In Brazilië is God nog steeds helemaal rond

Wie is August Willemsen ook alweer? August Willemsen is in de eerste plaats vertaler. Sinds 1970 vertaalde hij bijna 50 dichtbundels en romans, hoofdzakelijk uit het Portugees, dus ook van Brazilianen....

Wat weten we verder van hem? Dat hij van zijn alcoholverslaving geen geheim maakt, 70 jaar is, van voetbal houdt en een heer van stand is.

Heel fijn allemaal. En dit boek? Dit boek over het voetbal in Brazilië is, volgens de uitgever, een ‘literair sportboek’.

Wat is dat? Dat weet niemand, maar het klinkt natuurlijk prima, als aanbeveling. En ontegenzeglijk is De Goddelijke kanarie goed geschreven, met mooie, soepele zinnen.

Zoals? ‘Wanneer voetbal de mensen brengt tot bidden en huilen, tot het baren van een kind en het tarten van de dood, dan is er iets meer aan de hand dan simpel tegen een balletje trappen. En wat dan wel? Hoe is dit zo gekomen?’

Kunnen we, zonder te overdrijven, zeggen dat Willemsen op zoek is gegaan naar de ziel van het Braziliaanse voetbal? Jazeker. En daarmee naar de ziel van het land. Wat nog mooier is: zijn zoektocht is succesvol.

Dankzij? Dankzij onder anderen schrijver Armando Nogueira. In de jaren zestig concludeerde hij: ‘God is rond’. En: ‘Om de ziel van een Braziliaan te begrijpen, moet je hem betrappen op het moment van een doelpunt’. De bal als symbool van het leven, dat zal je Jack van Gelder nou nooit horen zeggen.

Is het een roman? Een naslagwerk? Het is, zoals deze krant in een recensie schreef over de eerste druk (1994), ‘geen lawine van namen, resultaten en ranglijsten (...). Het is ook een cultuursociologische schets van de plaats en de betekenis van het voetbal in de Braziliaanse samenleving’. Dat klinkt zwaar, maar het mooie van De Goddelijke kanarie is juist dat het zo licht en zelfs geestig is, en zo aangenaam weg leest.

Wat is het verschil tussen de eerste en de tweede druk? Het boek heeft aan volume gewonnen, door de verhalen over Braziliaanse voetballers die in 1994 nog geen rol speelden, zoals Ronaldo, Rivaldo, Ronaldinho, Kaka en Adriano, en natuurlijk over de wereldtitels in 1998 en 2002.

Is Willemsen onder de indruk van die succesen? Helemaal niet. Hij klaagt erover dat de kanaries niet meer goddelijk spelen, maar juist lelijk. En Garrincha en Pelé prikkelen zijn verbeelding meer dan Romario en Ronaldinho.

Wat is volgens Willemsen het grote verschil tussen Garrincha en Pelé? ‘Pelé was genie; Garrincha was magie. Pelé wist wat hij ging doen; Garrincha wist wat hij ging doen (iedereen wist het), maar niet wanneer’.

Nu graag nog een keer de mooiste anekdote over Garrincha aller tijden. Vlak nadat Brazilië in de WK-finale van 1962 Tsjecho-Slowakije had verslagen, stroomde het veld vol en vroeg een radioverslaggever op opgewonden toon aan Garrincha of hij ten afscheid en voor de mensen in Brazilië twee woordjes wilde zeggen. Hij boog zich voorover en zei: ‘Dag microfoon’.Paul Onkenhout

Meer over