'Ik denk nog vaak: sodemieter toch op'

Max Pam werd in 2002 geveld door een hersenbloeding, maar maakte een 'wonderbaarlijke wederopstanding' door. Hij is bezig met een boek over Theo van Gogh en met een literaire novelle....

Door Gijs Zandbergen

Oud-hoofdredacteur Martin van Amerongen van De GroeneAmsterdammer zei eens over Max Pam dat die nog te lui was omOblomov te lezen. Pam: 'Daar had hij wel een beetje gelijk in.Tot mijn dertigste, zeg tot mijn vijfendertigste, heb ik vaakkerngezond tot 's ochtends elf uur in bed gelegen. Dat is eenschakerskwaal. Schakers zijn over het algemeen lui, die liggenlang op bed en doen niks dan uitrusten om eens in de zoveel tijdeen partij van een paar uur te spelen.

'Ik kijk er nu wel met spijt op terug. Tegenwoordig ben ikeigenlijk dag en nacht aan het werk. 's Ochtends om negen uur zitik in mijn werkkamer. Voltaire, die op het laatst van zijn levenook niet meer te houden was, heeft eens gezegd dat werken,werken, werken de enige manier is om je tegen de dood teweer testellen.'

Dat straffe werkschema moest Pam in 2002 noodgedwongenloslaten: 'Toen lag ik ook in bed, maar dan door eenhersenbloeding, en het was nog maar de vraag of ik er nog uit zoukomen. Mijn vrouw en ik hebben serieus overlegd wat te doen alszij met een onmachtige man verder zou moeten leven. Opbergen ineen verzorgingstehuis. We begrepen dat we dit huis moestenverkopen als het mij niet zou lukken terug te komen. Daarvoorhebben we twee tot vier jaar uitgetrokken. Er was geen enkelegarantie.

'Daarom ben ik ook trots op De armen van de inktvis. En op Hetravijn, dat aan de achtste druk toe is en ook is verfilmd.Volgend jaar staat er een boek over Theo van Gogh en Nederlandop stapel, naast een literaire novelle. Ik noem het maar dewonderbaarlijke wederopstanding, uit een positie die ernstigerwas dan ik ooit had meegemaakt.

'Als freelancer was ik er wel aan gewend geraakt omperiodiek in of uit de gratie te zijn. Freelancer zijn is eenbestaan zonder levensloopregeling of pensioen. De enigezekerheid is dat je vaak wordt vernederd door de boven onsgestelden, meestal niet het meest fatsoenlijke deel der natie.Bij reorganisaties, geldgebrek of andere luimen ben je de eerstedie eruit vliegt. Ik was net een beetje van die hersenbloedingopgekrabbeld toen NRC Handelsblad me eruit gooide. Ik was nog ergfragiel, kon nog elk ogenblik omvallen, maar dat weerhield dehoofdredacteur er niet van mij in een gesprek van 45 seconden debons te geven. Terwijl ik toch meer dan 25 jaar voor die kranthad gewerkt.

'Ik wist overigens wel dat het zou gebeuren. Ik had al eenpaar keer een conflict met hem gehad. Eerst over mijn digitalerechten. Als ik die niet afstond, moest ik er rekening mee houdendat ik mijn column zou kwijtraken. Later toen ik op deachterpagina een ironisch stukje schreef over het voornemen omde stukjes op de achterpagina in te korten tot kleuterniveau,kreeg ik meteen een razende brief van de hoofdredacteur en eenzwetende adjunct aan de voordeur. Het tijdstip - nog niet echthersteld van mijn ziekte - en de manier waarop vond ik alleenvery low. Nee, hij heeft na die 45 seconden ook niets meer vanzich laten horen.'

Ressentiment jegens zijn voormalige werkgever speelt geen rol in De armen van de inktvis, een bloemlezing van Pams verhalen,columns, recensies en interviews uit de afgelopen dertig jaar.

'Ik heb een optimistisch, levenslustig boek willen maken.Want zo voelde ik me ook. Dat ik weer terug ben, is natuurlijkeen kwestie van geluk geweest, maar ik ben óók beter gewordendankzij mijn levenslust. Ik wilde dan ook niet met een lulligdingetje terugkomen. Ik wilde een vol en vrolijk boek, waarbijje op elke pagina wel een keer in de lach schiet.'

Uitgezonderd de door Pam afgeserveerde schrijvers,allicht. 'Dat is het vervelende van recenseren. Schrijvershebben over het algemeen een geheugen als een olifant, ikzelfincluis. Als je een keer iets onaardigs over ze hebt geschreven,weten ze dat twintig jaar later nog. Daardoor krijg je dat ze je ontlopen of juist vervelende opmerkingen gaan maken. Het is omdie reden dat ik recepties zoveel mogelijk mijd. Als mijn vrouwmij hoort mopperen bij weer zo'n slecht boek, zegt ze altijd: houtoch op met dat recenseren. Daar heeft ze gelijk in. Toen ikermee begon, gaf ik mezelf vijf jaar. Dat worden er misschienzeven, maar ik word geen Tom van Deel (recensent van Trouw, GZ),of een andere veteraan. Recenseren is uiteindelijk toch niet meerdan aantekeningen maken in de kantlijn van een ander, zoals W.F.Hermans heeft gezegd. Erg waar.

