INTERVIEWJELLE PIETER DE BOER EN PAUL COHEN

‘Ida Haendel was de allergrootste violist ooit, ze had alleen niet de goede pr’

Ida Haendel, thuis in Miami: ‘Ik liet haar in een concertjurk het gras maaien en we hadden de grootste lol.’Beeld Jelle Pieter de Boer

Op 1 juli overleed de legendarische violist Ida Haendel. Twee Nederlanders willen voorkomen dat ze wordt vergeten. Paul Cohen maakte een film over haar. Huisarts en hartsvriend Jelle Pieter de Boer legde haar leven vast in zevenduizend foto’s – en bezocht haar drie keer per jaar in Miami.

Het is woensdag 1 juli, 10.33 uur, als de telefoon gaat. Het is Paul Cohen, filmmaker, bekend van muziekdocumentaires De winnaars en Janine, over Janine Jansen. Cohen wil ons aan iemand herinneren: Ida Haendel, de legendarische violist over wie hij de film I am the violin (2004) maakte. ‘Jullie zijn haar toch niet vergeten?’, vraagt hij. Het gaat slecht met haar, hoorde hij van een vriend van haar, de Nederlandse huisarts en fotograaf Jelle Pieter de Boer. Die reist drie keer per jaar van Eindhoven naar Miami Beach om haar op te zoeken.

Als Cohen belt, heeft de Volkskrant al een necrologie klaarliggen, want ook bij grote artiesten kun je niet uitsluiten dat ze sterfelijk zijn. Nee, we zijn haar niet vergeten, maar het telefoontje is begrijpelijk. Haendel, ex-wonderkind, had een carrière in de top die ruim zes decennia duurde, maar al stopte ze nooit officieel, ze overleefde haar grote roem. Ze hoort bij een tijdperk dat al afgesloten leek – de tijd waarin de platenindustrie nog op gang moest komen en violisten uit bijvoorbeeld Rusland écht heel anders speelden dan die uit Frankrijk.

We vragen Cohen of hij terug wil bellen als hij meer weet.

Om 12.46 uur belt hij opnieuw. Ida Haendel is overleden.

We trekken het na en actualiseren het stuk. Om 13.59 maakte de Volkskrant het verdrietige nieuws wereldkundig, als eerste medium, dankzij twee Nederlandse bewonderaars.

Bewonderaar, vriend: het zijn woorden die de band die Jelle Pieter de Boer met Haendel had, eigenlijk tekortdoen. Ze werden zo hecht, dat hij hoogstpersoonlijk een verzorger uitkoos toen ze zorg aan huis nodig had. Toen ze vier jaar geleden haar heup en pols brak, vroeg Haendel om ‘dokter De Boer’ en vloog hij naar haar toe. Hij begeleidde haar op concertreizen tot in Roemenië. Op zijn trips naar Miami digitaliseerde hij alle opnamen die hij vond – en maakte hij en passant zevenduizend foto’s van haar.

Beeld Jelle Pieter de Boer
Ida Haendel in haar jonge jaren.Beeld Jelle Pieter de Boer

Waarom zou je al je vakantiedagen besteden aan bezoeken aan een oudere vrouw aan de andere kant van de Atlantische Oceaan? Wat maakte haar tot zo’n ‘magneet’ (dixit Paul Cohen)? Zondag 12 juli zitten we met z’n drieën in het Amsterdamse appartement van Cohen om antwoorden te vinden op die vragen.

Dat De Boer (39) verslingerd raakte aan Ida Haendel, kwam door de documentaire van Cohen (62). ‘Ik speel zelf viool en was meteen verkocht toen ik Ida hoorde’, zegt De Boer. ‘Door haar toon. Ze kwam ongeveer tot mijn onderste rib, ik ben 1.90 meter, maar ze kon met het grootste gemak een hele zaal vullen. Ik begon opnames van haar te verzamelen. In 2011 dacht ik: ik wil haar eigenlijk eens vertellen hoe fantastisch ik haar vind spelen. Toen heb ik Paul een mailtje gestuurd met de vraag of hij me met haar in contact wilde brengen. Je vroeg: ‘Vertel eens wat over jezelf, dan kan ik je beter introduceren.’’

Lees hier ons in memoriam terug. De documentaire I am the violin is hier te bekijken.

Paul Cohen: ‘Joh, dat was ik helemaal vergeten.’

De Boer: ‘Toen zei je: ‘Ik heb mevrouw Haendel gesproken, ze vindt het leuk als je een keer belt, hier is haar nummer.’ Ik heb dagenlang moed verzameld om te bellen. Ze vroeg: ‘Wat kan ik voor je doen?’ ‘Nou, eigenlijk niet zo veel’, zei ik, ‘ik wilde gewoon zeggen hoe fantastisch ik u vind.’’

Cohen: ‘En toen antwoordde ze?’

