'Ik veeg niets onder het karpet'

Met Huid herbevestigt de Britse Mo Hayder haar reputatie als auteur van snoeiharde, gewelddadige thrillers. ‘Ik heb een voorraadbank van beelden waarmee ik moeilijk kan leven.’..

Wie zou geloven dat een man een bajonet met al zijn kracht in de buik van een zwangere vrouw stoot, zijn handen in het bloederige gat steekt, een arm en daarna de hele baby, dampend, te voorschijn haalt? Hij pakt het kind bij een voet, bekijkt haar alsof ze een gevild konijn is, draait zijn rubberen riem om haar enkels, bindt haar vast om zijn middel, het hoofd naar beneden, haar handen bewegen, in de richting van zijn been, de man pronkt voor de camera, glimlacht, en laat haar tegen zijn bovenbeen bonken. Jaren later wordt ze gevonden, piepklein, gemummificeerd, haar benen weg, evenals het grootste deel van haar onderlijf, en in het restant is gesneden, gehakt en geschraapt.

‘Wie gelooft zo’n verhaal?’, zegt Mo Hayder, over de scène uit haar boek Tokio (2004), die zich afspeelde in Nanking, 1937, tijdens de Japanse bezetting van China, waarin het Keizerlijke Japanse Leger binnen een paar weken driehonderdduizend burgers vermoordde, oude vrouwen, kinderen en dieren verkrachtte, hoofden en ledematen afhakte. ‘Maar er wordt ongeveer iedere maand iemand in Amerika gearresteerd omdat hij een baby uit de buik van een vrouw heeft gehakt. Ongeloofwaardig? Het gebéurt.’

Wie een boek van de Britse auteur Mo Hayder (1962) ter hand neemt, wordt op de cover en via radiocommercials gewaarschuwd. ‘Duister, indringend, verontrustend, ongekend hard.’ Haar eerste thriller, Vogelman (Birdman), uit 1999, waarin een seriemoordenaar levende vinkjes in de borst van zijn dode slachtoffers naait, werd ontvangen als shockerend, onsmakelijk, en briljant. Aantrekkelijke jonge vrouw schrijft over zaken, zwarter dan de nacht. Waarom? Haar leven werd erbij gehaald. Een beschermde jeugd, deels in Amerika gewoond, als 15-jarige school en ouderlijk huis verlaten, bands, bars, reizen naar Azië, Japan, Engelse les gegeven, gastvrouw geweest in nachtclub, filmstudie in Washington DC, klei(poppen)-animatiefilms gemaakt, waar veel geweld in zat, terug naar Engeland, veiligheidsbeambte, eerste boek. Blijft de vraag, die steeds terugkomt: waarom zo veel expliciet beschreven, grof geweld?

Hayder, op bezoek in Amsterdam, nu haar nieuwe boek Huid (Skin) in de Nederlandse vertaling uitkwam: ‘Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat het te maken had met het verwerken van de realiteit. In de loop van de jaren heb ik een soort voorraadbank opgebouwd van beelden, waarmee ik moeilijk kan leven.

‘Toen ik na een heel beschermde jeugd in de wereld werd losgelaten en zag welke realiteiten er bestonden, vond ik die zo moeilijk te aanvaarden dat ik er letterlijk geestelijk niet goed van werd. Maar nadat ik ontdekte dat ik er over kon schrijven, het kon veranderen in fictie, merkte ik dat de problemen eromheen verdwenen. Voor mij is het dus een proces om te leren hoe dingen te accepteren. Het is wél jammer dat ik de beelden teruggeef aan mijn lezers, zodat zij er mee moeten leven.’

Het zijn de beelden van geweld in haar omgeving. Zelfmoord, moord, verkrachting, ongelukken, en de dingen die ze als een magneet naar zich toe trekt uit de buitenwereld, berichten over seriemoordenaars, necrofilie, kannibalisme, bloed, vlees en huid als voer voor psychopaten.

‘Er zijn mensen die mij een immorele auteur vinden. Bij mijn vader thuis werd verbouwd en een werkman, die een van mijn boeken zag staan, zei: u leest dat werk van die verschrikkelijke vrouw toch niet? Mijn vader zei: laat het nou zowaar mijn dochter zijn. Ze moesten die man overhalen om te blijven. Mijn vader kon er wel om lachen. Ik confronteer mensen nu eenmaal met zaken waarover ze liever niet willen denken. Zoals seksueel geweld tegen vrouwen. Daar kan ik zó kwaad over worden. Zoals over elk seksueel geweld en -misbruik.

‘Opvallend is dat veel vrouwen mijn boeken verslinden omdat seksueel geweld ze fascineert. Omdat het een compleet mysterie voor ze is, en voor mij ook, hoe je seks en geweld met elkaar kan verbinden. Veel mannen kunnen het.

‘Erover lezen helpt je ook om inzicht te krijgen. Begrijpen geeft meer inzicht en dat is nodig, ook al zijn we volgens de statistieken niet de enige, misschien zelfs niet de voornaamste slachtoffers van geweld.

‘In thrillers lees je overigens vaker over onderwerpen die men liefst onder het karpet zou willen vegen. Yank it out in the open air. Laat het iedereen zien. Er zijn twee manieren om met de realiteit om te gaan. De ene is om te vermijden ernaar te kijken, de andere is om hem recht in de ogen te kijken. Iedereen mag zijn eigen manier kiezen, maar als je ervoor kiest wég te kijken, dan moet je geen thrillers lezen.’

