Een land in 100 portretten

Iedere onbekende Nederlander heeft een goed verhaal

Louis Benoist, de geldmaatman. Beeld Annabel Miedema
Louis Benoist, de geldmaatman.Beeld Annabel Miedema

Columnisten schrijven vaak óver mensen, maar vragen zelden wat die mensen er zelf van vinden. Margriet Oostveen doet dat wel, maakte het boek Onbekende Nederlanders en ontdekte hoe het geldmaatman verging.

Geldmaatman was een naamloze boze burger om wie half Nederland zich vermaakte, nadat hij in een filmpje over de nieuwe geldmaat van Honselersdijk zijn fascinerende onvrede met de gele flappentap onder woorden had gebracht. Volgens geldmaatman bewees die dat ‘de sjeu’, er nu wel definitief ‘van af’ was, ‘en dat vind ik al heel lang in deze maatschappij’.

Het filmpje ging twee jaar geleden viral. Dat was lachen. Eva Jinek liet het in haar talkshow zien met de woorden: ‘Gaat heel goed in Nederland toch, als we dit soort klachten serieus kunnen nemen?’

Niemand, behalve de lokale nieuwssite die het uitzond, had geldmaatman daarna nog gesproken. Zijn woorden lieten me niet los. Wat wilde hij nou eigenlijk zeggen? Ik moest hem zien te vinden.

In mijn verhalen voor de krant mijd ik meestal bekende mensen. Een oorzaak ligt in 2006, toen ik naar Washington D.C. verhuisde en zes jaar lang columns in NRC zou schrijven over de onbekende Amerikanen in deze sterk gesegregeerde stad. Ik merkte dat ik Amerika veel beter begreep door met hen te praten dan door het grote nieuws van de dag te volgen.

Onbekende mensen

Toen ik in 2011 terugkeerde en Nederland weer moest leren kennen, ging ik door met die reportage-achtige columns in NRC, maar nu met onbekende Nederlanders. Het gekke was dat praten met onbekende mensen hier op dat moment nog nauwelijks in columns gebeurde. Nederland heeft een flinke traditie van columnisten die óver mensen schrijven, maar ze vragen zelden gewoon eens door naar wat die mensen er nou zelf van vinden. Amerikaanse columnisten doen dit vaker, misschien vond ik het daarom vanzelfsprekender. Ik ben een fan van de journalist Calvin Trillin, die van 1967 tot 1982 voor The New Yorker door het land trok om zijn serie ‘U.S. Journal’ over kleine gebeurtenissen te schrijven.

Zes jaar geleden begon ik in de Volkskrant met Toine Heijmans en Ariejan Korteweg volgens hetzelfde principe de verslaggeverscolumn. Die mag overal over gaan, maar voor mij zullen onbekende Nederlanders toch de hoofdzaak blijven.

Nu rijd ik dus tien jaar door Nederland en ik moet over een kleine duizend onbekende Nederlanders hebben geschreven, nog steeds maar een fractie van het totaal. Je hoort inmiddels van mensen met verstand van dingen dat journalisten vaker de Randstad uit en de regio in moeten; sommigen pakken daar dan ijverig de statistieken bij om te bepalen waar de gemiddelde Nederlander woont, maar volgens mij is dat allemaal het voornaamste niet. ‘De’ Nederlander heb ik nooit gezocht en al helemaal niet ‘de gewone Nederlander’ – toch al meer een politieke uitvinding, die bijna altijd dient om mensen tegen elkaar uit te spelen. Trap er niet in. (Écht gewone Nederlanders noemen zichzelf trouwens ‘gewone mensen’.)

Het voornaamste is doodgewoon je gemeende interesse in iemands verhaal. Want iedere onbekende Nederlander heeft een goed verhaal, waar die persoon zich ook bevindt. Kijk maar naar geldmaatman.

