In de ban van magische melodieën Utrechts Barok Consort op zoek naar werkelijkheid achter roman Krausser

LICHT EN bevrijd van al het aardse ijlt de sopraanklank door de hoge gewelven, ontmoet na een kleine daling zijn schaduw van resonerende boventonen, beroert deze in een zacht dissonerende werveling en vlijt zich dan verstervend in de tedere omhelzing van de dolce, dolce bastonen....

Mits de sopraan etherisch is en zuiver, en de bassen een warme gloed uit diepe diepten op laten stijgen, leidt een uitvoering van het negenstemmig, tweekorig Miserere dat Gregorio Allegri rond 1638 componeerde, nog altijd tot pure extase.

Maar stel nu dat dit Miserere slechts een derde versie is, een slap aftreksel van een nog machtiger, magisch Miserere dat juist door de bezwerende kracht van z'n melodieën op pauselijk bevel is vernietigd? En dat die melodieën overblijfselen zijn van muzikale oerkrachten, door een zestiende-eeuwse alchimist aan de elementen onttrokken en gecomprimeerd tot melodische kernen; klinkende formules die genezen, honger verminderen, stemmingen beïnvloeden, liefde opwekken en besluiten afdwingen?

Dat zijn precies de veronderstellingen waarmee de jonge Duitse auteur Helmut Krausser zijn lezers verleidt en meelokt in zijn omvangrijke roman Melodieën. In deze woeste draaikolk van fictie en verderf raken - historisch verifieerbare - componisten steeds meer in de ban van de mythe over het bestaan van zulke melodieën. Aan deze opeenstapeling van historische gebeurtenissen, verzinsels en pseudo-wetenschappelijke tractaten is nu ook een cd toegevoegd. Niet op initiatief van de auteur overigens, die wel een voorstel had gedaan bij z'n Duitse uitgever, maar moest constateren dat deze weinig risikofreudig was.

Kort nadat in 1995 de Nederlandse vertaling uitkwam bij uitgeverij De Geus, las de Nederlandse musicoloog Taco Stronks, producent bij het Utrechts Barok Consort, het boek en deponeerde het meteen razend enthousiast bij dirigent Jos van Veldhoven. Hier moest wat mee gebeuren, vond Stronks. Ook Van Veldhoven liet zich na aanvankelijke scepsis meesleuren in de zoektocht naar de magische melodieën die de door Krausser in het leven geroepen alchimist Castiglio in volledige stilte in de crypte van een Italiaans klooster in 1531 had 'ontvangen'.

Castiglio kan niet lang van zijn gift genieten, want hij wordt vrijwel meteen daarna vermoord door een stel bedelmonniken. Zijn knecht Andrea ontkomt (door op tijd een melodie te zingen die medelijden bij een vijand opwekt), maar springt dan zo onvoorzichtig met zijn muzikale erfenis om dat hij wordt verbrand, verdacht van hekserij.

Andrea weet de melodieën nog in handen te spelen van een geestelijke en wat er daarna mee gebeurt is onderwerp van een bloedstollende zoektocht, die in de jaren tachtig van deze eeuw wordt voortgezet door een Duitse fotograaf en een professor in de 'mythosofie' uit Stockholm.

Ook Stronks en Van Veldhoven gingen op zoek naar de melodieën, niet naar de toverformules van Castiglio, maar naar de bestaande composities die Krausser in zijn verhaal heeft verwerkt. Handig gebruikmakend van de chronologie en de relaties tussen de componisten die in de zestiende en zeventiende eeuw in en om de Sixtijnse Kapel werkzaam waren, pikt Krausser er stukken uit waarin mogelijkerwijs enkele van Castiglio's melodieën zijn verwerkt: het Kyrie uit de Missa Papae Marcelli van Giovanni Pierluigi Palestrina (gepubliceerd in 1567), madrigalen van Pomponio Nenna, Carlo Gesualdo en de castraat Marc' Antonius Pasqualini, een toccata van Johann Hieronymus Kapsberger, een motet van Vincenzo Ugolini en uiteraard het Miserere van Allegri.

