'Ik heb altijd een soort vijand nodig'

Tim Burton maakte Alice in Wonderland, zijn eerste 3D film. Het was onmogelijk ‘nee’ te zeggen tegen Disneys aanbod die trippy wereld van Lewis Carroll driedimensionaal te verbeelden....

Door Bor Beekman

‘The green shit’, noemt Tim Burton het. Of: ‘dat groene hol’. Ongekende mogelijkheden bieden ze, de groene schermen en objecten waarop computeranimatoren de meest wonderlijke werelden en wezens kunnen toveren. Maar wie zich als regisseur of acteur van vlees en bloed maandenlang omringt met enkel groen, houdt daar wel scherpe hoofdpijn aan over. Dat ondervond Tim Burton (Edward Scissorhands, Batman) bij de opnames voor zijn 3D verfilming van Alice in Wonderland, voor de filmstudio van Disney. ‘Koppijn ja. Het was zwaar, voor ons allemaal. Johnny was eigenlijk de enige die er consequent de lol van inzag.’

Johnny Depp, sinds jaar en dag vaste acteur in Burtons films, speelt in Alice in Wonderland de Mad Hatter, de uitzinnig geklede en gekapte hoedenmaker die Alice ontvangt tijdens zijn tea-party. ‘Johnny was volmaakt tevreden met het acteren tegenover een groene tennisbal’, zegt Burton. ‘Hij had helemaal geen tegenspelers nodig. Hij integreerde de groene set gewoon in zijn rol, die van gek. Maar alle anderen hadden het moeilijk om zich in te leven, wat ik goed begrijp. Als method-acteur had je op de set van Alice helemaal niks te zoeken’.

Ongekamde bos haar, vaalzwart jasje en ogen verstopt achter bril met lichtgetint glas; het uniform van Tim Burton (1958, Burbank, Californië). Je zou de regisseur en producent van duisterkomische films als Beetlejuice, The Nightmare Before Christmas en Sleepy Hollow niet snel associëren met het vrolijke imago van het Disney-concern. Toch kwam Burton er ooit als piepjonge tekenaar in dienst. Om al snel tot de conclusie te komen dat hij het niet kon, die lievige figuurtjes tekenen. ‘We hebben een grappige relatie’, zegt Burton. ‘Ik werd eruit geschopt. Kwam terug. Werd er wéér uitgeschopt. En na Alice zullen ze bij Disney vast weer snel genoeg van me hebben.’

Hij kon met geen mogelijkheid ‘nee’ zeggen tegen het aanbod van de studio. ‘Alice in 3D – dat alleen is al reden genoeg, de mogelijkheid om die trippy wereld van Lewis Carroll driedimensionaal te verbeelden. En het script van Linda Woolverton (The Beauty and the Beast, The Lion King) beviel me. Er zijn al zo’n twintig filmversies van gemaakt, maar die lijden voor mij allemaal aan hetzelfde probleem: te trouw aan de losse, droomachtige structuur van het boek. De kracht van Carrolls vertelling is dat hij op een of andere manier de hersens passeert en direct bij je naar binnen schiet. Maar wat op papier werkt, werd op film een eindeloze reeks ontmoetingen tussen een irritant kind en een stel idioten. Linda gaf het in haar script een narratieve bodem, zodat al die vreemde fantasiewezens weer betekenis krijgen voor de problemen waarmee Alice worstelt in haar echte leven.’

In Burtons contract met Disney is nog één filmproject opgenomen; de 3D-remake van zijn korte film Frankenweenie uit 1984, over een als het monster van Frankenstein in elkaar genaaide en weer tot leven gewekte hond. Niet dat Burton staat te popelen om nu meteen te beginnen. Leeg is hij, na het slopende productieproces. ‘Na elke film wil ik eerst enige tijd nooit meer een film maken. Dat is onderdeel van het beroep.’ Volgens zijn echtgenote, de actrice Helena Bonham Carter (Fight Club, Harry Potter), die in Alice in Wonderland te zien is als de Rode Koningin, had Burton graag nog even doorgesleuteld aan zijn film. ‘Hij vindt ’m nog niet af. Maar er was geen tijd meer.’

Burton, die zich net als Bonham Carter de dag na de wereldpremière in Londen wat katerig langs tafeltjes journalisten werkt: ‘Normaal gesproken film ik een shot en zie ik een ochtend later het resultaat. Nu zag ik het resultaat pas maanden of zelfs pas een jaar later, na al het digitaal bewerken. De film materialiseerde zich pas op het einde, wat me erg onrustig maakte.’