Toch rekent Hayder zich niet tot die misdaadauteurs die een maatschappelijke boodschap willen uitdragen, misdaad met een missie. ‘Een verhaal moet entertainen. Het ergert mij als mensen over de misdaadroman praten als een politiek manifest. Ik zou gek worden als ik een agenda had die ik per se in ieder boek zou willen overbrengen. De enige roman die ik schreef waarin iets van een agenda te vinden is, was Tokio, omdat ik iets wilde vertellen over een deel van de Chinese geschiedenis dat verdrongen is.’

Tokio gaat over het moderne Japan en de banden met het verleden, waarin de zoektocht van een Engelse studente naar een filmpje van de beruchte massamoord van Nanking centraal staat. Tokio was iets tussen misdaad en historische fictie, zoals Pig Island (Duivelswerk), dat daarna kwam, tussen horror en misdaad zweefde. Tokio kreeg een paar prijzen en het was waarschijnlijk, literair gezien, het beste boek dat ik heb geschreven, maar het drukte niet de juiste knoppen in bij een aantal van mijn lezers. Ik ben niet zo dol op etiketten. Zo vind ik dat Thomas Harris, door wie ik geïnspireerd ben – en niet alleen door The Silence of the Lambs – literaire prijzen had moeten winnen. Hij is een briljant schrijver en zijn taal is prachtig. Door hem dacht ik: een succesvolle thriller schrijven betekent niet dat je rotzooi moet schrijven. Integendeel.’

Huid is de vierde thriller met rechercheur Jack Caffery als hoofdpersoon. Zijn leven wordt bepaald door de verdwijning van zijn broertje Ewan, toen hij 8 jaar was. Verdacht werd de pedofiele buurman, Penderecki, maar er kon niets bewezen worden. Door zichzelf op te hangen ontnam Penderecki Caffery de mogelijkheid tot een ontknoping of wraak. Hij is een gedreven politieman, maar in zijn persoonlijke leven faalt hij in relaties, zeker in die met vrouwen. Toen Hayder na de eerste boeken twee stand alones schreef, werd ze bedolven onder verzoeken Caffery terug te halen. Ze had even genoeg van hem – ‘als van een minnaar die je verveelt’ -, maar ze wist ook dat zijn verhaal nog lang niet af was. Nu houdt ze weer van hem.

‘Ik hou van zijn gedrevenheid, de passie voor zijn werk, maar ondanks dat staat hij niet helemaal in de realiteit, hij heeft er geen wortels, zoals veel van mijn personages. Over mezelf heb ik ook het gevoel, omdat ik vaak verhuisd ben, nooit lang op één plaats bleef, dat ik niet verankerd ben in de maatschappij.’

Een opmerkelijk gebruik van de menselijke huid, om het zacht uit te drukken, speelt een belangrijke rol in het boek. Waar dat idee en andere onderwerpen vandaan komen? ‘Voor Huid had ik Ed Gein in mijn achterhoofd, een beruchte seriemoordenaar die onder meer lijken opgroef van begraafplaatsen en van de huiden ‘leuke dingen’ maakte. Hij was een inspiratiebron voor veel boeken en films. Maar waarmee het begon was een groep vrouwen die een mentale afwijking hebben, en bepaalde delen van hun lichaam zó lelijk vinden dat ze ingrijpend veranderd of van het lichaam verwijderd moeten worden. Waar geen chirurg aan begint. Waarna ze in en uit zichzelf gaan snijden. Het heeft te maken met het gevoel dat je innerlijk en je uiterlijk niet met elkaar corresponderen. Zelf heb ik daar ook in een milde vorm aan geleden. Maar zoals dat wel vaker gaat is het verhaal weggedreven van het beginidee, hoewel lichaamsdelen en huid er uitgebreid in voorkomen.’

Bovennatuurlijke elementen duiken ook steeds weer op in haar verhalen. Zoals de Walking Man, de Wandelaar (geïntroduceerd in het vorige boek, Ritueel (Ritual), die ooit de pedofiel die zijn dochtertje verkrachtte en vermoordde om het leven bracht, nu rondzwerft, en in Caffery’s leven verschijnt als wijze raadgever. Hayder baseerde hem op een ontmoeting met een zwerver die, naar hij zei, een onverdraagbaar leed probeerde te overleven.

‘Meestal zijn het beelden waar ik vanuit ga, uit een droom of uit de werkelijkheid. Twee dagen geleden was ik aan het hardlopen, in een bos vlakbij mijn huis. Ik kwam alleen een paar volwassenen tegen, met wat kinderen tussen de 10 en 15 jaar, die niet helemaal in orde waren. Daar was een meisje bij, die waarschijnlijk geboren was met een afwijkend, vreemd gezicht, dat tegelijkertijd heel mooi was. En ze keek naar me alsof ze zich probeerde te herinneren waarvan ze me kende. Dat gezicht nestelde zich in mijn hoofd en zal een keer in een van mijn verhalen verschijnen.

‘Wat de snoeiharde kanten van mijn boeken betreft, het beschrijven van vreselijke wreedheden. Daarvoor heb ik als vrouw een soort licensie. Als ik een man was, zou ik mijn boeken niet kunnen schrijven zonder volledig gestigmatiseerd te worden. Mensen zouden furieus op me zijn. Ik kom ermee weg, omdat ik een vrouw ben.’

Meer over