'Wunderbar. Eine tolle cd', reageert de auteur verheugd per telefoon vanuit zijn Zuid-Duitse woonplaats, wanneer hij hoort dat bovengenoemde stukken allemaal op de net uitgekomen cd van het Utrechts Barok Consort staan. Al was het nog leuker geweest wanneer Stronks en Van Veldhoven zich bij hem hadden vervoegd, want dan had hij ze nog een paar aardige tips kunnen geven.

Voor hij aan dit boek begon was Kraussernog een 'onbeschreven blad' in de renaissance- en barokmuziek, maar sindsdien heeft hij grondig onderzoek gepleegd in zijn eigen kleine dorpsbibliotheek - hij heeft een 'Kafkaiaanse afschuw' van grote bibliotheekszalen - en in Italië.

Het was ook niet zozeer zijn bedoeling geweest een boek over muziek te schrijven. Het moest over zijn 'analytische stokpaardje' gaan, het ontstaan van mythes. Krausser: 'Ik wilde dat niet puur wetenschappelijk beschrijven, maar met een flinke scheut poëzie en magie. En daar ik geen esotericus ben, zocht ik een manier om magie nog onbevangen te benaderen, als iets wat onverklaarbaar is. Dat is bijvoorbeeld de macht van de melodie. Zo is van het één het ander gekomen.'

Doordat het verhaal zich voornamelijk in de renaissance en de barok afspeelt, afgewisseld met tijdsprongen naar het heden, heeft Krausser zich toegelegd op muziekwerken uit die periode. Daarmee is niet gezegd dat zoiets als een magische melodie niet van elke tijd of elk genre zou kunnen zijn. De herkenningstune van de tv-serie Twin Peaks, bijvoorbeeld. Absoluut magisch, vindt Krausser. Ook Abba's Dancing Queen heeft naar zijn mening die kwaliteit. Het gaat daarbij om iets wat hij, als niet-musicologisch geschoolde muziekkenner, een 'oorwurm' noemt: een melodie die zich in je oor 'bijt' en er niet meer uitkomt.

Toch blijkt bij beluistering van de cd dat Krausser een opmerkelijke voorkeur heeft voor componisten van sterk chromatische werken, uiteenlopend van de polyfone madrigalen en motetten van Gesualdo en Nenna, tot de monodische gezangen van Pasqualini.

Hoewel de auteur meent dat wetenschappelijk onderzoek nog geen eensluidende oplossing heeft gevonden voor de aantrekkingskracht van sommige melodieën, is in een recente studie naar lichamelijke reacties op muziek wel aangetoond dat het gebruik van voorhoudingen - een sterke dissonerende toon direct gevolgd door een consonant - vaak tot tranen en een brok in de keel leidt. Nieuwe of onverwachte harmonieën hebben opvallend vaak rillingen bij de luisteraar tot gevolg.

Maar wat praten we toch veel over muziek, meent Krausser. In zijn roman speelt muziek wel een hoofdrol, maar eigenlijk gaat het over de mythe zelf: de verwording van een idee via legenden en sagen tot een mythe, en de rituelen waarmee die mythe in stand wordt gehouden. 'Dat is het grote thema, de muziek is slechts een kapstok.'

Ook Kraussers fictieve mythologie begint nu een eigen leven te leiden en de cd is er een voorbeeld van. Muziek blijft een ongrijpbaar mysterie. Hoog ijlt de sopraanmelodie door de gewelven, bevrijd van Castiglio en onberoerd door Krausser, als abstracte schoonheid, klank temidden van andere klanken, ontstegen aan de mythe.

Helmut Krausser, Melodieën. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. Uitgeverij De Geus.

Melodieën door het Utrechts Barok Consort o.l.v. Jos van Veldhoven. Boek en cd samen (boekwinkel) ¿ 59,90; cd los (platenzaak) ¿ 29.90.

Meer over