'Ik wil de tijd oprekken'

Steeds sneller volgen kunstenaarsgeneraties elkaar op, merkte Niek Kemps, beeldend kunstenaar die triomfen vierde in de jaren tachtig. Om dat wat er is gemaakt niet te vergeten, richt hij het Verborgen Museum op, een plek waarnaar je moet zoeken....

Door Bob Witman

Wenduine is een dorpje van niks, vlak bij Oostende. De straat heet Zeevillalaan, wat nogal zonnig klinkt.

Maar in november is het er koud en mistig. De beeldend kunstenaar Niek Kemps (Nijmegen, 1952) woont hier. Hij is ooit in West-Vlaanderen terechtgekomen vanwege de liefde. Een wit jaren-dertigvillaatje, met veel groen ervoor en in de kelder een batterij computers, drie sloffen ongefilterde Gaulloises en een hoogwaardige collectie whisky.'Ik ben blij dat ik hier woon. Nederland is dichtbij, maar er is afstand om de cultuur te vergelijken.' En dat valt niet altijd uit in het voordeel van zijn vaderland. 'Ik erger me soms dood als ik Het Journaal afzet tegen dat van de BBC of BRT. Hetzelfde wereldnieuws, maar in Nederland komt steeds vaker een opgeheven vingertje bij. Getverdemme.'

De Zeevillalaan eindigt aan de kust, vier minuten verderop. Typisch Belgische kust. 'Gruwelijke architectuur langs de boulevard', zegt Kemps en wrijft tevreden in zijn handen. 'Mooi door zijn lelijkheid. Dat heb je in Nederland niet.' Hij voelt zich op thuis bij de Belgen.

Niek Kemps is de kampioen van de jaren tachtig en vroege jaren negentig. Hij werd gevraagd voor de Documenta in 1987, de Biennale in Venetië van 1993, hij had een grote solo in het Van Abbemuseum in 1992. Een kunstenaar met een internationale reputatie, in de voorhoede van de conceptuele elite met Luciano Fabro, Harald Klingenholler, Jan Vercruysse, Jean-Marc Bustamante. Kemps was wat het bedrijf van Joep van Lieshout nu is. 'Er werkten tien soms wel twintig assistenten voor me.' Grote ruimtelijke installaties, veel vlieguren, veel hotelovernachtingen. 'Ik werd er gek van. Dat is niets voor mij.'

Zo alomtegenwoordig als de conceptuele kunst toen was, zo oorverdovend stil werd het aan het einde van de jaren negentig. Kemps exposeert, na een lange ziekte, voor het eerst sinds jaren solo, in Dordrecht. De aandacht valt hem niet mee. 'En van die generatie ben ik er niet eens het ergste aan toe. Sommigen hebben geen nagel om aan hun kont te krabben.'

Maar bitter is hij niet. Kemps begrijpt dat er plaats moet komen voor nieuwe generaties met namen als Joep van Lieshout, Mark Manders en Fiona Tan. 'Elke generatie doet aan vadermoord, elke kunstenaar zegt: weg met die oude zooi. Ik heb zelf niet anders gedaan.' Maar wat hij slecht vindt aan het huidige kunstklimaat, en wat anders is dan vroeger, is de 'hoge omloopsnelheid' waarmee kunstenaars worden versleten.'Er is een waanzinnige behoefte om nieuwe stromingen te ontdekken. Er is geen adempauze. Om de paar jaar moet er nieuwe, frisse kunst komen van jonge frisse kunstenaars.' Daarmee, zegt Kemps, raken voorgaande generaties uit het zicht. 'Wat onzin is, want ik geloof niet dat de ene kunstenaarsgeneratie beter is dan de andere. In elke tijd wordt goede kunst gemaakt.' En om dat wat er is gemaakt niet te vergeten, zit in zijn hoofd al jaren het plan voor een Verborgen Museum. Een plek heeft hij al: in Dordrecht.

De tentoonstelling Cross Eyes van Kemps, ook in Dordrecht, is een voorproefje. De expositie bestaat uit twee onderdelen. Het eerste wordt gevormd door het bijna architecturale conceptuele werk waar Kemps al jaren consistent mee bezig is: geraamtes van banken gegoten uit polyester, vitrinekasten waarin foto's verscholen zitten, en boven je hoofd een hemel van foto's die zijn geprint op voile. Het is weerbarstige kunst, niet makkelijk te doorgronden. Daarnaast staan in Dordrecht vier grijze kasten. Ze zijn op slot. Op verzoek maakt de suppoost ze open, uitgezonderd eentje, waarvan zelfs hij de sleutel niet heeft. Eén kast is een biechtstoel met twee videoschermpjes als oorkleppen, de tweede is gevuld met geluid. De derde zit vol met werk van andere kunstenaars, in uittreklaatjes en bladerborden. Het kost tijd om alles te bekijken, ondertussen kijkt de jongen die de kast heeft geopend over je rug mee. Het voelt alsof je ineens in de schatkist van grootvader op zolder mag rommelen.

'Ik werd jaren geleden in Montpellier meegenomen door de directeur van een plaatselijk museum naar een afgesloten ruimte die werd beheerd door een chagrijnige vrouw. Er stonden kasten, die zij een voor een opende. Er kwamen de meest fantastische werken tevoor-

schijn. Pisanello, Uccello, Da Vinci. Ik wist niet wat ik zag. Ondertussen voelde ik de ogen van die vrouw in mijn nek prikken, wat me dwong nog geconcentreerder te kijken.'

