‘Ik dacht steeds: dit moeten ze zingen’

Vanmiddag gaat het Requiem van Wake in première, de opera waarmee Enschede in mei 2010 tien jaar vuurwerkramp herdenkt.

Het heeft een jaar geduurd voordat Klaas de Vries ‘ja’ zei tegen het verzoek van de gemeente Enschede om een opera te schrijven die in première gaat op 13 mei 2010 – tien jaar nadat een vuurwerkexplosie de wijk Roombeek heeft weggevaagd.

Zijn eerste gedachte: is een opera voor zo’n herdenking niet misplaatst? De Vries: ‘Ik las een interview met de weduwe van een brandweerman. Zij had al moeite met het stedenbouwkundig toerisme dat Roombeek tegenwoordig trekt. Moest daar ook nog muziektheater bij?’

Bovendien wist hij zo snel niet waarover het werk zou moeten gaan. Als Enschede z’n zinnen had gezet op Vuurwerkramp: de opera, dan waren ze bij Klaas de Vries (65) aan het verkeerde adres. ‘Ik wilde een volwaardige opera schrijven, geen gelegenheidswerk. Maar hoe ik ook piekerde, ik kwam niet op een geschikt idee.’

Tot hij Cloud Atlas las, de bestsellerroman uit 2004 waarin David Mitchell zes vertellingen virtuoos verknoopt. Het hoofdstuk over een Britse toondichter die neerstrijkt in Vlaanderen vond De Vries ‘invoelend geschreven’. Mitchell leek hem een muzikale denker, een man ook van de pakkende dialoog. ‘Ik dacht: als híj nou eens het libretto wilde schrijven.’

Na een lezing in Den Haag stapte De Vries op de Engelsman af. De gesprekken die volgden, rondde Mitchell steevast af met de frase: ‘But I really can’t do it.’ Tot hij op een dag bij Klaas de Vries binnenwandelde en zei: ‘I’ve started the libretto!

De componist leverde de titel: Wake, Engels-Nederlands voor ‘dodenwake’. In de eerste akte schetst Mitchell negen personages die in negen appartementen hun alledaagse leven leiden. In de tweede akte barst een ‘sonic disaster’ los – de aard daarvan blijft ongewis. Rouwverwerking tekent het slotbedrijf.

Dat Mitchell niet kon bogen op opera-ervaring vormde een risico, erkent De Vries. ‘Maar de zwakte van veel moderne libretto’s heeft hij overwonnen. Ik had steeds het gevoel: dit móét worden gezongen.’

Hoe precair het operaplan ligt, merkte het artistieke team van De Nationale Reisopera dit voorjaar. Ter oriëntatie liepen De Vries en collega’s over een braderie in Roombeek. Hun oog viel op een spandoek: ‘Wake: een grote leugen!’ De componist begrijpt de emotie die erachter zit. ‘Na alles wat er is gebeurd, zou iemand over de rug van Roombeek eventjes zijn naam komen vestigen?’

Maar eerlijk is eerlijk: dat verwijt valt Klaas de Vries moeilijk te maken. Hij verkeert immers al jaren aan de top van het Nederlandse componeren. In 1984 betekende Eréndira zijn operavuurdoop. Voor het ‘scenisch oratorium’ A King, Riding (1995) ontving hij de Matthijs Vermeulenprijs. Met zijn vrouw, de sopraan Gerrie de Vries, drijft hij De Helling, een vrijplaats voor ‘verrassend en veelzijdig muziektheater’.

Wat Klaas de Vries lastig vindt: het publiek in Enschede wordt deels gevormd door nabestaanden en overlevenden. De meesten van hen zien voor het eerst een opera – en dan meteen de hedendaagse variant.

Maar toegankelijk componeren? Ten koste van wat, vraagt De Vries zich dan altijd af. ‘Ik wil niet hermetisch schrijven en zoek wel degelijk de communicatie. Maar iets anders verzinnen dan Klaas-de-Vriesmuziek, ik zou niet weten hoe het moet.’

Het eerste bedrijf wordt ‘zo bont als maar kan’. Er zit een ouderwetse machotenor in, maar ook het doobie-doo-wah van scat. Het rampbesef van het ultrakorte middendeel daagt onder de elektronische klanken van René Uijlenhoet. Voor de slotakte moest De Vries zijn ‘neiging tot complexiteit’ onderdrukken: ‘Daar spreken de Doden tot de Levenden, eenvoudig en syllabisch.’

Voor de première heeft het Enschedese gemeentebestuur collega’s uitgenodigd van steden met een recent rampverleden, zoals Madrid, Londen en New Orleans. De ambtsdragers krijgen een opera te zien die wordt ingeleid door een requiem.

‘Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad.’ Klaas de Vries sloeg er de Klaagliederen van Jeremia op na. Andere teksten van het openingsdeel – dat vanmiddag in Amsterdam in première gaat – komen uit het Latijnse requiem.

De Vries: ‘Verslagenheid, woede, de vreemde euforie die zo’n calamiteit losmaakt – alle tegenstrijdige gevoelens komen voorbij.’

In de 18de eeuw vond hij het model voor universele dramatiek. ‘Barokmuziek geeft eerder stem aan het verdriet dan aan jouw verdriet.’ Een stenenslijpmachine in Haarlem leverde de noten van een dalende boventoonreeks. ‘De stad die klaagt, het paste perfect.’

De Vries laat zijn Requiem beginnen met een zachte, hoge piccolotoon. Kleurbepalend wordt een ensemble van twee harpen, piano en cimbalom. Het orkest mokert op losse lettergrepen, het koor stamelt. ‘Met trillende kaak’, zegt de componist. ‘Alsof het de emotie maar amper de baas kan.’

Klaas de Vries (Joost van den Broek/ de Volkskrant) Beeld
Klaas de Vries (Joost van den Broek/ de Volkskrant)
Meer over