‘Ik ben niet bang om herrie te maken’

Jamie Lidell oogst met Multiply succes als soulzanger. Hij had al een stevige reputatie in de technoscene. Vastleggen wil hij zich niet....

‘Cool man’, het hoofd dat uit de meterslange wollen sjaal en slobbertrui steekt, heeft hartelijk maar bescheiden kennis genomen van het heuglijke feit. Jamie Lidell, is gepromoveerd van underground artiest tot mainstream darling. Lidells soulliedje Multiply is niet van radio 3FM te slaan.

‘Maar dat betekent niet dat ik me door dat succes laat leiden en nu alleen maar soul ga zingen. Ik hecht heel erg aan het idee dat ik muzikaal alles kan doen en laten wat ik wil. En mezelf herhalen hoort daar niet bij.’

De Britse zanger/knoppendraaier – met de sjaal erbij lijkt het of de Dr Who van de experimentele electronica op bezoek is bij de platenmaatschappij in Hilversum – heeft zich altijd verre gehouden van voorspelbaarheid. Het beeld van soulzanger is nieuw maar hij had al een een stevige reputatie in de avant garde technoscene. Op het Warp label nam hij in 2000 het experimentele Muddlin’ Gear op, vormde samen met mede-techhead Cristian Vogel de formatie Supercollider en zong in de Matthew Herbert’s Big Band (een huwelijk tussen jazz en samples).

‘Matthew vroeg me of ik een remix wilde maken voor het nummer The Audience. Ik had daarvoor iets van die warme Motownsound in gedachten. Toen ik een sample van mijn eigen stem op die manier gebruikte, beviel het me zo goed dat ik voor mezelf iets in die richting wilde doen: een heel album met goede liedjes die me een up-gevoel geven.’

Ruim een half jaar nadat het album uitkwam, pikte 3FM-dj Giel Beelen het nummer op, draaide het grijs en binnen de kortste keren was Multiply het op een na meest aangevraagde plaatje op 3FM; vóór U2 en vóór de Nine million bicycles van Katie Melua. Zelfs bij de platenmaatschappij kwam Lidells hitpotentie als een verrassing. In de eerste week van januari was het album overal uitverkocht.

Vanaf de eerste smeuiige oe’s van het koortje is duidelijk waarom. Lidell klaagt en kermt in de beste Otis Redding-traditie terwijl een bas steady wegplukt en een gitaartje jengelt en zo samen een authentieke soulsetting vormen. De overige nummers van het album klinken als lessen in Jamie’s soulmasterclass. You got me up is de grillige gefragmenteerde funk van Sly Stone, When I come back around heeft de lasersynthesizers van Prince en What’s the use klinkt als een zondagochtend-Marvin Gaye in kamerjas.

‘Het zijn mijn voorbeelden geweest, man. Mijn extended family. Ik luisterde heel veel naar Prince toen ik opgroeide. De manier waarop hij volledige muzikale vrijheid nam om te doen wat hij wilde. Zelfs zo’n rechttoe rechtaan rocknummer als America, staat bol van de freaky gitaren. Ik ben ook niet bang om herrie te maken.’

De luisteraar zij gewaarschuwd. Want wie, verleid door het radiovriendelijke geluid van Multiply, op zoek gaat naar meer Jamie en stuit op zijn debuut Muddlin’ Gear krijgt geen zoetgevooisde engeltjes geserveerd. Denk eerder aan ritmisch gestructureerd geluidspuin, gesausd in ruis en gruis.

Het was volgens de stijlhopper een fase in zijn ontwikkeling als kunstenaar. Wat hem betreft is er weinig verschil tussen Jamie Lidell electronicafreak op het Holland Festival en Jamie Lidell die met Jools Holland op de vleugel een liedje zingt; Jamie Lidell die op Lowlands 2005 zijn stemsamples tot loops verwerkt en de Jamie Lidell die in de Engelse pers de creatieve stilstand in electronische muziek becommentarieert met een kundig: ‘Je bent tegenwoordig al een pionier als je een scheet laat in een microfoon en dat door honderd apparaten jaagt.’

Tja, hij raakte een beetje op het genre uitgekeken. ‘Weet je wat het is, computerelectronica biedt je op elke plek en op elk moment een spectaculair aanbod aan mogelijkheden. Die overdaad doodt je creatieve energie. Veel hedendaagse electronische muziek vervalt daardoor in een gigantische powertrip. Vergelijk het met een waanzinnige lichtinstallatie waarbij je alle lampen tegelijkertijd aanzet. En dan komt er iemand met: ‘‘Ik heb nou toch een mooie, die geeft goud licht.’’ Wat voegt dat nou nog toe?’

Daarom diende de computer voor Multiply alleen als schetsboek en komt bijna alle muziek uit conventionele instrumenten. Zelf zijn collega-electronicafreaks waardeerden de plaat. Alleen aan de overkant roerden zich wat puristen en stak hier en daar dat oude popmonster weer de kop op, met weer eens die pseudo-objectieve vraag: Mag/kan een blanke artiest klinken als een zwarte?

Lidell: ‘De paar keren dat me dat voor de voeten werd geworpen, antwoordde ik gewoon met: ‘‘Mag een zwarte zanger opera zingen?’’ Zo was de discussie snel afgelopen.’

Meer over