Kunstcolumn

Iedereen wil nu kunst kopen

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

‘Is poep cultuur?’ Ik had de vraag niet verwacht. Mijn dochter was bezig aan een allesomvattende tekening. Ze had het papier in vakken opgedeeld. Een deel heette ‘lucht’, een deel ‘natuur’, een deel ‘eten’ en nu tekende ze in het deel ‘cultuur’. Ze had daarin een gebouw, een telefoon en een boek getekend. ‘Je bedoelt mensenpoep?’ Ze knikte. ‘Wat denk je zelf? Het is wel door mensen gemaakt natuurlijk...’ Ze trok een conclusie en tekende verder.

Eigenlijk, zo dacht ik later, is van belang wíe de poep heeft gemaakt. Wat u in de wc van de buurvrouw vindt is weinig cultureel verantwoord, maar Piero Manzoni’s ingeblikte uitwerpselen Merda d’artista uit 1961 zijn dat wel. Kunstgeschiedenis zelfs. Negentig blikjes vulde de Italiaan: ‘Als kunstverzamelaars iets heel intiems, heel persoonlijks willen van de kunstenaar, dan is er de stront van de kunstenaar, die echt van hem is.’ Dat lustten verzamelaars inderdaad wel, zo’n blikje levert tegenwoordig op veilingen honderden duizenden euro’s op.

Ik schreef in deze column onlangs dat de kunstmarkt gek was geworden, naar aanleiding van de NFT-hype. De ingeblikte poep van Manzoni bewijst dat de kunstmarkt al langer gek is. Kunstenaars reageren daar vaker op. De Amerikaanse kunstenaar Andrea Fraser ging een stap verder. Zij had seks met een kunstverzamelaar, hij betaalde vooraf voor een exemplaar van de video-opnamen van hun vrijpartij. De commercialisering van kunst leidt tot prostitutie, wilde Fraser bewijzen. Inmiddels is een exemplaar van de video aangekocht door het Whitney Museum in New York (‘deels geschonken door een verzamelaar’, staat in het bijschrift).

Ook dichter bij huis zijn boeiende voorbeelden te vinden van hoe hebzucht de kunstwereld perverteert. Het onthullende nieuwe boek Tussen kunst en cash van Pieter van Os (NRC en De Groene Amsterdammer) en Arjen Ribbens (NRC) staat er vol mee. In elk hoofdstuk staat iemand centraal die, zo lijkt het, cash belangrijker vindt dan kunst. ‘Geld zet aan tot lelijk gedrag’, schrijven Van Os en Ribbens, en ze beschrijven vervolgens het gedrag van bijvoorbeeld kunsthandelaar Jan Six, kunstpromotor David Polak en oud-museumdirecteur Beatrix Ruf.

Verzamelaar Bert Kreuk legt in het boek uit dat hij de kunstmarkt onethisch vindt. Handelen met voorkennis is gebruikelijk: ‘Iedereen wil nu kunst kopen, omdat er gewoon veel geld in omloop is, meer geld dan voorheen, en dat geld kan op weinig plekken flink renderen. Wel in de kunst.’

Het boek van Van Os en Ribbens laat mooi zien dat niet alles in de wereld zo helder te categoriseren is als mijn dochter zou willen. Vaak is kunst ook cash. Soms wordt poep cultuur. En het zinnetje ‘iedereen wil nu kunst kopen’ kan in een andere context optimistisch stemmen. Dat merkte u wellicht toen u het boven deze column zag staan. Mijn dochter bleek trouwens geen poep te hebben getekend. Waarom eigenlijk niet? ‘Ik denk dat poep van mensen toch officieel door de natuur wordt gemaakt.’

Meer over