Reportage

In het Belgische Hasselt zie je hoe sport en mode diep verweven zijn met elkaar

Sport en mode hebben al decennialang een gelukkig huwelijk. Net over de Belgische grens maakt het Modemuseum Hasselt er de tentoonstelling Activewear over, en vroeg twee topatleten als gastcuratoren.

Gastcuratoren Elodie Ouédraogo (rechts) en Olivia Borlée. Beeld Boumediene Belbachir
Gastcuratoren Elodie Ouédraogo (rechts) en Olivia Borlée.Beeld Boumediene Belbachir

Wat heeft België in tweevoud dat Nederland niet eens in enkelvoud heeft? Een modemuseum! Er is er één in Antwerpen, het Momu, dat momenteel wordt verbouwd maar bijna klaar is, en er is er één in hartje Hasselt, in Belgisch Limburg. Dat heet simpelweg Modemuseum Hasselt en is gewoon open voor bezoek. Ook voor bezoek dat niet zo gek veel heeft met mode, maar wel graag hoodies en sneakers draagt. Of joggingbroeken en andere rekbare gemakskleding. De nieuwe tentoonstelling Activewear gaat namelijk over waar mode en sport samenkomen. Extra interessant: de tentoonstelling werd medegecureerd door de Belgische voormalige olympische atleten Élodie Ouédraogo en Olivia Borlée.

Verrassend misschien, maar niet heel vergezocht: Ouédraogo en Borlée kwamen na hun afscheid van de topsport in de mode terecht. In 2016 richtten ze het sportmerk 42I54 op, vernoemd naar de tijd waarmee ze in 2008 met de estafetteploeg zilver wonnen op de Spelen in Peking. Hun prijswinnende kleding is opvallender dan die van andere sportmerken. Kleurrijker en luxer, en gekleed genoeg om er even mee naar een winkel of terras te gaan. In vakjargon wordt dit soort kleding athleisure genoemd, een porte-manteau van athletic en leisure (vrije tijd). Lekker zittend mooi spul dus, dat tijdens de lockdowns alleen nog maar populairder is geworden.

null Beeld Boumediene Belbachir
Beeld Boumediene Belbachir

Voordat ze met hun merk begonnen, deden Ouédraogo en Borlée eindeloos veel onderzoek naar de beste materialen en pasvormen. Die ervaring was een waardevolle aanvulling op de kennis van Eve Demoen, de vaste curator van het Modemuseum Hasselt. Demoen is behalve kunsthistoricus ook onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en gespecialiseerd in Belgische mode tussen 1870 en 1914. Om Nieuwe luxe, het eerste deel van de tentoonstelling, vorm te geven vroeg ze onder meer het Palais Galliera en Musée des Arts Décoratifs in Parijs, het Musée de la Mode in Marseille, het Antwerpse Momu en het Kunstmuseum in Den Haag om bruiklenen. Vervolgens werden die gecombineerd met stukken uit de eigen collectie.

Het leverde een puik begin van de expositie op, met stokoude tennisjurken, wandelpakken, redingotes en paardrijensembles. Ze maken duidelijk dat sportkleding halverwege de 19de eeuw, toen dames uit de betere kringen langzaamaan begonnen te sporten, nog veel weg had van de onpraktische, zware daagse dracht.

Met kleine stapjes werden die outfits praktischer: de rokken werden ietsje korter, er kwamen koordjes om de rok op te tillen en uiteindelijk – grote schande indertijd! – werd de broekrok uitgevonden. Met zo’n gesplitste rok konden sportieve dames comfortabel op hun fiets- of paardrijzadel zitten. Daarvoor werden er door vrijgevochten vrouwen, onder hun rokken weliswaar, al pofbroeken gedragen. Ze werden bloomers genoemd, naar de Amerikaanse suffragette Amelia Jenks Bloomer die er een droeg onder een knielange rok.

null Beeld Boumediene Belbachir
Beeld Boumediene Belbachir

Gevraagd naar welke stukken ze graag had gehad maar niet kon bemachtigen, moet Demoen toegeven dat het een trui of een ander tricotitem van Coco Chanel is. Alle historische stukken van de legendarische ontwerper staan momenteel opgesteld in een grote overzichtstentoonstelling in het Palais Galliera in Parijs en kunnen niet worden uitgeleend.

Gelukkig kon het Modemuseum een trui van tijdgenoot Jean Patou bemachtigen, die symbool staat voor de entree van de gebreide sweater van zijde of wol in de vrouwengarderobe. De trui was het allereerste stuk dat in één beweging over het hoofd kon worden aangetrokken, ideaal om in te skiën, golfen en tennissen.

Bij de mannen werden begin 19de eeuw de pakken losser, werd de dubbele knopenrij vervangen door een enkele en werden steekzakken toegevoegd. Een grote herenmodetrendsetter uit die tijd was de Britse koning Edward VII – Bertie voor intimi. De vorst was groot liefhebber van tweed knickerbockers, die hij had nageaapt van golfers.

