaar verdragen of begrijpen doen ze niet.

Die titel, Nr. 10, zou je een werktitel kunnen noemen: het betreft Van Warmerdams tiende speelfilm, waarin allerlei facetten uit zijn oeuvre nog eens samenkomen. In interviews drong hij erop aan dat er vooraf zo min mogelijk mag worden verklapt, zelfs een volledige genreomschrijving gaat de cineast al te ver. Het volstaat om te melden dat Nr. 10 op een zeker moment een gedaantewisseling ondergaat, overgaat in iets heel anders.

Daar in die Industriestraat woont Günter (de Vlaming Tom Dewispelaere), die zijn dagen slijt als acteur in een stuk dat een voortzetting – of uitloop – lijkt van Van Warmerdams eerdere toneelwerk. Flarden ervan zien we, tijdens de repetities: mannen en vrouwen die samenkomen om te proosten op het overlijden van ene Angela Muller, ‘dat het ons allen ten goede mag komen!’ Ook is er een toneeldeur, die problemen oplevert voor de weinig tekstvaste acteur Marius (Pierre Bokma).

In droogkomisch stugge scènes met scherp uitgekerfde dialoog maken we (enigszins) kennis met het kribbig repeterende gezelschap, dat wordt aangestuurd door regisseur Karl (Hans Kesting). Die snoeit soms rücksichtslos in de tekst, of keert ineens de rolverdeling om, deels gedreven door persoonlijke motieven. Wie vraagt om ‘logica’ of ‘houvast’, wordt afgeblaft: ‘Is er niet!’ Karl is er net – heimelijk – van op de hoogte gesteld dat zijn vriendin Isabel (Anniek Pheifer) vreemdgaat met Günter, haar tegenspeler.

Het ongemak in de toneelruimte wordt ook buiten voorgezet: daar schaduwt Karl zijn acteur Günter, die naast zijn regisseur nog enkele achtervolgers kent. Er is meer aan de hand met Günter: de acteur maakt een Duitse katholieke orde onrustig, als hij in een interview met de krant onthult hoe hij ooit als klein kind in een Duits bos werd aangetroffen.

In de wonderlijke tweede helft kantelt het door paranoia voortgestuwde Nr. 10. en lijkt Van Warmerdam, anders dan zijn benarde personages, volkomen bevrijd. Filosofisch ook, zonder enig verlies aan humor. Hij kiepert álles naar buiten, in zijn tiende. Op naar nummer elf.

Nr. 10

Komedie

★★★★☆

Regie Alex van Warmerdam.

Met Tom de Wispelaere, Pierre Bokma, Liz Snoijink, Anniek Pheifer, Hans Kesting, Frieda Barnhard, Gene Bervoets.

100 min., in 70 zalen.

Meer over