Boekrecensie

In de huid van de Boeddha stelt het zoetige westerse beeld van het boeddhisme bij ★★★★★

Hoogleraar Paul van der Velde belicht in zijn voortreffelijke boek In de huid van de Boeddha de diepzinnige, maar ook de duistere kanten van het boeddhisme. Want anders dan veel westerlingen denken, zijn die er genoeg.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

In het Thaise stadje Nakhon Pathom speelt zich elke morgen een merkwaardige wedstrijd af. Mannelijke en vrouwelijke boeddhistische monniken rennen door de straten om zo vroeg mogelijk op de gunstigste plekken te staan, waar inwoners hun giften uitdelen. Het gebruik is kort geleden ontstaan door de komst van de non Dhammananda en haar kleine gemeenschap van vrouwelijke monniken naar het stadje. De vrouwen werden al snel populair doordat ze, in tegenstelling tot de mannelijke monniken, vriendelijk en behulpzaam zijn. Met als gevolg dat ze meer giften kregen dan de mannen. Dus zat er voor de mannelijke monniken niets anders op dan héél vroeg op te staan om de vrouwen voor te zijn. Waarna de vrouwen nog eerder uit de veren kwamen. En zo ontstond een absurde monniken-hardloopwedstrijd om de beste plekken te bemachtigen.

De waardering voor Dhammananda en haar zusters is opmerkelijk. Vrouwelijke monniken worden in de Thaise samenleving niet voor vol aangezien en gewantrouwd. Er zijn zelfs vragen over hen gesteld in het Thaise parlement. Zij zouden volgens de traditie de bovennatuurlijke krachten van ‘echte’ monniken en Boeddhabeelden kunnen aantasten.

Het ‘echte’ boeddhisme

Westerse boeddhisten kijken vreemd op van dergelijke verhalen. Zoiets is toch zeker niet het ‘echte’ boeddhisme? Dat gaat toch uit van de gelijkheid van man en vrouw? De Nijmeegse hoogleraar Paul van der Velde krijgt tijdens lezingen vaak te horen dat er zoiets als een ‘echt’ of ‘zuiver’ boeddhisme zou bestaan, dat opmerkelijke overeenkomsten vertoont met progressieve westerse idealen. Elders in de wereld zou het vervuild zijn geraakt met ‘bijgeloof’. Van der Velde verwerpt dat ‘essentialistische’ denken. Voor hem geldt: boeddhisme, dat is wat boeddhisten doen. En de vrouwonvriendelijke houding van de Thaise boeddhisten is geen uitzondering. Trouwens, Boeddha zélf zag voor vrouwen een beperkte rol weggelegd. In een beroemde dialoog troost hij koning Prasenajit als deze een dochter krijgt in plaats van de zo verlangde zoon, met de woorden: ‘Ze kan een goede vrouw worden, de jongen die ze mogelijk voortbrengt kan een held zijn…’

We weten niet wanneer Boeddha leefde, maar duidelijk is wel dat hij nog tijdens zijn leven wereldberoemd werd, duizenden volgelingen kreeg en regelmatig geraadpleegd werd door vele koningen. In zijn boek In de huid van Boeddha schetst Van der Velde Boeddha’s leven en leer (die gericht is op het juiste gedrag om aan het alom aanwezige leed te ontkomen) en de vele wonderverhalen die rond hem zijn ontstaan. Maar hij gaat ook in op de angstwekkende boeddhistische godenwereld en de duizelingwekkende verscheidenheid aan boeddhistische stromingen, die allemaal beweren de ‘ware’ te zijn en elkaar vaak fel bestrijden. Het westerse boeddhisme is in feite niets anders dan de zoveelste loot aan deze stam. Van der Velde moet mensen regelmatig uitleggen dat wat in het Westen geldt als ‘typisch boeddhistisch’, zoals mediteren en de verering van de dalai lama, eigenlijk ‘typisch westers’ is. Datzelfde geldt ook voor het idee dat het boeddhisme vrouwvriendelijk en geweldloos is.

Misbruik en geweld

Wat dat laatste betreft zijn de recente ontwikkelingen in Myanmar veelzeggend. De wrede vervolging van de Rohingya wordt voortdurend aangewakkerd door de monnik Ashin Wirathu en zijn volgelingen. ‘Je kunt nog zó vol liefde zijn, je kunt niet gaan slapen naast een dolle hond’, aldus Wirathu. Hij beschuldigt de Rohingya ervan dat ze het land willen islamiseren en daarom boeddhistische meisjes ontvoeren en verkrachten. En hij is geen uitzondering. Wirathu en zijn volgelingen onderhouden nauwe banden met de al even gewelddadige Bodu Bala Sena-beweging in Sri Lanka, die aanslagen beraamt tegen moslims en christenen.

Meer lezen?

Op deze pagina vindt u meer mooie (non-)fictie, achtergrondverhalen, interviews en pittige recensies.

Een andere zwarte bladzijde waaraan Van der Velde bewust aandacht besteedt om het zoetige westerse beeld van het boeddhisme te corrigeren, is het seksueel misbruik van jongens. Dat kent een lange traditie (in veel kloosters in Japan en Tibet werden jongetjes ter beschikking gesteld van hogere monniken) en het bestaat nog steeds. Tien jaar geleden onthulde de jonge Tibetaanse monnik Kalu Rinpoche op YouTube dat hij in het klooster allerlei gruwelijke vernederingen moest ondergaan.

Van der Velde kent het boeddhisme door en door, daarvan getuigt dit boek overvloedig. Hij belicht de diepzinnige, maar ook de duistere kanten. En hij steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. De dalai lama is in zijn ogen een beklagenswaardige figuur. En het populaire zenboeddhisme is in zijn ogen vooral pretentieus: ‘Ik word weleens een beetje moe van de moderne westerse zen.’ Het boeddhisme ‘biedt een handreiking’, schrijft hij tot slot, ‘een mogelijke verklaring voor hoe de wereld in elkaar zit.’ En: ‘Als mensen iets fraais kunnen met het boeddhisme, vind ik dat mooi.’ Maar velen gebruiken datzelfde boeddhisme om anderen te onderdrukken. Ook dát wil hij laten zien. Boeddhisme is wat boeddhisten doen.

Paul van der Velde: In de huid van de Boeddha. Balans; 360 pagina’s; € 24,99.

null Beeld Balans
Beeld Balans
Meer over