Louis Benoist werd zelf even bekende Nederlander door een optreden in het populaire datingprogramma Lang leve de liefde op SBS 6.
 Beeld Annabel Miedema
Louis Benoist werd zelf even bekende Nederlander door een optreden in het populaire datingprogramma Lang leve de liefde op SBS 6.Beeld Annabel Miedema

Wie was geldmaatman? Ik kreeg zijn naam van de Westlandse lokale nieuwssite WOS: Louis Benoist. En ik vond na een dag zoeken een conciërge op een particuliere school in Den Haag die zo heette. Toen ik Louis Benoist aan de telefoon kreeg, bleek hij een trouw lezer van de Volkskrant. En dat niet alleen.

De volgende dag zat ik in zijn eenkamerwoning in Honselersdijk. Hij vertelde dat hij de krant op zijn werk las, want een abonnement kon Louis niet betalen. En dat hij me zelfs al een paar keer had gemaild, over mijn verslaggeverscolumns. Ik checkte stomverbaasd mijn telefoon, folder lezerspost:

‘Goedemorgen, Interessant stukje, helaas is er tussen de laag- en hoogopgeleiden nog steeds een gat in het uurloon.’

Vriendelijke groet, Louis Benoist. Hij had al vier keer geschreven, en ik had hem steeds bedankt voor zijn tips, maar was zijn naam dus intussen vergeten.

‘Geeft niet’, grijnsde hij. ‘Zo gaat het.’

Ja, zo gaat het, in de dagelijkse informatiestroom.

Die middag vertelde Louis welbespraakt over zijn leven als intelligente, maar door omstandigheden laagopgeleide man. Over het geweld van zijn vader, hoe hij op zijn 16de al ging werken om maar overeind te blijven, als portier, beveiliger, wijkbeheerder, tot zijn complete wijk werd afgebroken voor ‘nieuw elan’. Hoe de steenrijke kinderen op de particuliere school waar hij nu conciërge was in eigen Tesla’s rijden. Over zijn 1.400 euro inkomen per maand tegenover ‘het raakt-me-nietbeleid van de hogere echelons’. En dat bijna niemand uit deze twee werelden elkaar meer kende, omdat het laatste beetje menselijk contact leek te verdwijnen. ‘Voor wie niet veel heeft, is dat belangrijk.’ Dát had hij willen zeggen, bij de flappentap.

Louis Benoist: ‘De scheiding tussen de haves en have-nots wordt alleen maar groter.’ Beeld Annabel Miedema
Louis Benoist: ‘De scheiding tussen de haves en have-nots wordt alleen maar groter.’Beeld Annabel Miedema

Ik schreef mijn column over Louis en werd overspoeld met reacties: díé man kon het nou eens uitleggen! Graag meer onbekende mensen als meneer Benoist in de media!

Uitvoeriger in de media dan alleen maar boos, bedoelden de meesten. En ja: waarom gebeurt dat eigenlijk niet?

Bekende Nederlanders doen het intussen overal uitstekend. Sywert van Lienden verdiende 9 miljoen aan mondkapjes, maar ook aan het blinde geloof in bekendheid. ‘Ik sluit niet uit dat het feit dat iemand zo veel publiciteit zocht (...) een rol heeft gespeeld’, moest minister Van Ark toegeven.

Ook in kranten krijgen bekende Nederlanders hun plaatsje royaal toebedeeld. Lezers mopperen daar soms wel wat over, maar u bent hier toch echt medeplichtig aan. Strik een bekende Nederlander en hoge leescijfers zijn verzekerd.

En het is niets nieuws, in de jaren twintig stonden honderdduizend mensen langs de straten van Manhattan voor de begrafenis van filmster Rudolph Valentino, zegt Jaap Kooijman, hoofddocent mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Maar er veranderde ook het een en ander.’ Het voornaamste: er kwam een berg media-aanbod bij, van tv-zenders tot YouTube en Instagram. Daardoor werd het voor onbekende mensen ook gemákkelijker om aandacht te krijgen. ‘Zie alle Instagram-influencers.’ Of anders twee woorden: Willem Engel.