De Boer: ‘Ze zei: ‘Nou, vertel!’ Haha.’

Cohen: ‘Een lichte vorm van narcisme was haar niet vreemd. Maar dat kan ook haast niet anders als je al vanaf je zevende concerten geeft en wordt bejubeld. Je moest haar wel bevestigen in haar grootsheid.’

De Boer: ‘Maar het was een heel leuk gesprek, van een uur of twee. Dat ik geneeskunde heb gestudeerd, heeft ontzettend geholpen. Als je in de Joodse cultuur dokter of advocaat bent, is dat fantastisch. Vervolgens kwamen de medische vragen. Het werd meteen een conversatie van twee kanten. Voor ik het wist, belden we twee keer per week, vooral tijdens mijn nachtdiensten.

‘Na driekwart jaar telefoneren zei ze: ‘Ik heb een uitnodiging gekregen voor Wigmore Hall in Londen, daar word ik geïnterviewd.’ Ik ben daar naartoe gegaan. Ze speelde de Chaconne van Bach, ik werd echt van mijn stoel geblazen. Na afloop omhelsde ik haar. We hebben een uur gekletst, zijn daarna gaan lunchen en daarna moest ik mee schoenen kopen. Liep ik daar ineens met haar Stradivarius onder mijn arm.

‘De eerste keer dat ze me uitnodigde in Miami, wist ik niet wat ik zag. Ze haalde me op in haar Lincoln Town Car. Haar huis bleek een museum. Er hingen brieven aan de muur van John F. Kennedy (haar vader had al de Kennedy’s geportretteerd, red.), van pausen, van Jean Sibelius, die haar bedankte voor hoe perfect zij zijn Vioolconcert had gespeeld.

‘Een typische dag met Ida? Die was er niet, er was altijd avontuur. Ik kon naar een concert gaan met haar zonder kaartjes, we kwamen binnen en werden met alle egards ontvangen. Aan tafel eindigde je altijd met tien mensen. Ik kon met haar de meest extravagante fotoshoots doen. Ik liet haar in een concertjurk en pruik het gras maaien en we hadden de grootste lol. Het was verslavend om bij haar te zijn. Hoe meer ik daar kwam, hoe meer mensen om haar heen ik leerde kennen. Het violistengebeuren raakte op de achtergrond. Eén keer vroeg ze me om voor haar te spelen. ‘Very good’, zei ze. ‘Very good. For a doctor.’’

‘Ik kon met Ida de meest extravagante fotoshoots doen.’Beeld Jelle Pieter de Boer
Beeld Jelle Pieter de Boer

Cohen: ‘Bij Jelle is het op een soort verliefdheid uitgedraaid. Ik had meer een regisseursrelatie. Maar ik begrijp zijn fascinatie goed. Van alle hoofdpersonen uit mijn films, is Ida de enige met wie ik nog zo lang contact heb gehouden en een sterke band voelde. Af en toe belde ik haar op. Dan was ze was ook om een andere reden blij om me aan de lijn te hebben. Ze hoopte dat ik wel concerten voor haar kon regelen. ‘Waarom bel je Riccardo Chailly (oud-dirigent van het Concertgebouworkest) niet zodat hij me kan uitnodigen?’, vroeg ze dan. Ze was toen al over de tachtig, maar zo charmant dat ik daadwerkelijk het Concertgebouw mailde: ‘Ida Haendel wil heel graag komen’. Ze leefde voor de muziek, ze kon het niet loslaten.’

De Boer: ‘Ze wilde altijd bewijzen dat ze het nog kon. Ook al speelde ze de afgelopen vier jaar niet meer, ze bleef volhouden: als het moet, speel ik.’

Ida Haendel werd geboren in een Joods gezin in het Oost-Poolse stadje Chelm. Haar vader was portretschilder, maar had eigenlijk violist willen worden, wat zijn streng religieuze vader hem verbood. Zijn eerste dochter, Alice, moest de belofte inlossen en violist worden. Maar toen zijn tweede dochter Ida op 3-jarige leeftijd de viool oppakte, bleek zij veel beter. Haar vader torste Ida mee naar alle grote violisten van die tijd.

En ze viel op. Het was aan haar talent te danken dat het gezin in 1938 een visum kreeg voor het Verenigd Koninkrijk en zo de vervolging van de nazi’s ontliep. Later verhuisde het gezin naar Montreal, Canada.

Het Haendel-mysterie

De leeftijd van Ida Haendel behoort tot de grote raadsels van de klassieke muziek. Zelf hield ze vol dat ze in 1928 geboren was, maar waarschijnlijker was het geboortejaar 1924. Haendel hield vol dat ‘1924’ het bedenksel was van een concertorganisator die een boete vreesde wegens kinderarbeid. Ze kreeg een slecht humeur als haar vioolspel in verband werd gebracht met haar leeftijd.