Sportinvloeden in de mode bleken een blijvertje, zeker toen in de jaren dertig zonnebaden en zwemmen populair begonnen te worden en het tonen van een gespierd, gebronsd en gezond lichaam steeds meer werd geaccepteerd. Rugdecolletés in avondjurken werden allengs bloter en dieper. Na de wat ingetogener jaren veertig en vijftig werden in de jaren zestig de rokken korter dan ooit, en gingen broekjes die voorheen alleen bij sport of cabaret werden gedoogd de straat op onder de naam hotpants. Benen, armen en buiken mochten worden gezien, en avant-gardistische modeontwerpers als Pierre Cardin braken door met strakke kleren voor actieve vrouwen.

Jane Fonda Beeld Getty
Jane FondaBeeld Getty

Nog eens twintig jaar later werden onder aanvoering van sterren als Jane Fonda en Olivia Newton-John aerobics en fitness grote hits, en kregen sweaters, leggings, beenwarmers en hoofdbanden een plek in de garderobe van elke zichzelf respecterende hipster. Die bodyconscious-trend, waaraan veel rekbare stoffen te pas kwamen, werd in de jaren tachtig en negentig door bekende ontwerpers als Azzedine Alaïa, Gianni Versace en Thierry Mugler naar een hoger én breder plan getild, vooral Mugler maakte naam met schouderpartijen die niet hadden misstaan op het ijshockey- of rugbyveld.

Demoen, Ouédraogo en Borlée deden hun huiswerk en stelden in de zaal gewijd aan het sportieve lichaam ontwerpen op van al deze baanbrekers. De nauwgesloten jurken en jumpsuit zijn aangevuld met recenter werk van ontwerpers als Miuccia Prada, Jean Paul Gaultier en Thom Browne, die elk op hun eigen manier het lichaam vieren en versieren. Voor Belgische ontwerpers als Dirk Bikkembergs, Walter Van Beirendonck en Glenn Martens is uiteraard ook veel plek. Met name Martens, hoofdontwerper van het Franse label Y/Project en het Italiaanse denimlabel Diesel, is een grote favoriet van Borlée en Ouédraogo.

Y/Project x Canada Goose. Beeld
Y/Project x Canada Goose.

Er valt veel te zien in Hasselt, vanuit alle mogelijke invalshoeken. In de zaal die M/V/X is gedoopt wordt getoond hoe sportkleding de grenzen tussen de seksen heeft vervaagd. Sneakers, hoodies en trainingspakken worden immers door iedereen gedragen, mannelijk, vrouwelijk en alles daartussenin. Honderd jaar eerder was Coco Chanel een van de eersten die verlekkerd keek naar de rekbare tricots die mannen als onder- of sportkleding droegen, om ze vervolgens ook voor haar dameskleding te gebruiken.

Daarmee was het hek van de dam, en werden comfort en draagbaarheid steeds verder onderzocht – wat wordt getoond in de zaal Materie. Mooi voorbeeld: in 1948 won de Italiaanse atleet Ottavio Missoni met zijn team de hordeloop op de Olympische Spelen in Londen. De gebreide trainingspakken van zijn ploeg had Missoni zelf gefabriceerd. Ze vormden de basis voor modehuis Missoni, dat tot op de dag van vandaag bekendstaat om zijn knappe breisels. Elders in Italië knutselde Emilio Pucci aan het product Emilioform, een combinatie van zijde en nylon die hij gebruikte voor zijn skikleding.

Botter Beeld
Botter

De grootste stap naar een rekbare toekomst werd gezet toen de chemicus Joseph Shivers van het Amerikaanse bedrijf DuPont in 1959 elastaan ontwikkelde, beter bekend als lycra. In 1984 lukte het Azzedine Alaïa en collega-designer Marc Audibet in samenwerking met DuPont om lycra te weven in zijde en satijn: het begin van de superstrakkejurkentrend.

Mooi om te zien hoe alles in elkaar grijpt: technische vernieuwing en moderevoluties. Verhalen te over, kortom, en dan moet de zaal Sportcouture, gewijd aan door sport beïnvloede ontwerpers als Raf Simons, Miuccia Prada, Marine Serre en Rushemy Botter nog komen. Net als de zaal Supermarket of Style, over de wisselwerking tussen streetwear en mode, met werk van Rick Owens, Demna Gvasalia en Virgil Abloh. Een walhalla voor mode- en sneakerfreaks: er zijn 32 bijzondere paren te bezichtigen, voor een deel afkomstig uit Ouédraogo’s omvangrijke privécollectie. Opgesteld in gebaksvitrines. Om je vingers bij af te likken.

Moet je horen

Wie zich kan vinden in de humor van de besnorde Belgische grapjas Jeroom, de partner van Elodie Ouédraogo, kan zijn lol op met een speciale audiotour die door hem is ingesproken. Wat serieuzere bezoekers kunnen kiezen voor een audiotour van gastcuratoren Ouédraogo en Borlée zelf.

Meer over