I.M.

Zo in de tweede helft van de Boekenweek begint het je toch op de zenuwen te werken. Toen het thema Reizen was, speelde dat minder, want de schrijvers die je las trokken veelal naar onbetaalbaar verre oorden....

ARJAN PETERS

Dat kunnen we zelf ook, dacht ik getergd, en sloeg de reisverslagen van Geert Mak en Charles de Coster dicht. De laatste voer in 1877 per trekschuit door Holland. In Zijn vrouw zet bloedzuigers staat hoe hij in Broek in Waterland prompt een boer tegen het lijf liep, die geheimzinnig naar de grond starend een mystieke vergelijking trok tussen de ondergang van dorpen en keizerrijken. In Volendam genoot De Coster van de gerokte vrouwen, golfbrekers, groengeschilderde poppenhuizen en gretig orerende mannen.

Die sjablonen moeten worden overtroffen, was mijn streven. Om het mezelf niet makkelijk te maken, nam ik plaats in de bus naar Volendam. De clichés te lijf door ze onvervaard in het gezicht te zien!

Daar zat ik dan, achter een omelet, te spieden door het venster van café-restaurant De Groene. Notitieblok in de aanslag. Het vlotte niet. Haven en golfbrekers waren sullig zichzelf, hier en daar hobbelde een moeke in klederdracht, de kerels oreerden en de huisjes waren proper groengeschilderd. Hoogst onbevredigend allemaal. Aan een belendend tafeltje zat een groepje inboorlingen onverstaanbaar te kletsen. Bij hun weggaan noteerde ik de pittoreske afscheidsgroet: 'Goedag.'

Goedag, dat was mijn schamele oogst. Zo werd het nooit wat met mijn hoogstpersoonlijke observaties. Dus toch maar mijn toevlucht gezocht tot het Volendams Museum. Wat je zelf niet ziet, moet je soms van elders betrekken. Indrukwekkend de foto van een roedel doorploegde pulenboeren ('v.l.n.r. Kees Kwakman, Hein van de Slappe, Koning Kiene en Jaap Pooijer'). Kervend het vergeelde krantenartikel over de Zuiderzeevissers, die voorzien van oliejas en Zuidwester op kotters wegvoeren en hun vrouwen achterlieten 'met hun eigen verdrietelijkheden, kijkend naar de hemel zonder morren, omdat ook het wachten is een groote, Volendamsche traditie.' Een fijn stukje vlijt de maquette van een boot, maar de mysterieuze toelichting was onbedoelde taalkunst: 'De anwenders lopen over twee sporen in een klamp op 't achterhuisje door gaten onder de pennebank naar de kwakkerol.' Of 'Schoot van de breefok, loopt naar kruisklamp door gat in boord.' Hier zit geheid een nominatie voor de Libris-prijs in, als de museumdirectie de durf heeft deze teksten in te zenden.

Doodstil was het zaaltje waarin voorgoed verdwenen Volendamse visserslui werden herdacht. Op de keelsnoerende lijst, de oorzaak van ontelbare verdrietelijkheden, stond onder meer Jan Tuyp, bijgenaamd Jan Puul: '12 jaar. Dit kind werd 's nachts wakker gemaakt omdat hij de breefokkeschoot vast moest houden en zwiepte daar toen mee overboord en verdronk.'

Met gebogen hoofd kloste ik naar hotel-restaurant Spaander, en knikte daar naar het zwijgende water. In het hart van Neerlands mooiste dorp dacht ik aan Jan Puul, en voelde mij bedroefd en goed.

Arjan Peters

Volendams Museum te Volendam. Toegang ¿ 3,50.

Meer over