Aandachtseconomie

Wie bekend is onder vijftigers, is dat nu ook niet meer vanzelfsprekend eveneens bij jongeren. Kooijman gaat er zelfs niet meer blind van uit dat zijn studenten weten wie Matthijs van Nieuwkerk is. Om op te vallen in die medialawine ontstond een aandachtseconomie: van de realityster die verzonnen persberichten tikt om in de picture te blijven, tot de journalisten en ook wetenschappers die de lezersteller zien meelopen naast hun artikelen. Wie publiek weet te trekken, wint en dat lukt bekende mensen nu eenmaal makkelijker.

Kooijman: ‘De aandachtseconomie is een zelfversterkend mechanisme: hoe meer aandacht je kunt genereren, hoe groter je aandeel in het debat. En een onvermijdelijk gevolg is dat alle nadruk op bekendheid, persoonlijkheid en profilering uiteindelijk leidt tot het uitsluiten van stemmen die minder aandacht weten te trekken.’

Eeuwenlang wezen geestelijken of autoriteiten de weg in het leven, nu doen bekende mensen dat. Zij werden een baken in de mediamist, al is het maar om je tegen af te zetten. Maar er is nog iets: nu algoritmen onze interesses nogal hardnekkig sturen, sterft de collectieve beleving langzaam uit. Nieuwe politieke splinterpartijen: al bijna een kwestie van lifestyle. Iedereen kan nu stralend middelpunt zijn van zijn eigen comfortabele online-universum. Onze intuïtie voor de ideeën van een ander gaat zo al snel kopje-onder in een zee van allerindividueelste keuzemogelijkheden. Soms ben ik bang dat mensen daardoor steeds minder interesse in de onbekende ander zullen krijgen. Alleen rond bekende mensen vind je wat nog over is aan gezamenlijkheid.

Talkshowtafels

Je hoort ook veel geklaag over steeds dezelfde hoofden aan talkshowtafels, maar wat is precies de stand? Ik zoek contact met Nel Ruigrok van LJS Nieuwsmonitor. Zij belooft met haar studenten onbekende Nederlanders in talkshows te gaan tellen. Zij gebruiken daarvoor de term ‘burgers’.

Volgens Ruigroks telling varieert het aantal onbekende gasten in de talkshows van 3 tot 8,5 procent van het geheel aan gasten per tafel (zie grafiek). Uit het onderzoek rolt zelfs een naam van de meest gevraagde onbekende Nederlander: Lucelle Comvalius, docent maatschappijleer in Ermelo.

En waar kwamen de onbekende Nederlanders over te praten? Maar liefst 40 procent van de onbekende gasten zat er in de rol van slachtoffer. Het was natuurlijk een coronajaar, maar toch opvallend.

null Beeld

Hoe groeide die dichtheid van bekende Nederlanders? Ik vraag het Bert van der Veer, al decennia bekend allround tv-regisseur, van grote talkshows, zoals Barend & Van Dorp en Pauw & Witteman. ‘Je kunt een talkshowpresentator niet gelukkiger maken dan met een onbekende Nederlander met een goed verhaal’, zegt hij, maar het is ‘moeilijk zoeken’ naar goede onderwerpen: ‘Je moet de regionale pers in de gaten houden, maar je wilt geen Hart van Nederland.’

Onbekende Nederlanders vallen ook vaak af omdat ze niet de volgens Van der Veer ‘noodzakelijke flux de bouche’ hebben. De woordenvloed: ‘Het is he-le-maal niet relaxed om daar te zitten.’

Zou dit enigszins te veranderen zijn? Om onbekende Nederlanders die we nu over het hoofd zien wat meer stem te geven? Van der Veer: ‘Waarom zouden we? Omdat ze gehoord willen worden? Dat is een discussie die toch nooit verstomt.’

