‘IK HOU NIET VAN DIE LENI-RIEFENSTAHL-CINEMA’

Jaap van Heusdens eindexamenfilm is uitgekozen voor de studentencompetitie van het festival in Cannes. ‘Er zal niet iemand met een vet contract staan te zwaaien.’..

CANNES

Zijn mobieltje ging toen hij ergens halverwege Utrecht en Den Haag stond te tanken, onderweg naar zijn huidige project – een fotodocumentaire over een bevriende schrijver zonder boek die zijn dementerende moeder verzorgt. Een Engels sprekende man meldde zich, met onmiskenbaar Frans accent.

Dat het hem een hele eer was mister Jaap van Heusden mee te delen dat diens film uit twaalfhonderd inzendingen was geselecteerd voor het programma Cinefondation van het filmfestival van Cannes, de studentencompetitie. Dat vond hij wel het mooie van dat gesprek: dat het die directeur een eer was, en dat niet hij, koud van de Filmacademie in Amsterdam, vereerd moest zijn met de prestigieuze uitnodiging.

Zo simpel is het gegaan met Een ingewikkeld verhaal, eenvoudig verteld, met in de hoofdrollen Dragan Bakema en Johnny de Mol. Regisseur Jaap van Heusden (Utrecht, 1979) had de korte film over de vriendschap tussen twee jonge mannen, van wie er een zal sterven aan de erfelijke longziekte cystic fibrose, zelf ingestuurd. Het idee dat hij iets bijzonders had gemaakt, overviel hem na de vertoning voor de eindexamencommissie. Toen het licht aanging, bekende iemand dat hij even geen woorden had, en de volgende spreker sloot zich daarbij aan. Wrang gegeven: een van de twee producenten, medestudent Robert Schmidt, overleed zelf onverwachts tijdens de opnames.

Een ingewikkeld verhaal, eenvoudig verteld is de komende dagen het enige Nederlandse product dat deel uitmaakt van het officiële programma aan de Côte d’Azur . Vier jaar geleden draaide De laatste dag van Alfred Maassen van regisseur David Lammers mee in dezelfde competitie. De winnaar – er dingen achttien producties mee – krijgt de toezegging dat zijn eerste lange speelfilm op het festival zal worden vertoond.

Cannes, natuurlijk niks mooiers dan Cannes. Het duizelt hem van de festivals waarnaar je werk kunt inzenden – zijn film staat ook op de rol voor bijeenkomsten in Tsjechië en Israël en was geselecteerd voor de studenten-Oscar, maar haalde de nominaties niet. Maar Cannes gaat toch vooral over de verhalen, Cannes is voor hem het festival van de auteursfilm. Zo’n première van The Da Vinci Code is spektakel, zeker, maar het is niet de vlag die de lading dekt. Hij weet trouwens niet wat hij zich bij al die glamour moet voorstellen, hij is er nog nooit geweest en thuis heeft hij geen tv.

‘We gaan met zeven man, in twee auto’s, van het geld dat we uitsparen voor mijn vliegticket. Voor mij is drie dagen een hotel gereserveerd. De anderen vinden wel wat. Mijn verwachtingen zijn niet hoog gespannen, ik heb ook niet het idee dat ik voortaan extra in de gaten zal worden gehouden. Er zal niet iemand met een vet contract staan te zwaaien. Ik zie het als een gelegenheid tot ontmoetingen. Wie weet, wil iemand wel verder met mijn verhalen. Maar eigenlijk is het al goed, mijn film in combinatie met dat festivallogo.’

UTRECHT

Het is een onopvallend bankje in het park, met een verweerde zitting en gietijzeren armsteunen. Het staat in de slagschaduw van een muur waarin planten en struiken zich tussen de bakstenen hebben genesteld. Eerst zitten ze er samen, Tom (De Mol) en Lukas (Bakema), later is Lukas er alleen. De vuilnisbak ernaast hadden ze voor de opnames verwijderd. Die verstoorde de symmetrie.

Of de Utrechtse cabaretier Maarten Blaauw, in 1999 op 25-jarige leeftijd overleden, en Patrick van Es, de scenarioschrijver van de film, ook wel eens samen op het bankje hebben gezeten, dat weet Van Heusden eigenlijk niet. Hij zocht plekken in de stad ‘waar ruimte was’, ‘waar je gesprekken kunt voeren met het idee dat het goed is’. ‘Mmm. Wat een zweeftermen, hè.’ De binnenstad telt volgens hem meer van dit soort locaties, de lage kades langs de grachten bijvoorbeeld; ze zitten ook in de film.

De vriendschap tussen Blaauw en Van Es vormde het vertrekpunt. Van Es begon er bijna terloops over, toen hij met Van Heusden naging of ze voor het eindexamen met elkaar in zee wilden. De regisseur in de dop voelde het gelijk aan: dit is een film.

Hij besefte welke valkuilen er waren: het melodrama, het cliché. Love Story en de lange lijst klonen. Maar ook: kun je zulke heftige emoties over vriendschap en dood wel kwijt in een half uurtje?

