interview

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Met een satanisch genoegen heb ik mezelf beschreven door de ogen van mijn hoofdpersoon’

Bijna had Ilja Leonard Pfeijffer zijn Boekenweekgeschenk over de wokecultuur geschreven. Dat bleek toch lastig in 96 pagina’s. Dus werd het een tijdloos verhaal, geschreven vanuit het perspectief van een vrouw. En ja, natúúrlijk kan dat. ‘Literatuur gaat om empathie.’

Laura de Jong
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Amsterdam is een perfecte ambiance om je eigen schrijverschap te vieren. Maar niet om te schrijven.’ Beeld Lucia Buricelli
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Amsterdam is een perfecte ambiance om je eigen schrijverschap te vieren. Maar niet om te schrijven.’Beeld Lucia Buricelli

Stiekem stond ‘gevraagd worden als auteur van het Boekenweekgeschenk’ al een tijd op het verlanglijstje van Ilja Leonard Pfeijffer. ‘Ik vind het een grote eer, het Boekenweekgeschenk is een uniek Nederlands fenomeen waaraan al vanaf de jaren dertig de grootste schrijvers bijdragen.’

Over grote schrijvers gesproken. Pfeijffer (Rijswijk, 1968) debuteerde in 1998 met de dichtbundel Van de vierkante man waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs kreeg toegekend. In 2014 ontving hij de Libris Literatuurprijs voor zijn roman La Superba (2013). Zijn poëziebundel Idyllen in 2015 werd onderscheiden met de Jan Campert-prijs en de Awater Poëzieprijs. Zijn laatste roman, Grand Hotel Europa, werd een bestseller.

Van 1992 tot 2003 doceerde Pfeijffer, die klassieke talen studeerde en promoveerde op de Griekse dichter Pindarus, aan de Universiteit Leiden. Daarna zegde hij zijn baan op om zich volledig te richten op het schrijverschap. Sinds 2008 woont hij in de Italiaanse stad Genua, waar hij terechtkwam na een tocht op een tweedehandsfiets vanuit Leiden. Een jaar geleden verhuisde Pfeijffer met zijn Italiaanse vriendin Stella, die eerder zijn buurvrouw was, in Genua naar een groter palazzo tegenover de kathedraal. Daar schreef hij ter gelegenheid van de Boekenweek, die dit jaar plaatsvindt van 9 tot 18 april, de novelle Monterosso mon amour, over een eerste liefde.

Viel het mee of tegen, het schrijven van het Boekenweekgeschenk?

‘Het is niet makkelijk, het belang van de opdracht legt gewicht op je schouders. Tegelijkertijd heb ik dat ook nodig, ik word beter als ik word uitgedaagd.

‘En verder is het moeilijk omdat het een specifieke omvang moet hebben. Dat heb je normaal gesproken niet als je proza schrijft. Maar het moet in dit geval precies op die 96 pagina’s passen. Het is wel raar om een verhaal te vertellen, een novelle, terwijl je de hele tijd op je woordentellertje aan het kijken bent.’

U had niet al in een la een manuscript klaarliggen?

‘Nee nee, er zijn schrijvers die dat hebben, maar in mijn geval was dat niet zo. Helaas. En ik had ook niet onmiddellijk een duidelijk idee. Een tijdje hinkte ik op twee gedachten. De ene gedachte was om iets actueels te maken, over de verschillende kanten van de wokecultuur, maar dat plan heb ik laten varen omdat ik algauw tot de ontdekking kwam dat ik om het recht te doen veel meer ruimte nodig zou hebben.

‘Dus heb ik het alternatieve plan gevolgd. En dat was het tegenovergestelde. Juist iets tijdloos, een verhaal over het vertellen van verhalen. Als hoofdpersoon wilde ik een van al die duizenden mensen die ik tegenkom bij lezingen en tournees in boekhandels en bibliotheken, al die mensen die anoniem en vaak vrijwillig op de achtergrond het boekenbedrijf mogelijk maken. Dit Boekenweekgeschenk is een ode aan de groep mensen die het literaire bedrijf faciliteren.’