'Met interviews ben ik allang gestopt, wat niet wegneemt datik het met veel plezier heb gedaan. Naarmate je ouder wordt,worden de schrijvers relatief jonger, en ik betrap mezelf eropdat ik steeds minder geneigd ben naar jongeren te luisteren.

'Ik ben ook nooit het type Ischa Meijer geweest, die zichzelfin een interview weerspiegeld wilde zien. Ik vroeg liever naariets dat ik niet wist. De enige die ik nog graag zou interviewenis Michel Houellebecq. Bij hem zou ik aan zijn lippen hangen. Enmisschien Joost Zwagerman. Maar met hem ben ik zo'n beetjebevriend geraakt. Dus dat hoeft niet meer. Als ik van hem ietswil weten, bel ik hem wel op.'

Vriendschappen zijn voor Pam geen vrijblijvende affaires.Meer dan eens was hij in hoogoplopende ruzies verwikkeld. 'Ach,er zijn mensen met wie ik periodiek gebrouilleerd ben, zoals TimKrabbé. Daar is niks mis mee, als je allebei eerlijk bent, komthet vanzelf weer goed. Bovendien ben ik zelf iets mildergeworden. Althans, dat probeer ik, want mildheid is een mooieeigenschap, al kost het me nog steeds enige moeite. Ik heb nogvaak iets van: sodemieter toch op. Gelukkig roept mijn vrouw medan tot de orde. Dan blaas ik even stoom af en dan gaat het welweer.'

De laatste keer dat het hem overkwam, was bij de verkiezingvan minister Donner tot politicus van het jaar. 'Die verkiezing was een beschamende vertoning. Iedere hoofdredacteur die weet wievan zijn parlementaire redacteuren op Donner heeft gestemd,behoort die op staande voet te ontslaan. Als minister is Donnervan de ene blunder naar de andere gestruikeld. Maar wat doet deparlementaire pers? Die prijst hem. Journalisten zouden niet eensaan zo'n verkiezing moeten meedoen. Het zijn bange meelopersgeworden.

'Onlangs zei Donner in de Volkskrant dat niemand kan bewijzendat God niet bestaat. Hij zei dat alsof hij werkelijk iets heelslims had bedacht, een diepzinnige aanval op het atheïsme ofzoiets, maar in feite zei hij iets heel stompzinnigs. Spinozaheeft zich al vrolijk gemaakt over dat soort redeneringen. Maarin Nederland wordt zo'n man verkozen tot politicus van het jaar.Dat is een blamage.'

Ziet hij een verband tussen de houding van de pers en de doodvan Theo van Gogh, over wie hij een boek aan het schrijven is?'Sinds de dood van Theo van Gogh heeft men het over hetverdwijnen van de vrijheid van meningsuiting. Ik geloof dat hetverder gaat. Je zag het al bij de dood van Pim Fortuyn. Het iseen levenshouding die verdwijnt. Afwijkende meningen zullen erwel blijven, maar Nederland wordt steeds minder een land voorafwijkende geesten, voor bohemiens. Theo van Gogh was zo iemand,net als Pim Fortuyn. Dat waren mensen die een krankzinnig levenleidden, die leefden in een bijna absurdistisch vrijheidsgevoel,die min of meer zelf een kunstwerk waren door wat ze zeiden endeden.

'Mijn jeugdheld, de schaker Jan Hein Donner, nota bene eenoom van de minister, was er ook zo een. Ik heb hem erg bewonderd,net zoals ik Willem Frederik Hermans en Karel van het Reve hebbewonderd, plus iemand die nog leeft en wiens naam ik niet wilnoemen. Jan Hein Donner was tegendraads en had volstrekt eigen,onafhankelijke meningen. Toen de communisten uit Afghanistanwerden verjaagd, zei Donner: Dat is heel verkeerd, let op datwordt een bron van chaos.' Hij werd erom uitgelachen.

'Donner had het vermogen om een volksopstand tegen zichzelfte ontketenen. Dat was overigens ook iets lichamelijks, net alsbij Van Gogh. Als je met Theo van Gogh gewoon door deLeidsestraat liep, werd hij door willekeurige voorbijgangers aluitgescholden voor bolle of dikke. Ik heb het meegemaakt datHarry Mulisch in een café door iemand werd lastiggevallen en dateven later Donner met die vent lag te vechten, terwijl Mulischin een hoek rustig zijn pijpje stond te roken. Ik noem datnegatief charisma.'

Herkent Pam, de hekelaar, stokebrand en satiricus, die trekin zichzelf? 'Toch lang niet in die mate. Ik heb anderen wel eenskwaad gemaakt, en ik kan van een mooie ruzie erg genieten. Ikhoud veel van boksen, maar uiteindelijk zijn conflicten slechtvoor de gezondheid. Donner en Van Gogh hadden een zorgelooskarakter. Die maakten ruzie en vielen daarna doodgemoedereerd inslaap. Dat moet je kunnen. Ik kan dat niet.'

Meer over