Taalgebruik!Lezerspost

In de krant staan te veel lange zinnen, en te veel korte ook

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om de lengte van een zin gaat, is het nooit goed. Of altijd.

Rogier Goetze

Hoe lang mag een zin zijn? Soms klagen lezers namelijk over te lange exemplaren. Zo schreef Gerard Näring dat hij ‘herhaaldelijk bleef hangen in de lange, gekunstelde zinnen’ in een artikel over Rotterdam. Hij wees op twee zinnen uit die tekst, ‘beide absurd lang naar hedendaagse maatstaven van idealiter vijftien, hooguit twintig woorden’, om er vervolgens een van 52 woorden te citeren.

Er schijnt in de krantenwereld een regel te bestaan die stelt dat een zin niet meer dan zeventien woorden mag bevatten. Om een beeld te geven: de zin die u op dit moment leest telt exact zeventien woorden. Wat dat betreft is het maar goed dat de Volkskrant begin dit jaar niet Marcel Proust heeft aangesteld als nieuwe correspondent in Parijs, want die draaide zijn hand niet om voor ellenlange, complexe frasen. Sterker, hij wist soms zinnen van zeventien regels te produceren. Die beginnen dan bijvoorbeeld met: ‘En toen mijn tante Léonie, die, nadat ze...’, waarna lezers met een plusje voor taal én rekenen begrijpen dat er nog drie bijzinnen moeten worden afgerond voor ze überhaupt toekomen aan de hoofdzin.

François Dumoulin zit in het kamp-Näring: ‘Ik zou u willen adviseren bij de langere stukken de struikelzinnen te vervangen door meerdere, kortere zinnen. In de meeste langere artikelen kom ik er altijd wel een of twee tegen die echt te lang zijn. Friedrich Nietzsche was heel vaardig in lange zinnen, maar hij wist ook wanneer ze te lang werden.’

Dat had Nietzsche dan op zijn oude dag misschien ook even aan Proust moeten uitleggen.

Andere lezers klagen juist over te korte zinnen. Zo schreef iemand: ‘Wat mij in het algemeen opvalt, zowel in de krant als op de tv: er is veel angst om lange zinnen te maken.’ Peter Boer weet wat er onder meer fout gaat: ‘Vrijwel dagelijks zie ik in de krant zinnen die beginnen met ‘Waarvan’ of ‘Wat’. Het lijkt erop dat een zin in tweeën is geknipt door de komma te vervangen door een punt.’

Dat laatste zou de krant inderdaad moeten vermijden. Twee jaar geleden schreven we al eens in Lezerspost: ‘Het lijkt wel een tendensje: het opbreken van lange zinnen in hapklare brokken. De auteur vindt dat hij vlotter schrijft, door in de richting van de spreektaal te bewegen, maar dat is precies wat de liefhebber van klassieke krantentaal tegen de borst stuit.’

Die liefhebber kan gelukkig nog altijd terecht bij het oeuvre van Proust.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.