BOEKENSpringtij

In de verzen van Tsead Bruinja klinken tbs’ers menselijk en oprecht

Tsead Bruinja: Springtij. Beeld Querido
Tsead Bruinja: Springtij.Beeld Querido

Geen ivoren toren, geen hermetische taal: als Dichter des Vaderlands wil Tsead Bruinja (1974) midden in de maatschappij staan. In zijn nieuwe bundel Springtij laat hij bewoners en behandelaars van tbs-kliniek de Pompestichting aan het woord. Anoniem, uiteraard: in de bundel heet iedereen ‘x’.

In Bruinja’s verzen klinken hun stemmen menselijk en oprecht. Hier en daar schemert door waarom ze ‘binnen’ zitten; vergoelijkend wordt het nergens. We lezen over de tbs’er die wil leren schilderen als Bob Ross, maar van de leiding niet met thinner mag werken (‘x zit niet voor brandstichting dus thinner zou best moeten kunnen/ volgens hem’). Over de behandelaar die zijn werk heeft ‘leren parkeren’, de tbs’er bij wie na de scheiding alles in het honderd liep. En over de rusteloze tbs’er die prachtig kan associëren: ‘plannen is net als rataplan ratten ze komen zo snel op de geur van kaas af/ dan val je in de val voor muisjes is het hetzelfde tegenwoordig speelt iedereen/ met muisjes achter de computer de nieuwe vogelkooi is mooi kanarie/ canarische eilanden blackbird allemaal zingen ze zo mooi hier’. Een passend afscheid van deze Dichter des Vaderlands. Op 21 januari wordt zijn opvolger bekendgemaakt.

Tsead Bruinja: Springtij. Querido; € 12,50.

Meer over