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Er zijn op dit moment zo veel ontwikkelingen die mij zorgen baren. Ik denk dat literatuur daar iets aan kan bijdragen. Juist door de complexiteit te laten zien.’ Beeld Lucia Buricelli
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Er zijn op dit moment zo veel ontwikkelingen die mij zorgen baren. Ik denk dat literatuur daar iets aan kan bijdragen. Juist door de complexiteit te laten zien.’Beeld Lucia Buricelli

U bent zelf opgegroeid tussen de Boekenweekgeschenken.

‘Ja, mijn moeder spaart ze, ze heeft haar collectie compleet. Dat maakt het voor mij extra bijzonder. Dat mijn boekje straks in haar verzameling terechtkomt. Dat legt ook flink wat extra druk op mijn schouders!’

Is zij kritisch op uw werk?

‘Mijn moeder is een erg professionele moeder, in de zin dat ze per definitie trots is.’

Sleutelzin in Monterosso mon amour is: ‘Als je het niet vertelt, bestaat het niet.’ Is dat ook de kern waarom een schrijver schrijft?

‘Ja. Maar het is ook de kern van hoe mensen naar hun eigen leven kijken. Je eigen leven is bevredigend als je daar een verhaal van kunt maken. Dat het een richting heeft voor jezelf, dat je het idee hebt dat je ergens naartoe gaat. Als dat niet lukt, is dat vervelend. Dat is ook waar het hoofdpersonage Carmen aanvankelijk mee worstelt.’

In het verhaal neemt u uzelf op de hak. U speelt met uw ijdele imago en schrijft over uw lange haren.

‘Ik heb er natuurlijk een satanisch genoegen aan beleefd om mijzelf door de ogen van Carmen te beschrijven. Je moet jezelf dan niet sparen.’

Bent u eigenlijk wel zo ijdel, of is het meer verlegenheid?

‘Ik ben erg verlegen. Dat klopt. En ik ben ook helemaal niet zo ijdel. Maar ik vind het een kwestie van fatsoen om je goed te kleden. Dat komt ook door Stella. Vroeger was ik niet zo bezig met kleding en uiterlijk. Maar Stella is zo verzorgd en kleedt zich zo goed, origineel en spectaculair. Toen wij iets kregen in 2015, kwam ik al snel tot de conclusie dat ik mezelf moest upgraden om het te verdienen naast haar te mogen lopen, ik heb mezelf een beetje opgepimpt.

‘Ik kan ook goed tegen eenzaamheid. Een gezelschap van mensen is niet iets dat ik nodig heb. Sterker nog, het stoort me vaak. Ik vind het wel leuk om optredens te doen en lezers te ontmoeten. Daar ben ik niet zo verlegen voor. Maar het is geen hoofdzaak. Hoofdzaak is toch: in mijn eentje achter een bureau zitten.’

null Beeld Lucia Buricelli
Beeld Lucia Buricelli

Heeft u vaste rituelen als u achter dat bureau zit?

‘Jazeker! Remco Campert heeft ooit gezegd: de activiteit van het schrijven van een gedicht bestaat voor 90 procent uit in de stemming komen. Dat geldt ook voor proza en andere genres, en rituelen helpen daarbij. Je moet een leegte, een soort woestijn voor jezelf creëren waarin ruimte is voor creativiteit, waarbij alle storende factoren zijn geëlimineerd, er geen afspraken meer zijn of dingen waarover je je zorgen maakt. Dan gaat het het beste.

‘Ik heb een tijdlang graag buiten de deur geschreven, met pen en papier aan een tafeltje in een café of op een terras in Genua. Dat moest dan wel altijd precies het juiste opschrijfboekje zijn met precies dezelfde pen. Deze pen! En als ik dat niet had, of als mijn pen leeg was, dan kon ik niet schrijven.

‘Maar de rituelen zijn veranderd sinds we een jaar geleden zijn verhuisd. Nu vind ik het fijn om thuis te zijn. Ik ben bezig met een nieuw boek waarvoor ik onderzoek moet doen. Dat gaat niet zo goed buiten aan cafétafeltjes. Dus het is tegenwoordig het beste als ik aan mijn bureau blijf zitten.’

