Boeken

In de verhalen van Hanna Bervoets is altijd méér aan de hand ★★★★☆

Prettig naturel en vaak met een lichte spot beschrijft Hanna Bervoets menselijke relaties in moderne tijden. In haar nieuwe verhalen­bundel komen die beter uit de verf dan in het – eindelijk verschenen – Boekenweekgeschenk.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

Als er in je buurt een koffiebar opent – zo een ‘waar crème brûlée een koffiesmaak is en ze 4,50 voor een kartonnen beker met thee vragen’ – dan weet je het: gentrificatie is hier. In het openingsverhaal van Een modern verlangen, de verhalenbundel van Hanna Bervoets (1984), worden de oorspronkelijke bewoners van een volksbuurt langzaam weggerenoveerd. De ‘nieuwelingen’ groeten nooit en hebben een ander soort honden. Geen boxers maar labradoodles.

Dure koffie, labradoodles en ook: likes op je post over je hamster, je dna checken voor je aan kinderen begint of je in een latex zeemeerminnenstaart wurmen. Het zijn de moderne verlangens die Bervoets in haar verhalen beschrijft. Ze lijken nogal specifiek (hoeveel mensen willen er nou zo’n zeemeerminnenstaart?), maar grijpen keer op keer terug naar een dieper en universeler verlangen, dat van alle tijden is: het verlangen naar controle. Controle over wie je bent, over hoe je je voelt, over je toekomst. Bervoets verstopt het motief achter een laagje van lullige alledaagsheid, want moderne verlangens leiden natuurlijk tot moderne problemen: trollen belagen het hamsterforum, prille relaties worden rucksichtslos beëindigd als er geen goede dna-match is en in zo’n zeemeerminnenstaart kom je hopeloos knel te zitten.

Hanna Bervoets: Een modern verlangen. Pluim; 240 pagina’s; € 21,99. ★★★★☆

Hanna Bervoets: Wat wij zagen. CPNB; 96 pagina’s; gratis bij besteding van ten minste € 15 aan Nederlandstalige boeken. ★★★☆☆

De tobberijtjes van haar personages zijn vaak op het komische af. In ‘Kerstmis in de ruimte I’ moet de mensheid naar een andere planeet worden geëvacueerd in zogeheten ‘pits’, kleine capsules waarin slechts vier passagiers passen. Met wie de veertien maanden durende reis wordt afgelegd moet iedereen zelf uitzoeken. Wat volgt, is een vermakelijk verslag van wie met wie gaat en waarom – ‘Olivia is inmiddels met Cornelia, Merediths zusje reist met haar vriend en zijn twee broers en haar beste vriendin is een zusje van Dorothea dus daar ga je’ – het is een koortsachtig sociaal geharrewar dat doet denken aan de onderhandelingen over wie naast wie zit in de bus tijdens schoolreisje. We lezen een aantal brieven van een vrouw die aan haar ex probeert uit te leggen waarom ze haar niet heeft uitgekozen als medepassagier. Pijnpunt is een kerstfeest waarbij de cadeautjes onder de boom oneerlijk verdeeld waren: ‘Wat tijd en geld betrof had ik een stuk meer geïnvesteerd.’ De ex riposteert nog: die fles whisky van haar was een heel dure geweest.

Gewone mensen met gewonemensenproblemen – ook al vergaat de wereld. Het komt in eerste instantie nogal banaal over. Maar tijdens het lezen krijg je steevast een unheimisch gevoel, een gevoel dat je vertelt dat er méér aan de hand is. En dat is telkens ook zo. Pas in de laatste regel van het kerstverhaal komt de ware angst aan de oppervlakte.

