Columnsylvia witteman

Ik was een jaar of 8 toen ik het boek las en durfde zelf ook geen pozzebok te tekenen, want dat werd dringend afgeraden

null Beeld

‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil’, schreef Cees Nooteboom (toch weer eens Rituelen herlezen!), en zo is het. Ik zag een mooie zonsondergang, dacht aan de zon met dat babygezicht van de Teletubbies (gespeeld door Jessica Smith, die inmiddels 25 is maar nog steeds datzelfde goedhartig stralende gezicht heeft) en toen dacht ik opeens aan De pozzebokken (1972), een van de mooiste boeken uit mijn jeugd.

‘Haha’, roept Bas. ‘De zon lijkt net een meisje’. ‘Dat klopt’, zegt de pozzebok. ‘In het pozzebokkenbos lijkt de zon altijd op een meisje.’ De bijgaande illustratie, van mijn grote held Peter Vos, is een plaatje van die meisjeszon. Een vriendelijk, boers gezicht heeft ze, omkranst door blonde zonnestralen, wat grof van gelaatstrekken, middeleeuws, zou je zeggen, een soort Malle Babbe, wier naam in ’t rond ging ‘bij het blond schuimend bier’.

De hoofdpersonen Bas en Marjanneke, broer en zus van een jaar of 8 hebben ook al zulke prettige aardappelgezichtjes, en de pozzebok, die Bas per ongeluk tekent, lijkt al helemáál op een aardappel. Een aardappel met vervaarlijke tanden. Daarom tekent zijn zusje een kooi om de Pozzebok heen, waarna Bas, om te plagen, een deurtje in die kooi tekent.

Dan is het zeven uur, en de kinderen moeten naar bed. ‘Maar als Bas en Marjanneke diep in slaap zijn, maakt de pozzebok het deurtje van zijn kooi open en …gaat naar de bedden van Bas en Marjanneke toe. Nu hij vrij is ziet hij er veel aardiger uit.’ Dat klopt, zien we op het plaatje. Hij lacht, en zijn grote tanden zijn niet meer eng, maar aandoenlijk, als die van een lief kind met een overbeet.

De brave pozzebok neemt de kinderen mee op zijn rug, en er volgen allerlei avonturen, in het pozzebokkenbos, waar nog meer pozzebokken wonen. De volgende ochtend blijkt het allemaal geen droom maar écht: de pozzebok op de tekening is uit zijn kooitje verdwenen. De kinderen proberen een nieuwe te tekenen, maar dat lukt niet. Want, zo krijgen we uitgelegd: het tekenen van een pozzebok gaat altijd per ongeluk. (Net als het maken van ‘bobbistiek’ in Het malle ding van bobbistiek).

Ik was zelf een jaar of 8 toen ik het boek las en twijfelde er geen seconde aan dat dit alles echt waar was. Ik durfde zelf ook geen pozzebok te tekenen, want dat werd dringend afgeraden. ‘Als jullie gaan tekenen, teken dan de pozzebokken in dit boekje niet na. Want als er te veel pozzebokken komen is er op het laatst geen plaats meer in het pozzebokkenbos en dan moeten we de pozzebokken op gaan stapelen. En dat willen jullie toch niet, hè?’ Daaronder een plaatje van hoog opgestapelde, sip kijkende pozzebokken. Nee, zoiets wilde ik niet op mijn geweten hebben.

Helaas zijn er altijd ánderen die de boel verpesten. In dit geval Kloris Klier, een gemeen, vervelend jongetje dat vijftig gemene, gevaarlijk pozzebokken tekent, met een vlakgummetje in hun bek, om alle goede pozzebokken uit te vlakken! Op het plaatje Kloris Klier, die met een valse grijns een dito pozzebok van een vel papier laat springen.

Paradise lost. Het komt goed hoor, althans in het boek, niet in het echte leven, waar alles altijd slecht afloopt. Zo is De Pozzebokken (Bouke Jagt en Peter Vos) al heel lang niet meer in druk; een enkel tweedehandsexemplaar wordt voor schrikbarende woekerprijzen aangeboden. Waarom wordt het niet opnieuw uit­gegeven? Het won indertijd note bene een Zilveren Griffel!

Meer over