Het had echter ook voordelen. ‘Er was geen gedoe. Disney liet ons met rust omdat ik, tot ongeveer een maand geleden, vrijwel niks kon laten zien.’

Bonham Carter zag de film pas tijdens de première. ‘Dat er ondanks dat complete leger aan animatoren dan toch echt een Tim Burton-film uitrolt, vind ik het meest wonderlijke. Want hij is geen controlfreak.’

Burton vroeg haar voor de rol als valse koningin door een tekening van een vrouw met een groot hoofd op haar schoot te werpen. Bonham Carter: ‘Kijk, ik heb jou getekend, zei hij. Een schets van een boze vrouw met een enorm hoofd en mijn wenkbrauwen. Leuk ook om vervolgens in het script te lezen dat haar rivale, de Witte Koningin, wel als delicaat en knap wordt omschreven.’

Die rol ging naar de Amerikaanse Anne Hathaway. Als hoofdrolspeelster koos Burton de relatief onbekende jonge Australische actrice Mia Wasikowska. De regisseur: ‘Ik heb wel wat bekende gezichten laten langskomen, maar dat werkte toch minder goed. Alice moet zich een beetje ongemakkelijk in haar huid voelen. Mia belichaamt dat. Iets van die triestheid, het idee nergens helemaal bij te passen, kleeft ook echt aan haar.’

Het is vrij makkelijk om van die karakterschets van Alice een lijn naar Burton zelf te trekken, die in interviews vaker heeft gezegd dat zijn jeugd tamelijk eenzaam en onaangenaam was. ‘Ik heb me in Amerika, mijn eigen land, altijd een vreemdeling gevoeld’, zegt hij nu. Burton woont al weer jaren in Londen, met Bonham Carter en hun twee kinderen. ‘Ik moest ontsnappen aan Los Angeles.’ Ook zijn films neemt hij bij voorkeur in Groot-Brittannië op, met een Britse crew.

Burton filmde zijn AIice in Wonderland met een gewone 2D-camera, en liet het materiaal vervolgens naar 3D omzetten. Dat kwam hem op kritiek te staan van Avatar-regisseur James Cameron, die het patent bezit op het revolutionaire nieuwe camerasysteem waarmee je in één keer op 3D kunt filmen, wat een mooier eindresultaat zou opleveren. ‘Avatar is een heel ander soort film’, zegt Burton. ‘En ik heb eerder The Nightmare Before Christmas achteraf naar 3D laten omzetten en dat zag er prachtig uit. Ze willen dat ik hun camera huur of zo, daar komt dat commentaar vandaan.’

In tegenstelling tot Cameron is Burton niet van plan al zijn volgende films in 3D te filmen. ‘Uiteindelijk is het een instrument. Wel een groots instrument, overigens. Je zult alleen zien dat er dit jaar behoorlijk wat waardeloze 3D films worden uitgebracht. Hollywood heeft de neiging om eerst wat af te houden, en dan bij bewezen succes los te gaan: 3D, woooaah! Oh my God! Let’s do it! Let’s put everything in 3D!.’

De veronderstelling dat al die nieuwe technologie filmen makkelijker maakt, spreekt hij tegen. ‘Dat zegt iedereen nu ineens: o, met computers kun je toch alles? Terwijl beperkingen en begrenzingen juist noodzakelijk zijn voor filmers. Ik zou direct bevriezen zodra ik totale vrijheid en onbeperkte mogelijkheden zou krijgen. Want waar moet je beginnen? Zo heb ik tijdens het maken van een film ook altijd een soort vijand nodig – iets om me tegen af te zetten. Liever geen persoon, maar iets als een kwaadaardige coöperatie of zo. Dat helpt.’

Terwijl hij de laatste hand legde aan zijn speelfilm, werd in het Museum of Modern Art in New York afgelopen najaar een grote overzichtstentoonstelling geopend van Burtons werk als visual artist, variërend van filmkostuums tot tekeningen (nog te zien tot eind april). De regisseur noemt het ‘surreëel’ dat hij nu als volwaardig kunstenaar wordt geëerd. ‘Ik ben er zeer blij mee, en tegelijk voel ik me ook kwetsbaar: alsof mijn vuile ondergoed aan de muur hangt. Ik ben geen groot kunstenaar – ik beschouw mezelf niet eens als kunstenaar. Dingen tot leven wekken, dat is wat ik doe. Tekenend of filmend.’

Meer over