U moet researchen op internet?

‘Ja, en ook in boeken. Ik ben bezig met een historische roman die zich afspeelt in de klassieke oudheid. Iets nieuws, iets heel anders. Maar je wilt dat zo’n historische roman ook een beetje klopt. Ik moet er dus veel omheen lezen.’

Bent u al ver?

‘Nee, ik ben nog heel erg in het begin. Ik heb nu 100 pagina’s, het is nog lang niet af. Het is een hopeloos groot project.’

In Grand Hotel Europa gaat het vaak over uw kleding, parfum en de crèmes die u gebruikt. Wat draagt u, als u schrijft?

‘In Grand Hotel Europa is dat een leidmotief geworden. Een van de manieren om de hoofdpersonen, de verteller en Clio, een bijna 19de-eeuws aura mee te geven. Maar voor het schrijven is dat niet belangrijk. Ik heb overigens wel speciaal voor dit Zoom-interview mijn pak aangetrokken.’

Volgt u de Nederlandse literatuur goed?

‘Van een afstandje, maar de belangrijkste dingen volg ik. Ik houd mezelf ook met gretigheid op de hoogte van alle roddels.

‘Ik weet nog goed dat wanneer je Gerrit Komrij tegenkwam, je uitgebreid de tijd moest nemen om de Nederlandse literaire wereld, alle schrijvers van a tot de z van Zwagerman door te nemen. En daarna nog een keer in omgekeerde alfabetische volgorde weer terug.’

Mist u dat?

‘Ik mis Gerrit Komrij, maar niet alleen vanwege die roddels natuurlijk. Hij was een goede vriend van mij. Maar ik denk dat Nederland Komrij ook erg mist, al is Nederland zich daar misschien niet van bewust. Ik denk dat er veel dingen gebeuren op dit moment waarbij een scherp commentaar van Komrij heilzaam zou zijn.’

Waar denkt u dan aan?

‘Ik zou me enorm verheugen te lezen wat hij zou vinden van de hele soap rond Rutte en de functie elders van Omtzigt. Komrij was genadeloos voor politici en buitengewoon scherp en relevant. Ik zou het ook interessant vinden om te horen wat Komrij vindt van de wokecultuur. Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.’

null Beeld Lucia Buricelli
Beeld Lucia Buricelli

U kunt toch in dat gat springen?

‘Nou, ja.’ Lachend: ‘Dank je dat je deze zware opdracht op mijn schouders legt.’

Wat vindt u van de wokecultuur? U had er immers bijna het Boekenweekgeschenk over geschreven.

‘Ik moet er nog een keer iets over schrijven maar het is een moeilijk onderwerp. Het is ambigu. Het heeft positieve kanten uiteraard, voor een bepaald deel is het noodzakelijk, maar er zijn bepaalde uitwassen die ik zorgbarend vind.’

Dan doelt u op de cancelcultuur?

‘Ja, en ook dat bepaalde rechten worden ontleend aan identiteit. En dat andere mensen op basis van identiteit rechten worden ontzegd.

‘Cancelcultuur vind ik bij uitstek een kwalijke uitwas van de wokecultuur. Het is wat kinderen doen als ze iets horen dat ze niet leuk vinden: dan stoppen ze de vingers in de oren en gaan ze hard lalala zeggen. Dat is geen activisme. Dat is gewoon kinderachtig. En daar worden we niet beter van. Je kunt niet beter worden en inzichten opdoen door elementen die je niet aanstaan het zwijgen op te leggen. Ook misdadigers moet je proberen te begrijpen.’

Is dat dan de taak van de literatuur?

‘Ik voel voor mezelf de noodzaak me te verhouden tot actuele thema’s. Zoals ik ook in La Superba en Grand Hotel Europa heb gedaan. Dat is niet zozeer omdat ik dat een taak vind van de literatuur, maar omdat er op dit moment zo veel ontwikkelingen zijn die mij zorgen baren. Ik denk dat literatuur daar iets aan kan bijdragen. Juist door de complexiteit te laten zien. Aan meningen hebben we geen gebrek, maar misschien wel aan subtiliteiten en ambiguïteiten.’

