InterviewEduardo Soteras

‘Ik wil de vlam laten branden: fotografie kan wel degelijk iets veranderen in de wereld’

Vrouw in ­Tigray, in haar door granaatscherven doorboorde hut van ­golfplaat. Beeld AFP/ Eduardo Soteras
Vrouw in ­Tigray, in haar door granaatscherven doorboorde hut van ­golfplaat.Beeld AFP/ Eduardo Soteras

De Argentijnse fotograaf van Libanese afkomst leidt de Volkskrant rond op het grote fotofestival van Perpignan, waar hij exposeert over de oorlog in Ethiopië.

Eervol is het zeker voor fotograaf Eduardo Soteras (46), de poster die het centrum van de Zuid-Franse stad Perpignan siert met zíjn nieuwsfoto erop. En ook wat ongemakkelijk, zegt hij als hij de kiosk ziet waar de poster wordt verkocht. De kleurige afbeelding van een Ethiopische, door lichtschitteringen omgeven vrouw, is het gezicht van Visa pour l’Image, het jaarlijkse, toonaangevende festival voor documentaire fotografie op talrijke locaties in de stad met zicht op de Pyreneeën. Alle reden dus trots op het beeld dat zijn sterrenstatus (een omschrijving die hij zelf nooit zou gebruiken) weerspiegelt. Maar Soteras realiseert zich vooral: ‘Haar tragedie verwordt door mijn foto tot een object.’ Een afbeelding waarmee geld wordt verdiend.

De poëtische foto is gemaakt in Tigray, het noordelijke deel van Ethiopië waar regeringstroepen, opstandelingen en het Eritrese leger een bloedige strijd voeren met talloze burgers als belangrijkste slachtoffers. De vrouw staat in wat haar hut van golfplaten was. Kort voordat Soteras haar fotografeerde was die geraakt door granaatscherven: de perforatie waardoor het zonlicht zo fraai naar binnen valt zijn door de rondvliegende scherven veroorzaakt.

Een typische Soteras-foto is het: de gruwel van geweld, de armoede die er de oorzaak van is dat het hutje van dunne golfplaat geen enkele bescherming biedt tegen explosies en kogels, en toch ook: de ongebroken houding van de door noodlot getroffen vrouw. Een veelheid aan visuele informatie, met onmiskenbare esthetiek gepresenteerd, waardoor de nieuwsgierige kijker als het ware het beeld wordt ingetrokken.

Het is bovendien een van de foto’s met het onomstotelijke bewijs dat de oorlog in Tigray verre van snel, pijnloos en burgers ontziend is - zoals de om zijn diplomatieke charme geroemde Ethiopische president Abiy Ahmed de wereld wilde doen geloven. Een president die bij de vorig jaar losgebarsten strijd tegen de opstandelingen in Tigray lang kon profiteren van de wereldwijde populariteit die volgde op de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan hem in 2019. Als zo’n nobel man zegt dat hij geen oorlog voert maar slechts de orde herstelt, dan wil de wereld dat geloven.

Eduardo Soteras, AFP-fotograaf in Ethiopië.
 Beeld
Eduardo Soteras, AFP-fotograaf in Ethiopië.

Soteras, Argentijn, vader van twee jonge kinderen, getrouwd met een vrouw die werkt bij een internationale ontwikkelingsorganisatie, is woonachtig in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Nu is hij per Flixbus vanuit Barcelona (waar hij een appartementje heeft) naar Perpignan gekomen. Hij heeft in het chique voormalige hotel Pams, een schitterend gerestaureerd historisch pand met droomachtige muurdecoraties, een grote expositie met zijn werk uit Tigray.

Soteras was de eerste en enige fotograaf die in november 2020 het voor de internationale pers onbereikbare Tigray bereikte en voor persbureau AFP - de Volkskrant publiceerde zijn werk - massagraven fotografeerde die, tot ongenoegen van het regime, het ware gezicht van het ordeherstel in de provincie toonde. Het van walging vertrokken gezicht van een man vlakbij een greppel met tientallen lijken spreekt boekdelen. Net als de verbleekte pasfotootjes van slachtoffers op verse graven, de geplunderde portemonnees op de aarde. De tentoonstelling wordt ’s ochtends vroeg al druk bezocht, een bezoeker prijst Soteras voor zijn werk: ‘We hebben mensen als u nodig’, zegt ze.