Cohen: ‘Ze is enorm beschermd opgevoed, ging niet naar school. Ik denk dat het haar relatie tot mannen in de weg heeft gestaan: ze zat in een cocon, was altijd op reis voor concerten, en anders hield haar vader, die ze als bodyguard omschreef, de mannen wel af. Ze heeft nooit een relatie gehad, terwijl ze zich wel sexy kon kleden. Die relatie tot haar zus – ze waren heel hecht, maar ook altijd aan het kibbelen – was voor de film ook interessant. Ida maakte dan opmerkingen zoals: ‘Kijk hoe prachtig ze eruitziet.’’

De Boer: ‘Kijk die jukbeenderen, dat mooie neusje!’

Cohen: ‘Om dan af te sluiten met: ‘Maar ik heb het talent.’ Je hebt veel mensen die goed kunnen spelen, maar die zijn niet per se interessant voor film. Bij Ida was er zoveel groot en klein drama. Ze was een van de eerste vrouwelijke vioolgrootheden, ze hoorde gewoon thuis in het rijtje met Yehudi Menuhin, Isaac Stern en David Oistrach...’

De Boer: ‘…maar waar die mannen vette contracten kregen, werd zij als vrouw geacht gratis te spelen. Pas op latere leeftijd ging ze goed verdienen. Dat is een grote frustratie van haar geweest. Voor mij staat buiten kijf: ze is de beste violist die er is geweest. Alleen heeft ze niet de goede pr gehad.’

Beeld Jelle Pieter de Boer

Cohen: ‘En dat hondje, dat ze als een surrogaatkind vertroetelde, dat is voor een filmmaker natuurlijk goud. Decca heette dat beestje, zo’n klein pomeriaantje. Ze had het vernoemd naar haar platenlabel. En Decca ging overal mee naartoe hè? Ze nam hem mee in het vliegtuig, gewoon in een tasje. Ze had zo’n uitstraling dat het grondpersoneel en de stewardessen het maar lieten gebeuren. Je kon niet weigeren.’

De Boer: ‘Ze heeft er vier gehad. De eerste twee had ze laten opzetten. Van Decca I was het oogje er al uit en viel het lipje eraf, er hing een grote roze sjaal omheen. Toen Decca III een paar jaar geleden overleed, heeft iemand precies zo’n hondje uit het asiel gehaald. Ze had dat niet meer in de gaten. Decca IV was voor haar Decca III.

Ida Haendel en haar pomeriaantje, Decca III.Beeld Jelle Pieter de Boer
Ida Haendels memorabilia.Beeld Jelle Pieter de Boer

‘Zo’n vijf jaar geleden begonnen er gaten te vallen in haar geheugen. Slimme mensen die met dementie worstelen, kunnen dat heel lang verbergen, en zij was een wonder in het verzinnen van excuses. Na haar val keek ze niet meer om naar de viool. Maar alle mensen die naar haar verzorgden, moesten wel de illusie in leven houden. In 2015 werd ze gevraagd om het Eerste vioolconcert van Max Bruch te spelen. Haar neef vroeg me of ze het nog zou kunnen. Ik vond dat we het haar niet konden aandoen. Wat als ze haar evenwicht zou verliezen? De viool kan zo’n rotinstrument zijn, je hoort alles. Bij het minste of geringste klinkt het verschrikkelijk.

‘Haar de grote Ida Haendel laten zijn, werd meer en meer het doel van mijn reizen. Ego strelen? Ze verdiende dat. Je gééft gewoon. We luisterden opnamen van haar terug, ik liet haar Pauls film nog eens zien. Vlak voor de lockdown was ik voor het laatst bij haar. Ik heb drie dagen aan haar bed gezeten, hield haar hand vast. En als de muziek klonk, voelde ik de spieren in haar handje weer bewegen, alsof ze zelf weer speelde. Dat vond ik zo ontroerend.’

Bleef ze een grootheid? De Boer: ‘Ja, absoluut. Qua karakter ook. Ik kijk tegen haar op als musicus, maar onze vriendschappelijke relatie was heel gelijkwaardig.’ Even is het stil. ‘Ze was een maatje. Iemand van wie ik heel erg houd.’

Ida Haendel is begraven in Miami, na een dienst zonder muziek. Er waren acht aanwezigen, haar familieleden en vrienden volgden de uitvaart via een livestream. Een foto van Jelle Pieter en Ida samen is meegegaan in de kist.

Ida Haendel met fotograaf en huisarts Jelle Pieter de Boer.Beeld Jelle Pieter de Boer

Een selectie van de foto’s die Jelle Pieter de Boer van Ida Haendel maakte, is te zien op jellepieterdeboer.com. De film I am the violin is te zien op NPO Start en wordt op 6 september op televisie herhaald.

Meer over