Die ervaring staat centraal in het Verborgen Museum, dat straks verstopt wordt in een door Claus en Kaan Architecten verbouwd winkelcomplex. 'Het verstoppen van kunst is geen doel, maar het is een middel om de bezoeker bij zijn lurven te pakken en hem te verleiden tot een privé-ervaring. Een één-op-één ontmoeting tussen kijker en kunstenaar. Het helpt wanneer iemand eerst het bestaan van dát museum moet ontdekken, moet uitvinden waar je de sleutel ophaalt.' En dan is elk bezoek uniek, omdat de bezoeker afhankelijk is van wat een gids hem laat zien. 'Ik wil', zegt Kemps, 'het kijken naar kunst vertragen, ik wil de tijd oprekken, dat maakt dat je intensiever naar kunst kijkt.'

Het Verborgen Museum is een statement van Kemps, die vindt dat er te veel slordige aandacht is voor kunst. Op de expositie in Dordrecht is op een manshoog doek een lange tirade van hem te lezen. 'Helaas zijn de meeste museumdirecteuren meer geïnteresseerd in het entertainment dan in de kwaliteit van de getoonde kunst. Het grote publiek komt, onwetend, met busladingen tegelijk op tentoonstellingen af', staat er. En: 'Hoezo is kunst elitair? Kunst lijkt eerder een welkome uitbreiding van het aanbod van de VVV's.'

Musea zijn nog verstrikt in het credo van de jaren zestig, toen iedereen de drempel voor kunst wilde verlagen, zegt Kemps. 'Verlagen? De drempel verhogen zul je bedoelen. Kunst toegankelijker maken? Houd toch op. Het publiek is het minst dom van allemaal, vergeet dat niet. Je moet prikkelen. De bezoeker moet moeite willen doen. Een vrouw in lingerie is nog altijd interessanter dan een naakte vrouw. ”Verleid, maar zorg dat je gewapend bent”.'

In zijn huis in Wenduine gaat hij voor over een gevaarlijk trapje naar de kelder. Het staat er vol met oude en nieuwe pc's. Kemps viel eind jaren tachtig voor 3D tekenprogramma's en beheerst het gereedschap tot in de perfectie. Hij ontwerpt zijn werk gedetailleerd op de computers. Gehinderd als hij wordt door een slechte rug, moet hij de uitvoering van zijn werk aan assistenten overlaten. Hoe preciezer zijn ontwerp op de computer, des te meer hij greep houdt op het eindresultaat. Zo kun je nu al virtueel een rondleiding krijgen door het Verborgen Museum, door lange gangen, langs verborgen nissen, onverwachte tuinen en deuren met verrassende interieurs erachter.

Al zijn oude werk zit ook in de computer. Hij laat een glazen vloer met foto's zien die hij in 1995 heeft gemaakt voor het Corcoran Museum of Art in Washington. Toen hij in deze stad was, die kampt met eeen zeer hoog misdaadcijfer, fotografeerde hij in de no go-area, pal achter het Witte Huis. Het vuil lag er dertig centimeter hoog opgestapeld. De foto's verwerkte hij met een door hemzelf ontwikkeld procedé in glasplaten.

'Daar stonden dan al die rijke Amerikanen op sponsorfeestjes van het museum, bovenop mijn werk, bovenop dat vuil uit een wijk waar ze nooit durfden te komen.' Acht jaar later vindt hij het nog steeds een goede mop.

Uitnodigingen als die van het museum in Washington waren normaal in de jaren negentig. Eigenlijk ging voor Kemps sinds begin jaren tachtig altijd alles vanzelf. 'Ik ben er in gerold. Wat ik maakte, bestond niet.' De wortels van zijn kunstopvatting liggen op de befaamde Documenta van Harald Szeemann uit 1972, met werk van landart-kunstenaar Robert Smithson. 'Ik kan die tentoonstelling nog steeds uittekenen. Ik weet precies waar elk werk stond. Krankzinnig.'

Eigenlijk heeft hij nog geluk gehad. 'Toen ik begon, gingen de modes in de kunst nog niet zo snel.' Hij vindt dat jonge kunstenaars het lastiger hebben. 'Ze zijn een stuk zakelijker dan ik. Dat is goed, dat is nodig.' Hij volgt ze op de voet, en hij vraagt ze voor zijn Verborgen Museum. In de kast in Dordrecht zitten bijvoorbeeld werk van Karin Arink, Tiong Ang, Berend Strik maar ook Douglas Gordon en Lawrence Weiner. Jong en oud door elkaar.

'Ik vind dat de meeste mensen met oogkleppen op naar hun eigen tijd kijken. Het gaat alleen om het nu. Daar wil ik voorbij. Een goede kunstenaar kijkt vijftig jaar vooruit. Alleen daarom al is het een mooi idee dat er een museum is waar de kunst over de generaties heen wordt getild. Dat er wordt bewaard wat nergens anders is te zien. En dat er straks een jongen van zestien binnenloopt, de sleutel vraagt, en werk ziet dat hij de rest van zijn leven niet zal vergeten.'

Meer over