In het verlengde van de wokecultuur vinden er in de VS discussies plaats of een mannelijke schrijver wel een vrouwelijk hoofdpersonage kan hebben. Wat vindt u?

‘Dat is belachelijk. Literatuur gaat om empathie. De enige manier waarop je in de gedachtenwereld komt van een ander persoon, van een ander leven, is via literatuur. Het lezen van boeken verhoogt de empathie. Hetzelfde geldt voor de schrijver die zich verplaatst in personages die helemaal niet op hem lijken. Als je dat wegneemt, kun je alleen maar over jezelf schrijven.’

Is het eigenlijk moeilijker voor u als man om een vrouwelijk hoofdpersonage te hebben?

‘Nee, het is niet speciaal moeilijker dan bij andere personages. Het vergt altijd veel van je inlevingsvermogen. Of ik nu een historische roman aan het schrijven ben over iemand in het oude Griekenland of over Carmen schrijf, diplomatenvrouw in het heden, je moet je in hen verplaatsen.

‘Gender is onderdeel van wie je bent, maar het is geen ondoordringbare grens. Dat iemand met een ander gender zich op geen enkele manier kan inleven in een ander, zou de samenleving onmogelijk maken. De samenleving draait om empathie.’

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Cancelcultuur is wat kinderen doen als ze iets horen dat ze niet leuk vinden: dan stoppen ze de vingers in de oren en gaan ze hard lalala zeggen.’ Beeld Lucia Buricelli
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Cancelcultuur is wat kinderen doen als ze iets horen dat ze niet leuk vinden: dan stoppen ze de vingers in de oren en gaan ze hard lalala zeggen.’Beeld Lucia Buricelli

Wat vindt u van het niveau van de Nederlandse literatuur?

‘Heel hoog. Het is een rijke literatuur. Er is een enorme diversiteit, veel verschillende stemmen. En de beste Nederlandse schrijvers zijn van internationaal niveau. Marieke Lucas Rijneveld, Esther Gerritsen en een dichteres als Radna Fabias zijn absolute topklasse. Nederland hoeft zich daar niet voor te schamen.

‘Een Nederlandse schrijver die ten onrechte niet zo bekend is bij het grote publiek, maar die een van onze allergrootste levende schrijvers is, is Allard Schröder. Hij won jaren geleden de Ako Literatuurprijs met De hydrograaf. Dat heeft wel een groot publiek bereikt, maar hij heeft nog een twintigtal romans op zijn naam die behoren tot de absolute top van de Nederlandstalige literatuur.’

Kent u hem persoonlijk?

‘Ja, ik ben hem ooit gaan lezen vanwege het feit dat we vriendschap hadden gesloten, maar ik heb die vriendschap nu niet meer nodig om hem te blijven lezen. Hij is een buitengewoon en goed stilist.’

Welke schrijver is overschat?

‘Harry Mulisch, maar dat is niet meer zo leuk om te zeggen want hij is inmiddels toch al zo goed als vergeten.’

Heeft u veel schrijversvrienden?

Nee, niet zo veel, wel een paar. Er was een tijd dat ik met veel plezier en gretigheid in het literaire wereldje rondhing. Ik heb nooit in Amsterdam gewoond, maar ik was een paar keer per week in schrijverscafé de Zwart, om erachter te komen waar die avond boekpresentaties waren waar je kon partycrashen zonder dat je was uitgenodigd. De avond eindigde steevast in de Pels en daarna de Doffer.

‘Ik voelde me als een vis in het water en heb daar veel mensen leren kennen, maar na een paar jaar was het ook ineens genoeg, ik had er mijn buik vol van. Toen besefte ik dat Amsterdam, de grachtengordel, het literaire milieu, een perfecte ambiance is om schrijver te zijn, maar niet om te schrijven. De avond ging verloren aan het vieren van je eigen schrijverschap.’

Toch heeft u altijd een hoge productie gehad.