Het gaat in de media vaak over de vraag of er genoeg vrouwen of mensen van kleur rond talkshowtafels zitten, maar eigenlijk nooit over de hoeveelheid onbekende Nederlanders, zeg ik. Van der Veer: ‘Klopt! Terwijl een goede mix tussen bekende en onbekende mensen altijd als ideaal werd gezien.’

Bij Sonja Barend kon dat nog en Van der Veer weet ook exact wanneer die mix lastig werd: toen hij in de jaren negentig met de talkshow Barend & Van Dorp begon en ze vijf keer per week gingen uitzenden. ‘Alle praatprogramma’s voor die tijd hadden al bekende Nederlanders, maar die zonden maar één keer per week uit. Dus zag je bekende mensen minder vaak. Wij moesten leunen op bekende gasten die ook nog konden terugkeren. Boudewijn Büch zat iedere week bij ons.’ Vanaf toen begon de bekende Nederlander de onbekende aan talkshowtafels te verdringen.

En Bert van der Veer erkent: ‘Waar het echt over gaat in Nederland, dat is helemaal niet geschikt voor de talkshowtafels’.

Lucelle Comvalius, de bekendste onbekende Nederlander Beeld
Lucelle Comvalius, de bekendste onbekende Nederlander

De bekendste onbekende Nederlander

Lucelle Comvalius is met twee optredens in M en zeven in De vooravond de meest gevraagde onbekende Nederlander uit het onderzoek van Nel Ruigrok. Comvalius werd daar bekend als docent maatschappijleer aan het christelijk college Groevenbeek in Ermelo. ‘Na de zomer werd ik vaak gebeld over de Black Lives Matter-beweging. Na een paar keer heb ik gepast, want voor mijn gevoel was ik niet hun woordvoerder.’ Daarna vroeg De vooravond haar als vaste gast voor de geschiedenisrubriek. Nu willen mensen in Ermelo vaak met haar op de foto. Inmiddels werkt Comvalius op de Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Eind mei ga ik terug naar Louis Benoist. Intussen is hij zelf even bekende Nederlander geworden, dankzij een optreden in het populaire datingprogramma Lang leve de liefde op SBS 6. Ze hadden hem in een memorabele uitzending gekoppeld aan Susan, die opeens onthulde transgender te zijn. Opnieuw stal Louis alle harten, nu door zijn liefdevolle reactie (‘Het gaat om je karakter!’).

Ik vraag: ‘Voelde jij je niet gemanipuleerd?’

Hij: ‘Er staan wel twintig camera’s op je gericht, Margriet. En het is de bedoeling dat je je een beetje menselijk profileert. De meeste transgenders zitten hier gewoon heel erg mee.’

Nee, Louis Benoist heeft geen enkel gebrek aan flux de bouche, maar nu zit hij weer hele dagen in zijn eenkamerwoning. Het afgelopen jaar verloor hij door corona zijn baan: de particuliere school bleef open, maar Louis (61) durfde niet meer te komen, als conciërge op leeftijd tussen zo veel tieners, hij kreeg daar ernstige paniekaanvallen. Hij moet kunnen vluchten, sinds het geweld van zijn vader. Een psychiater constateerde PTSS.

Maar in de media vond hij zijn situatie niet terug. Daar ging het vooral over ‘hoogopgeleiden, thuiswerken en de horeca, en bijna nooit over alle mensen met mbo of lager die niet thuis móchten werken’, zegt Louis. ‘En dat komt door de vermaakmaatschappij. Daar wordt de scheiding tussen de haves en have-nots alleen maar groter.’

Weet híj dan misschien een format voor de onbekende Nederlander? O ja, zegt Louis. ‘Neem ze gewoon met je mee. Zoek het avontuur op!’

Margriet Oostveen: Onbekende Nederlanders – Een land in 100 portretten.
Thomas Rap; 328 pagina’s; € 22,99.
Verschijnt donderdag 10/6.

null Beeld Thomas Rap
Beeld Thomas Rap