POSTUUM

IJsberg in een Romeinse fontein

Het was al genoeg als ze zichzelf speelde. Anita Ekberg, de Zweedse godin, beroemd van de fonteinscène in La dolce vita, is op 83-jarige leeftijd in Rome overleden. Van bombshell tot eeuwige ster.

Actrice Anita Ekberg in de jaren vijftig. Beeld anp
Actrice Anita Ekberg in de jaren vijftig.Beeld anp

'Wie is hier de ster?', sprak de zaterdag op 83-jarige leeftijd overleden Anita Ekberg, toen ze anderhalf jaar geleden de opening opluisterde van de grote Fellini-tentoonstelling in het Amsterdamse EYE filmmuseum. Dat was zij natuurlijk, de iconische blonde baadster uit de Trevifontein in La dolce vita. Die bewoog zich voort in een rolstoel vanwege een dubbele heupbreuk, met dank aan een enthousiaste begroeting van haar twee Duitse dogs, maar ook zittend en op leeftijd bleef ze een verschijning. Het haar nog lang en blond, de oogschaduw royaal aangebracht, de fotografen vertrouwd achter haar aan hobbelend. Net een film.

Voor de op 29 september 1931 in Malmö geboren Kerstin Anita Marianne Ekberg gold: eens een ster, altijd een ster. Die positie van de actrice die in zo'n zeventig films speelde, kwam niet zomaar tot stand. Toen de Miss Zweden 1950 (arbeidersgezin, zeven broers en zussen) op 19-jarige leeftijd op het vliegtuig stapte voor de Amerikaanse Miss Universe-verkiezing, sloot ze aan in een lange rij van over Hollywoodsucces dromende starlets. Het was het tijdperk van de bombshell, de veelal inwisselbare pin-ups van wie slechts een enkeling doorbrak. De Zweedse Ekberg verloor de modellenfinale en sprak nauwelijks Engels, maar sleepte er wel een contractje uit bij de filmstudio van miljonair Howard Hughes. De zakentycoon wilde slechts met haar trouwen, verklaarde Ekberg later; ze stapte al snel over naar de concurrerende filmstudio Universal. Daar figureerde ze aanvankelijk als niet meer dan fraaie achtergronddecoratie. Zo was ze, naast andere missen, vluchtig te zien in de sciencefictionkomedie Abbott and Costello Go to Mars (1953), waarin twee ruimtereizigers stranden op een planeet vol schone vrouwenwezens. Ze moest het niet hebben van acteerlessen, besloot Ekberg al vlot; veel belangrijker was haar aanwezigheid in de juiste bladen. Haar romances - onder meer met Errol Flynn, Gary Cooper en Frank Sinatra - trokken de aandacht. Die strategie wierp vruchten af: toen ze eenmaal naam maakte, zag Paramount in de Zweedse seksbom een 'antwoord' op Marilyn Monroe en kreeg ze verscheidene betere rollen aangeboden. Ze gold als beperkte actrice, maar kon op doek wel degelijk kwetsbaar ogen, in weerwil van haar imago als 'ijsberg'.

Ekberg in 2013 op het Filmfestival Berlijn. Beeld EPA
Ekberg in 2013 op het Filmfestival Berlijn.Beeld EPA

Voor Paramount speelde ze een van haar meest geprezen bijrollen, als de verleidelijke Hélène in het epos War and Peace (1956) van King Vidor, waarvoor de opnamen plaatsvonden in het befaamde Cinecittà-studiocomplex te Rome - de stad waar ze zich later zou vestigen. Daar strikte maestro Federico Fellini haar ook, voor die ene onvergetelijke rol. 'Ik was het die Fellini groot maakte, niet andersom', benadrukte Ekberg tijdens haar bezoek aan Amsterdam. Dat was niet geheel waar, want Fellini was al tweevoudig Oscarwinnaar toen hij de Zweedse voor zijn film vroeg, maar ook niet geheel onwaar: middels het succes van zijn satire La dolce vita brak Fellini uit het arthousecircuit, mede dankzij Ekberg. Daartoe hoefde de actrice enkel zichzelf te spelen en juist in die kunst blonk Ekberg uit.

De klassieke scène, wadend als blonde godin in zwarte avondjurk tot heuphoogte in de fontein, was geïnspireerd op een werkelijk fonteinincident uit het Romeinse nachtleven, waarin Ekberg inmiddels een constante was, met immer om haar heen dartelende fotografen. Paparazzo avant la lettre Pierluigi legde het allemaal vast, twee jaar voor La dolce vita, in een fotoverslag voor het dagblad Il tempo. Fellini liet Ekberg een Amerikaanse steractrice spelen, de diva Sylvia, met een drankzuchtige en agressieve man - ook dat was uit het leven van de Zweedse gegrepen, die inmiddels getrouwd was met acteur en dovende ster Anthony Steel.

Laveloos en onderkoeld

Ekberg kon mooi over La dolce vita vertellen, zo ook toen Ivo Niehe haar in 1994 opzocht in haar Italiaanse villa voor zijn TV-show. 'Mastroianni had lieslaarzen aan', zei ze over de fonteinscène, en hij dronk wodka - uit de fles - om warm te blijven. Zelf werd ze volgegoten met cognac. Voor de dialoog ('Marcello, kom hier!') maakte het niks uit, die werd later ingesproken. Beide acteurs waren laveloos en onderkoeld aan het einde van de opnamen, die plaatsvonden in de winterse kou. Zo liefdevol als ze kon spreken over Fellini, met wie ze nog drie films zou maken, zo schamperde ze vaak over tegenspeler Mastroianni die, in weerwil van zijn imago, toch 'heus niet' de ultieme latin lover was.

Voor Fellini verbeeldde Ekberg de ideale onbereikbare vrouw, een droom. Hij liet haar van een billboard stappen, als reuzin en pin-up in de komedie Boccaccio '70 (1962), en filmde haar enkele jaren voor zijn dood nog voor zijn mockumentary Intervista (1987), waarin Ekberg en Mastroianni nog één maal de scène kijken uit La dolce vita.

Ekbergs carrière kende filmluwe periodes en telt uiteindelijk maar één echte klassieker, maar ze verdween nooit helemaal uit zicht of van het doek. De latere jaren van haar leven werden gekenmerkt door pech. Toen ze op hoge leeftijd in het ziekenhuis belandde na een beenbreuk, werden haar bezittingen geroofd en ging haar huis in vlammen op. Berooid vroeg ze de Fellini-stichting om in te springen, maar die gaf volgens Ekberg niet thuis. Afgelopen Kerst werd ze opgenomen in het ziekenhuis waar ze zaterdag overleed, maakte haar advocaat dit weekend bekend. Ekberg had geen kinderen en leefde alleen. Met haar geboorteland Zweden had de ster een moeizame relatie; ze voelde zich er niet voldoende erkend. Over haar carrière was ze verre van bitter. Er zaten toch ook zeer mooie bij, in die lange sliert films. En dat was genoeg.

Meer over