Soteras vergelijkt het maken van een goede foto met het schrijven van een kort literair verhaal. ‘Een mooi kort verhaal gaat behalve over wat is neergeschreven ook over wat niet in woorden is gevangen, aan sfeer, aan dieper liggende betekenis. Zo wil ik ook fotograferen: er moet meer te zien zijn dan een directe boodschap alleen.’ We lopen langs een foto van een prachtig donkerblauw gesausde gevel, met enkele bewoners ervoor. Bij eerste aanblik een tamelijk vredig beeld, tot je beter kijkt en de kleine ronde beschadigingen ziet die zijn veroorzaakt door kogels. Het venijn van wapengeweld.

Lezende ­kinderen op een door ­rebellen ­verwoeste school in ­Tigray, Ethiopië,  ­december  2020. Beeld  AFP/ Eduardo Soteras
Lezende ­kinderen op een door ­rebellen ­verwoeste school in ­Tigray, Ethiopië, ­december 2020.Beeld AFP/ Eduardo Soteras

Aangrijpend: twee kinderen in de bibliotheek van hun school, althans wat er van over is nadat (vermoedelijk) Tigrayse rebellen het gebouw hebben geplunderd. Op de bergen neergesmeten boeken zitten de twee te lezen, onverminderd hongerig naar kennis - een beeld van hoop te midden van brute minachting voor schoolkinderen. Ze worden beschenen door het gouden licht van de ondergaande zon dat door een raam naar binnen valt. De kinderen zelf hadden Soteras gevraagd te fotograferen wat er in de school was gebeurd. ‘Met gebaren lokten ze me mee naar binnen en lieten me de verwoestingen zien.’

De geweldplegers zelf ontmoet Soteras meestal niet, soldaten ziet hij nauwelijks in Tigray, waar hij inmiddels zeven, acht keer op reportage is geweest. Maar wat ze aanrichten, daar heeft hij een scherp oog voor. Een door rebellen geplunderd ziekenhuis: alle medische hulpmiddelen en zelfs de matrassen van de bedden weg. Met tot gevolg, op een volgende foto te zien: een vader voor het ziekenhuis met zijn pasgeboren tweeling in de armen. De moeder is bij de geboorte overleden, als gevolg van het ontbreken van medische voorzieningen. Wat een feestelijke gebeurtenis in het leven had moeten zijn, is verkeerd in een drama.

Soteras ervaart hoe de sfeer in Ethiopië verandert, hoe de oorlog de bevolking meesleurt. Kon hij, ter afwisseling van het mentaal belastende fotograferen van burgerslachtoffers in Tigray, soms nog makkelijk het alledaagse leven op het platteland vastleggen, nu roept alleen al het tevoorschijn halen van de camera agressie op: ‘Een westerling met een camera, die wordt niet vertrouwd.’ Ook een lokale journalist in het AFP-team dat Tigray covert heeft van een soldaat met geheven vuist te horen gekregen dat hij moet ophouden negatieve berichten te verspreiden. Soteras: ‘De boodschap is doorgekomen.’

Door granaten beschadigde woningen in Mehoni, Ethiopië, december 2020.
 Beeld AFP/ Eduardo Soteras
Door granaten beschadigde woningen in Mehoni, Ethiopië, december 2020.Beeld AFP/ Eduardo Soteras

Eduardo Soteras Jalil, in 1975 in een Libanese familie geboren in het Argentijnse Cordoba, bezocht het fotofestival in Perpignan in 2004 voor het eerst. ‘Ik reisde als backpacker door Europa en zag ik Praag het werk van de beroemde fotograaf Koudelka, die de Praagse Lente indringend vastlegde. Dat was voor het eerst dat ik kennis maakte met fotografie, zoiets had ik in Argentinië nooit gezien.’ Perpignan inspireerde hem, de ontmoetingen met fotojournalisten, het zien van hun werk.

Hij is opgeleid tot econoom, was tot 2009 accountant en volgde toen zijn hart (en de liefde): hij kwam in Barcelona terecht, maar kon geen werk vinden omdat hij geen werkvergunning had. Studeerde zelf intensief fotografie en deed een master in de Catalaanse hoofdstad. Stichtte, aanvankelijk vooral om geld te verdienen, een fotografieschool. Merkte dat die weliswaar succesvol was, maar dat hijzelf, net als toen hij accountant was, niet gelukkig werd van zijn werk. Hij deed de school, die nog steeds bestaat, van de hand en wijdde zich in 2009, 34 jaar oud, volledig aan de internationale fotojournalistiek.

