WakkerlandsJan Kuitenbrouwer

In genderkwesties wacht de terf verwensingen, intimidatie en bedreiging

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week: Terf.

Laurel Hubbard is gewichtheffer in de categorie superzwaargewicht voor vrouwen, en werd onlangs geselecteerd voor de Olympische Spelen in Japan. Hubbard is een —> transvrouw. Zij is nu 43, tot haar 35ste leefde zij als man. Mannen zijn gemiddeld sterker dan vrouwen, dankzij grotere spieren en dichtere botten. Hubbard heeft dus een fysiek voordeel op ‘gewone’ vrouwelijke gewichtheffers. Het Olympisch Comité heeft deelname van atleten in hun transcategorie makkelijker gemaakt: je moet minstens vier jaar hetzelfde gender behouden en niet te veel testosteron in je bloed hebben. Dat laatste geldt ook voor ‘gewone’, —> cisgender vrouwen, zoals twee jonge atletes uit Namibië, Christine Mboma en Beatrice Masilingi, vorige week ondervonden, toen zij werden uitgesloten van de 400 meter hardlopen in Tokio.

De radicale transbeweging claimt het recht op volledig autonome genderkeuze: je bent wat je zegt, ook voor de wet. Met haar verruimde genderbeleid is het IOC daar dus deels in meegegaan, en er zijn meer overheden die hiertoe neigen. Niet iedereen is het hiermee eens.

Als een vrouwelijke competitie wordt opengesteld voor ex-mannen met kunstmatig lage testosteron, terwijl ‘echte’ vrouwen met een iets te hoge testosteron worden uitgesloten, is het speelveld dan nog wel waterpas? Het debat hierover, als je het zo mag noemen, verloopt vrij agressief en emotioneel. Het verschil tussen man en vrouw, dat is de biologische blauwdruk van het leven zelf, misschien verklaart dat de verhitheid der gemoederen. Cisvrouwelijke atleten die worden afgetroefd door transvrouwen, vrouwenclubs die geen zin hebben om ‘mannen’ toe te laten, feministen die het begrip ‘vrouw’ niet willen zien vervagen – hoe voorzichtig zij hun bedenkingen ook formuleren, de transbeweging vliegt ze nijdig naar de kuiten.

In 2019 twitterde de feminist Maya Forstater dat deelname van transvrouwen aan vrouwensport ‘oneerlijk en onveilig’ is en dat ‘mannen niet kunnen veranderen in vrouwen’. De transgenderbeweging stenigde haar op Twitter en de denktank waaraan zij verbonden was ontsloeg haar. J.K. Rowling, de auteur van Harry Potter, viel haar bij. Doe met je gender wat je wilt, schreef ze, allemaal prima, ‘maar mensen ontslaan omdat ze geloven dat sekse bestaat’? Direct werd ook Rowling het mikpunt van verwensingen, intimidatie en bedreiging. En (vergeefse) oproepen tot cancelling uiteraard.

Dat brengt ons bij het Wakkerlandse woord van de week. In het jargon van de transbeweging heten mensen als Forstater en Rowling ‘terf’, trans-exclusionary radical feminist (trans-uitsluitende radicale feminist).

‘Terf’ (of TERF) wordt in genderstudies gebruikt als quasi-neutrale aanduiding, maar is inmiddels geëvolueerd tot scheldwoord. De website Terf Is a Slur verzamelt voorbeelden van hoe (vermeende) terfs op internet worden geïntimideerd en bedreigd. Dolkmessen, bloeddoordrenkte T-shirts, strijdbijlen, machetes, al dan niet bebloed, honkbalknuppels, al dan niet in prikkeldraad gewikkeld, galgen, guillotines, roze kalashnikovs, zwarte kalashnikovs, het is alsof je door het poesiealbum van een Hells Angel bladert. Terfs zijn —> transfoob, transfobie is ‘geweld’ dat met geweld mag worden bestreden. Meisje (?) op Twitter, met versgeslepen jachtmes: ‘Fetch me a terf.’

De Engelse comédienne Mary Bourke wordt ook vaak voor ‘terf’ uitgescholden. Voor mensen die dat doen heeft zij haar eigen koosnaam bedacht: ‘smurf’: sexist misogyny, undermining real feminism.