Ernst en ironie

Hoewel lichte spot in de meeste verhalen de boventoon voert, zijn er ook een paar serieuzere, ontdaan van alle ironie. Prachtig is ‘Waar onze moeder vroeger woonde’, over het meisje Sally dat dagelijks over de vloer komt bij een gastvrij islamitisch gezin. Ze is altijd welkom, er staat altijd een bord voor haar klaar. En dan doet Sally, op een lome zomerdag, iets gemeens, zomaar, bedwelmd als ze is door de hitte ‘of door de onnozele gedachteloosheid die verveling genereert’. Het heeft iets weg van de beroemde strandscène uit De vreemdeling van Camus, waarin Meursault de Arabier doodschiet. De daad, ook die van Sally, heeft grote gevolgen.

Het verhaal ‘Het gevoel’, over twee vriendinnen die na een noodlottige gebeurtenis uit elkaar groeien, is van hetzelfde kaliber. Geen grappen, niet de dystopische setting of beklemmende medische toestanden die veel andere verhalen tekenen, maar een serieus verhaal over vriendschap, hoe belangrijk die kan zijn, en hoe kwetsbaar. Ook mooi is dat het in zekere zin genderneutraal is. Het is – net als in wel meer verhalen – niet meteen duidelijk of de hoofdpersoon een man of een vrouw is en ook niet of het draait om vriendschap of liefde, of om iets hetero- dan wel homoseksueels. De onnadrukkelijkheid waarmee Bervoets relaties laat zijn wat ze zijn, is prettig naturel.

Steeds minder mens

Die relaties, de menselijke interactie, dát is uiteindelijk het verbindende thema van Een modern verlangen. De behoefte eraan, de problemen eromheen en soms de onmogelijkheid ervan. Een thema dat terugkeert in Wat wij zagen, Bervoets’ Boekenweekgeschenk, dat vanaf vandaag éíndelijk verkrijgbaar is. Het onlineplatform waarvoor hoofdpersonage Kayleigh werkt, draait op menselijke interactie, in extremis. Hoe meer mensen met elkaar in verbinding staan, elkaar bekijken, liken en becommentariëren, hoe beter.

Ondertussen leiden Kayleigh en haar collega’s amper een humaan bestaan. Ze maken lange dagen, moeten zich aan onnavolgbare richtlijnen houden en worden op onhaalbare productiviteit gecontroleerd door een streng systeem. Hun taak: beoordelen wat van het platform moet worden verwijderd. Filmpjes van tieners die zichzelf snijden, katten die uit het raam worden gegooid, complottheorieën en erger. Niet gek dat deze ‘content moderators’ in hun vrije tijd enigszins wanhopig aan elkaar klitten.

Een groot gedeelte van deze novelle draait om wat deze mensen met elkaar doen (dronken worden in een bar) en delen (niet veel, ze praten niet over gevoelens). Een echt gezicht krijgen de personages niet. Nooit krijg je de indruk dat het écht uitmaakt met wie Kayleigh aan de bar zit; de collega’s zijn inwisselbaar. En hoewel dat best een symptoom zou kunnen zijn van de sluipende wijze waarop iedereen bij het platform steeds minder mens wordt, blijft de beschrijving van hun doen en laten gewoon een beetje saai. ‘Hiervoor deed Souhaim freelance vertaalwerk, maar de klussen namen af’ en meer van dit soort info – het beklijft niet. Zelfs Sigrid, met wie Kayleigh een relatie krijgt, blijft niksig. ‘Mijn Sigrid’, zegt Kayleigh, maar de lezer voelt het niet.

Net zomin als de karakters spirit aan het verhaal geven, doet het reilen en zeilen bij het illustere platform dat. Je ziet hoe de schrijver alles met elkaar heeft willen verbinden: het fascinerende maar extreme werk, doordrenkt van leed en haat, wat dat met iemand doet, welke impact het op je wereldbeeld heeft, hoe het je relaties beïnvloedt – het zit er allemaal in, maar vormt een minder overtuigend geheel dan de veertien losse verhalen in Bervoets’ bundel doen.

null Beeld Pluim
Beeld Pluim
null Beeld CPNB
Beeld CPNB
Meer over