We slenteren door de smalle straatjes van de binnenstad, waar de soms dubieuze handeltjes tussen jonge mannen Soteras doen denken aan Noord-Afrika. We bewegen ons van zijn expositie in Hotel Pams naar Couvent des Minimes, de hoofdlocatie van Visa pour l’Image, een klooster waar de lange gangen, gebedsruimten en andere zalen zijn vernoemd naar illustere fotografen. Duizenden foto’s hangen er aan de muren, waaronder veel meer over Tigray en, van de door Soteras bewonderde Franse fotograaf Olivier Jobard, de talrijke Ethiopiërs die bij gebrek aan perspectief in eigen land hitte, droogte en geweld trotseren om hun beloofde land, Saoedi-Arabië, te bereiken. Ze moeten een afstand van tweeduizend kilometer door de woestijn lopend overbruggen, onbekende aantallen overleven de tocht niet. Hun mars voert langs lege waterflessen, die overal in het zand liggen. Migratie in de eigen regio, zoals de EU het graag ziet.

Zoals altijd op zo’n groot festival paart ook Perpignan fotojournalistieke topproducties aan tegenvallers. In de laatste categorie: de serie The Ameriguns van de Italiaan Gabriele Galimberti, waarin Amerikanen pronken met hun wanstaltige wapenarsenaal, tientallen, soms honderden pistolen, automatische geweren, vlammenwerpers, uitgestald in de woonkamer of op het gladgeschoren gazon. Behalve de ontluisterende trots waarmee de eigenaren bij hun bezit poseren biedt de groots gepresenteerde, ook bij World Press Photo onderscheiden serie geen nieuwe inzichten in het ontspoorde fenomeen van particulier wapenbezit in de VS: de bezitters blijven op de foto’s personages van bordkarton.

Thuis in Armadillo, in de Amerikaanse staat Texas, laadt een jager het hoofd uit van de zebra die hij heeft geschoten op safari in Zuid-Afrika.  Beeld Mélanie Wenger
Thuis in Armadillo, in de Amerikaanse staat Texas, laadt een jager het hoofd uit van de zebra die hij heeft geschoten op safari in Zuid-Afrika.Beeld Mélanie Wenger

Soteras vindt in Couvent des Minimes een gelijkgezinde fotograaf in de Franse Mélanie Wenger, die zich langdurig verdiepte in de wereld van de jacht. Ze bezocht voor haar serie Sugar Moon Amerikaanse jagers thuis, volgde ze op de jacht in hun eigen land en in Afrika, waar ze duizenden tot tienduizenden dollars betalen om een trofee te schiete: een giraf, een leeuw, een olifant of antilope. Anders dan bij het clichématige The Ameriguns heb je hier als kijker wél het gevoel deelgenoot te worden van hun belevenissen, en ga je je afvragen welke emoties (angst wellicht, controledrang, minderwaardigheidsgevoel?) hen drijft. Soteras: ‘Ik denk te kunnen zien dat Wenger niet van de jacht houdt, maar je merkt dat ze desondanks de mensen die ze volgt respecteert en probeert te begrijpen. Haar werk is subtiel en niet eenduidig.’

***

Buiten bij de kiosk voor de ingang van Couvent des Minimes, waar alle bezoekers hun corona-app moeten tonen en politieagenten met metaaldetectors de contouren van hun lichaam volgen, vraagt Soteras zich af of hij de bijna 1,5 meter brede poster met zijn foto moet aanschaffen. ‘Hoe krijg ik dat gevaarte ongeschonden thuis?’ Opsturen? ‘Dat wordt niks, Ethiopië kent geen adressen, dus dat komt nooit aan.’ Over de eventuele opbrengst van dergelijk werk heeft hij wel nagedacht: hij geeft geld aan degenen die figureren op zijn foto’s of aan organisaties die hulp bieden aan degenen die lijden in de omstandigheden die Soteras vastlegt. ‘Ik wil graag consequent blijven in waar ik voor sta. Namelijk dat ik de vlam wil laten branden van het geloof dat fotografie wel degelijk iets kan veranderen in de wereld.’

Visa Pour l’Image, Perpignan. Alle tentoonstellingen t/m 12/9, en ook in het weekend van 18 en 19/9. Op 25 en 26/9 alleen nog in het Couvent des Minimes, de grootste locatie.

Ook lichtvoetig

Visa pour l’Image in Perpignan, dit jaar de 33ste editie, is dé ontmoetingsplek voor fotojournalisten, agentschappen en -redacteuren en belangstellende uit de hele wereld, met gratis toegankelijke exposities op historische locaties, waaronder voormalige kerken, historische panden en kloosters. Er is aandacht voor talrijke grote crises en politieke en maatschappelijke gebeurtenissen. Het hoogstaande aanbod is vaak (zeer) somber stemmend, maar er zijn ook lichtvoetiger exposities, zoals de op meer dan manshoog formaat afgedrukte foto’s van Brian Skerry (National Geographic) met onderwateropnamen van walvissen. Adembenemend.

Meer over