TV-RECENSIEJULIEN ALTHUISIUS

‘Ik geloof in mij’ doet aan als een koortsdroom van Dries Roelvink

null Beeld

René Le Blanc is René de Wit en hij had maar vier seconden nodig. Als televisierecensent kun je soms denken dat alles al gedaan is, niets nieuw meer is, dat verrast worden niet meer voor je is weggelegd. Dat de heide misschien nog wel af en toe in bloei staat, maar je er niet meer door gegrepen wordt.

En toen kwam René Le Blanc, een heidebrand. In het intro van Ik geloof in mij, een nieuw programma op SBS6 dat onbekende Nederlandse zangers volgt op hun weg naar... ja, waarheen eigenlijk, staat René Le Blanc in zijn werkkamer. Hij draagt een lichtroze overhemd met net iets te veel knoopjes open. Er prijkt een gouden ketting met kruis op zijn borst. Hij heeft een ovaal, mollig hoofd, met een flinke dos zwartgeverfd, dunnend haar. Op de achtergrond een ingelijste collage foto’s met daarop René Le Blanc. ‘Ik wil echt die status A-artiest hebben’. zegt hij ernstig. In zijn rechterhand, op borsthoogte, houdt hij een kop koffie vast. ‘Waarom?’, vraagt hij zichzelf. ‘Omdat ik het verdien.’

René Le Blanc uit Ik geloof in mij. Beeld SBS6
René Le Blanc uit Ik geloof in mij.Beeld SBS6

Je moet je dromen najagen en altijd in jezelf blijven geloven. Volharden. Dan komt de rest vanzelf. Dat is wat ons wordt verteld. Altijd zijn het de sterren die ons dat vertellen, zij die gearriveerd zijn, de succesverhalen, behaaglijk leunend in hun roem. Maar in Ik geloof in mij gaat het niet om hen, maar om de onzichtbare meerderheid, vasthoudend aan hun droom terwijl ze in de kelderklasse van de faam aanrommelen in de marges van verjaardagen, verzorgingshuizen, zelf meegebrachte apparatuur en falende techniek. Vaak aandoenlijk, soms meelijwekkend. Altijd fantastisch.

Zo heb je Rutger van Barneveld, die met zijn vriendin Ivana op een camping in Zaltbommel woont. Hij had ooit, in 2011, een bescheiden hitje met Helena en heeft nu een houten schutting om zijn woning staan omdat ‘overal waar we komen mensen altijd aan me trekken en doen en we willen allemaal een beetje aandacht en dat is allemaal leuk, maar dit is echt ons plekje’, Rutger, die waarschijnlijk nog niet weet dat hij een typetje van Marc-Marie Huijbregts is, vierde zijn 20-jarig jubileum in het vak met een optreden op een boot, waarbij niemand echt enthousiast was. Behalve de geluidsman, maar dat had meer met de aanwezige televisiecamera te maken.

Het doet af en toe onwerkelijk aan, Ik geloof in mij, als een koortsdroom van Dries Roelvink in een Charlie Kaufman-achtig universum. Voor een niet onbelangrijk deel komt dat door het jaloersmakende en buitenaardse zelfvertrouwen dat de zangers vertonen. ‘René Le Blanc is gewoon een heel aardige gozer, zeg ik altijd’, dixit René Le Blanc, alias ‘de Nederlandse Engelbert Humperdinck’, die voorafgaand aan een optreden in een verzorgingshuis per abuis werd aangekondigd als René Blanché. Er zit een even tragische als hilarische discrepantie tussen zijn veronderstelde zelf en zijn werkelijke zelf. René Le Blanc heeft recht op meer, vindt René Le Blanc. Hij wil - net als iedereen - gezien worden, erkend. Dat gebeurt zeker, in Ik geloof in mij. Het is, ben ik bang, alleen niet de erkenning waar hij zo naar hunkert.

Meer over