‘Ja, terwijl ik vind dat ik best lui ben. Toen ik mijn baan had opgezegd om me volledig op het schrijverschap te richten, vond ik dat ik er dan wel werk van moest maken. Het kost me ook weinig moeite omdat schrijven uiteindelijk is wat ik het allerliefste doe. Ik hoef mezelf niet te dwingen aan het bureau te gaan zitten.’

U debuteerde als dichter, maar u beoefent alle genres. U schrijft essays, theaterstukken, proza en columns. Bent u nog steeds in de eerste plaats dichter?

‘Ook wanneer ik proza of toneel schrijf, denk ik als een dichter. Ik vind de details belangrijk, de muzikaliteit van de taal, al die dingen waar poëzie het helemaal van moet hebben. Als ik lees, is hetgeen wat mij het minst interesseert het verhaal. Het interesseert mij meer hoe het wordt gezegd dan wat er wordt gezegd.’

Schrijver Jeroen Brouwers zei in 2018 in een interview in Humo: ‘Ilja Leonard Pfeijffer, die kan nog weleens een dreun uitdelen, ja, maar er is geen echokamer meer. Schrijvers beoordelen elkaar nauwelijks nog, de vriendelijkheid regeert.’ Heeft Brouwers gelijk?

‘Vroeger heb ik dat meer gedaan, toen vond ik dat nodig, ofzo. Maar ik merk dat die behoefte bij mij op dit moment minder is. Wat moet je als schrijver nou polemiek gaan bedrijven terwijl iedereen elkaar de hele tijd op Twitter de huid aan het volschelden is. Ik geloof niet dat iemand zit te wachten op goed geformuleerde verontwaardiging.

‘Maar het is waar: schrijvers zijn erg lief voor elkaar de laatste tijd. Misschien is dat iets tijdelijks.’ Droog: ‘Er hoeft maar iets te gebeuren of er ontstaan kampen.’

Schrijverspolemieken kunnen geestig zijn.

‘Ja, maar ook helemaal niet. Als je die oude polemieken van Willem Frederik Hermans terugleest, is dat ook veel gezeur. En helemaal niet zo goed. Een oude brombeer die iets van zich wilde laten horen. We moeten dat niet zalig verklaren.’

U stond vroeger bekend als vilein. U bent toch niet zachter geworden met de jaren, meneer Pfeijffer?

‘Nee, nee, ik zal niet zeggen dat mijn collega’s rustig kunnen gaan slapen. Ze moeten op hun hoede blijven, al lijk ik nu misschien getemd, ik kan geen enkele garantie bieden voor de toekomst!’

Wie is Ilja Leonard Pfeijffer?

Ilja Leonard Pfeijffer, geboren in 1968 in Rijswijk, is dichter, classicus en schrijver. Hij heeft meer dan veertig titels op zijn naam, waaronder poëzie, romans, korte verhalen, toneelteksten, essays, wetenschappelijke studies, columns, vertalingen en bloemlezingen. In 2008 vestigde hij zich in de Noord-Italiaanse havenstad Genua, waar hij tot op de dag van vandaag woont en werkt. De vertaalrechten van zijn bestseller Grand Hotel Europa, die in 2018 verscheen, zijn aan meer dan twintig landen verkocht. Pfeijffer is ook huisschrijver voor Toneelgroep Maastricht. Onlangs bewerkte hij Tsjechovs De meeuw. Criticus Hein Janssen gaf de voorstelling (nog te zien t/m 4 juni) 5 sterren in de Volkskrant.

Boekenweek 2022

De 87ste Boekenweek, het traditionele lezersfeest in boekhandels en bibliotheken, heeft dit jaar plaats van zaterdag 9 tot en met maandag 18 april 2022. Op Boekenweek.nl staat een overzicht met alle activiteiten die boekhandels organiseren.

Op NPO 2 is van 11 t/m 15 april om 19.50 uur een reeks van vijf afleveringen van Eus’ Boekenclub te zien. Özcan Akyol ontvangt in het Burgerweeshuis in Deventer onder meer de schrijvers David Van Reybrouck, Griet Op de Beeck, Herman Koch, Esther Gerritsen en Arthur Japin. Zij gaan met de leesclub in gesprek over hun boeken.

Meer over