Het was de manier waarop de twee de naderende dood probeerden te ontwapenen die Van Heusden tot de overtuiging bracht dat vals sentiment geen kans kreeg. Met humor, theater, teksten die soms bevreemding wekken. ‘Ik dacht als ik dan toch moet sterven dat dit een goed moment zou zijn.’ Of: ‘Waarom huilen we eigenlijk niet?’ ‘Geen idee. Ik huil nooit.’

Van Heusden: ‘We putten uit een bak vol losse ervaringen. Het zijn scènes geworden die tegen het drama ingaan, tegen het gejank. Tussen de fragmenten gaat het scherm telkens op zwart. Dat geeft je de kans even uit het verhaal te komen, maar het zijn ook momenten van ontroering en verstilling. Ik hou niet van die Leni Riefensthal-cinema. Zo van báf, en dan gaan we hier naar links, en nu naar rechts, en zus en zo zit het. Als je daarvan houdt kun je net zo goed naar de Efteling gaan.’

De persoon Tom is niet gecreëerd naar Maarten Blaauw, de gewezen rechtenstudent die met Ruimte een jaar voor zijn dood het Groninger Studenten Cabaretfestival won. Zijn programma ging over een man in een ruimtestation die de aarde uiteen ziet spatten en dus een wisse dood tegemoet gaat. ‘Ik heb grote ambities, veel mogelijkheden, en weinig tijd. Geloof ik’, verklaarde Blaauw nog later.

‘Ik heb zijn familie en vrienden niet gesproken voor de film. We wilden contrast tussen de twee. In Tom zit lichtheid, terwijl Lukas meer de zoeker is. Of dat overeenkomt met de werkelijkheid is niet belangrijk. Het is geen documentaire. De film is een eerbetoon aan Maarten, zeker, maar Patrick zegt er zelf over: dat is een mooie bijzaak. Maar wie Maarten heeft gekend ziet gelijkenis, in de manier waarop Tom de handen in de zakken steekt, zijn das om de hals heeft geknoopt.’

De keus voor Johnny de Mol voor de rol van Tom was verrassend. Normaal het archetype van de bink en het bluffertje, nu hoestend en rochelend het einde tegemoet. Bakema, die in zijn studententijd al met Van Heusden had gewerkt, kwam met de suggestie. ‘Ik kende hem niet, ik heb nooit meegekregen welke rollen hij doorgaans speelt. Ik dacht meteen: een leuke jongen.’

Hij was de enige acteur die overeind bleef naast Bakema. ‘We hebben er wel twintig geprobeerd. Dragan is zo zelfverzekerd, je krijgt al snel dat hij de scène leidt. Maar Johnny was totaal niet onder de indruk. Dat hadden we nodig.’

AMSTERDAM

Op de Filmacademie in Amsterdam heeft hij het vak geleerd. Dat is wat hem betreft de juiste formulering: het vak geleerd. Scripts, casting, belichting, cameravoering. En misschien wel het belangrijkste: dat hij op de set kan inspireren en aansturen. Het werken in een team is weliswaar gruwelijk omslachtig, maar het hoeft de creativiteit niet in de weg te zitten, weet hij nu. Had het hem voorafgaand aan deze film gevraagd, en hij had nog geantwoord dat het hem niet minimaal genoeg kon zijn: een camera en hijzelf.

Hij belandde op de academie nadat hij enige tijd in Afrika had gewerkt als cameraman en editor voor voorlichtingsproducties. Als tiener lagen zijn ambities nog bij management en politiek; Nijenrode, dat was het ideaal – al acteerde hij al lang bij toneelclubjes en schreef hij losse verhaaltjes. Gaandeweg drong zich een ander gevoel op: samen met een vriend – beiden diep gelovig – formuleerde hij het aldus: ‘Scheppen als antwoord op Gods schepping’.

Maar ‘de binnenwereld’, daar is hij in Amsterdam te weinig aan toegekomen. Hoe benut je ervaringen uit het eigen leven om films te maken? Hij kan zich slechts één opmerking herinneren, uit het derde jaar. Een docent vroeg hem na een film over een pientere vrouw die in een verzorgingshuis dreigt te worden weggestopt, waar hij zelf was in de productie; het verwijt was dat de regie te afstandelijk bleef. Op dergelijke vragen had hij wel wat langer willen kauwen.

Hij ziet zelf nu ook wel onvolkomenheden in de film die naar Cannes gaat, zij het vooral in de detaillering. Tegen het eind reikt een Russische vrouw Lukas iets aan. Het zou een snoepje moeten zijn, maar er waren kijkers die er een fotorolletje in zagen. Later, grijnst Van Heusden, als hij ‘groot en sterk’ is, zal hij bij zo’n ervaring naar de producent kunnen stappen en zeggen: opnieuw! Reshoot!

Dat lijkt hem toch wel wat.

Meer over