‘Ik ben een outsider, altijd geweest’

Haar eerste liederen, en eigenlijk haar hele voorkomen werden verguisd in Portugal. Geen echte fado, want Mísia liet zich begeleiden door viool, in plaats van door de Portugese mandoline en klassieke gitaar....

‘Ik ben een anoniem persoon.’ De witte tekstbutton op de revers van Mísia’s zwarte jasje prikt in de ogen. Niets aan de Portugese zangeres van het trieste lied is toevallig: haar bleke gezicht boven de zwarte designerkleding niet, haar aan de tekentafel ontworpen kapsel niet, het strategisch geplaatste interieur waarin zij bezoek ontvangt niet, dus die button zéker ook niet. Anonymous person? Wil Mísia dan niet langer doorgaan voor ‘koningin van de fado’? Mísia: ‘Ik ben een outsider, altijd geweest. Ik doe niet mee aan die rivaliteitonzin. Amalia Rodrígues was de koningin van de fado. Zij is in 1999 overleden.’

De eretitel speelt geen rol, wil Mísia doen geloven. Toch wordt haar tournee in Nederland deze week aangekondigd als een concertreeks van de ‘queen of fado’. Dat is gedurfd, in een land dat is gevallen voor Cristina Branco. Deze Portugese maakte rond 2000 de fado groot in Nederland, met haar liederen op teksten van de Friese dichter Slauerhoff. ‘Branco?’ De dromerige ogen schieten even vuur. ‘Zij was het vriendinnetje van een van mijn muzikanten. Ik was al jaren voor haar bezig, in een tijd dat de fado nog niet booming was in de wereld. Ik heb een nieuw publiek gemaakt voor de fado, voor nieuwe fado, en zo staat het ook in de Portugese geschiedenisboeken. Mijn publiek weet waarom het mijn publiek is.’

Geen liedkunst hecht zo aan de traditie als de fado. Mísia heeft het geweten. Haar eerste liederen, en eigenlijk haar hele presence, werden verguisd in Portugal. Geen echte fado, want Mísia liet zich begeleiden door viool, in plaats van door de traditionele Portugese mandoline en klassieke gitaar. Mísia: ‘Mijn eerste fado hoorde ik als meisje op straat, ‘s nachts in Lissabon. Een lied gezongen door een blinde violist. Het raakte me, ik dacht niet: is dit wel fado? Op eenzelfde vrije manier ben ik de fado gaan benaderen. Daarom ben ik nog steeds geen traditionele fadista. Ik zie de fado als een van mijn instrumenten.¿

Op haar laatste plaat Drama Box speelt de viool nog steeds een hoofdrol. En laat Mísia tango en Spaanse bolero’s passeren. In Portugal wordt haar kunst als ‘nieuwe fado’ inmiddels geaccepteerd – ‘ik kreeg voor mijn nieuwe plaat zelfs de felicitaties van de regering’ –, maar dat is een moeizaam proces geweest. ‘Toen ik begon, begreep ik niet dat ik ingreep in de kern van een volkskunst. De fado zoals die in fadohuizen in de havensteden wordt gezongen, is nog precies dezelfde als een eeuw geleden.’ De mandoline tokkelt daar de tragische melodie, de performance van de fadista is daarbij statisch en gedragen. Heel anders dan de theatraliteit van Mísia.

De zangeres speelt met haar houdingen, en vogue, kopieert de modellen-look van de cover van de Harpers Bazaar. ‘In Portugal kreeg ik altijd te horen dat ik alleen imago was. Maar ik vind die theatraliteit horen bij de fado, het is mijn interpretatie. De fado gaat over het grote leed van de mens, de dood is nooit ver weg. Ik geef dat op een bijna cinematografische manier vorm. Het zingen van een fado is voor mij een ceremonie, een ritueel. Het helpt mij mijn eigen angsten te verjagen, mijn kleine persoonlijke leed te vergeten.’

De rol van het publiek is bij het ritueel van Mísia van levensbelang. ‘Ik sta tijdens de fado als een medium tussen het publiek en de spiritualiteit van de poëzie. Samen verheffen we ons en vergeten we de buitenkant, worden we lucide.’

Vaak heeft zij zich afgevraagd: hoe kan het dat mijn publiek van Nederland tot Japan de emotie van de muziek zo goed aanvoelt. Waarom komen de tranen precies op de dramatische passages van het gedicht, terwijl het Portugees lang niet altijd wordt begrepen. ‘Fado is de taal van de grote emotie en die hoef je kennelijk niet letterlijk te begrijpen om hem te kunnen voelen.’

Haar publiek, zegt Mísia, is haar grote liefde. ‘Het heeft mij het leven gered. Op mijn meest duistere momenten heeft het zingen van de fado mij kracht gegeven om door te gaan. Daarom voel ik passie voor mijn publiek. Voor ik een podium opkom, ruik ik mijn publiek bijna, zoals een stier voor het gevecht zijn toeschouwers ruikt als hij de arena betreedt.’

Meer over