Columnsylvia witteman

Ik ken zelf geen mannen die een leren schort hebben, maar dat zal wel weer aan mij liggen

null Beeld

In het tijdschriftenschap trof ik een special van het kookblad Delicious: duimdik, een hard ruggetje, een prijs van € 12,50 en de titel: MAN.FOOD. Ja, die punt hoort erbij, geen idee waarom, maar je ziet hem wel vaker: het blad LINDA. was, bijna twee decennia geleden, waarschijnlijk de eerste met hoofdletters en die punt. De combinatie is waarschijnlijk bedoeld om eenvoud en stelligheid te suggereren.

Van eenvoud en stelligheid is in MAN.FOOD trouwens geen sprake. Er staat ‘VET LEKKER!’ op de cover, ‘kuilkoken, vis roken, oesters openen, kimchi maken’ en vervolgens, op diezelfde cover ‘alles met bacon’ en ‘échte mannen eten vega’. Daar moest ik wel even over nadenken. Zijn mannen die bacon eten dan geen échte mannen?

Bij het bladeren krijg ik het door: het begrip ‘échte man’ is rekbaar als elastiek. Een echte man koopt een halve koe, maar een echte man priegelt ook zijn eigen dimsum in elkaar, een echte man draagt een juchtlederen schort met vijftien verschillende uitsloversmessen erin, (bijgaande tekst: ‘Dit schort er nog aan’, ik verzin het niet) maar hij vult ook helemaal zelf meiknolletjes met parmezaan en laurier.

Een echte man zit met kaalgeschoren kop in deerlijk bemodderde kleren op een stilstaande fiets voor een staldeur uit de hand een stuk vlees te eten, met op de pagina naast hem een noest clair-obscur van een kluit boter met een mes erin, een bruine papieren zak meel waar verkwistend mee gemorst is, bosbessen, die ook al zo achteloos door het beeld rollen, en als pièce de résistance in het midden een rokende, gietijzeren koekenpan (échte mannen zijn dol op gietijzer) met daarin een ‘skillet style Dutch baby’, oftewel een dikke pannekoek.

Door de hele special staan foto’s van victoriaans uitgelichte ribstukken en grote hompen bacon, maar je ziet ook iemand stapje voor stapje een roosje in elkaar knutselen van ‘gegrilde spitskool met oester, dashi-beurre blanc en mierikwortelroom’.

Hoe zit het nou? Op bladzijde 76 komt de uitleg: ‘Ooit was een échte man een vleeseter. Maar inmiddels gaan we net zo hard op jacht bij de groenteboer.’ Aha! Ook verhelderend is de column van Jan Heemskerk, ex-hoofdredacteur van Playboy, dus die heeft verstand van mannenzaken. ‘Ik besloot eens flink tegen mijn boezemvriend Marcel te gaan opscheppen over de sous-vide-kookstaaf die ik mijn vrouw voor haar verjaardag cadeau had gedaan.’ Voor wie de schalkse toespeling was ontgaan, vermeldt Jan even verderop: ‘Ook bij koken gaat het tussen mannen nog steeds over wie-heeft-de-grootste en – vooruit – een beetje over wat hij ermee kan doen.’

Daarna volgt een relaas over het klaarmaken van een kip die de barbecue ingaat met een bikini van aluminiumfolie aan ‘zodat het net leek of de kip voor het eerst op het naakststrand was’. (Begrijpt u het, begrijp ik het.) Goed, er zit een vernisje van zelfspot over deze ongein, maar het is wel een héél dun vernisje.

Dan schept Jan nog een tijdje op over zijn ‘tweemaal gebakken Heston Blumenthalfriet’ en ‘compleet lam-aan-het-kruis boven open vuur’ om vervolgens nogal non sequitur te besluiten dat hij bekeerd is tot het ‘nieuwe mannenkoken’: stamppot spruitjes, en ‘eindelijk eens wegblijven bij dat kinderachtige opbieden tegen elkaar, wat wij mannen altijd doen’. Speak for yourself, Jan!

Ik ken zelf trouwens geen mannen die opscheppen over hun sous-vide-staaf, of een leren schort hebben, of op een stilstaande fiets hompen vlees eten, maar dat zal wel weer aan mij liggen. Misschien ben ik geen échte vrouw? Toch eens aan huisgenoot P. vragen of hij vanavond een meiknolletje voor me wil vullen.

Meer over