Drama

I'm Not There

Mozaïek van man, mythe en muziek

Hoe portretteer je een kameleon? Over Bob Dylan, even legendarisch als onpeilbaar, doen zoveel uiteenlopende verhalen de ronde dat het ondoenlijk lijkt om feiten en mythevorming te scheiden.

Regisseur Todd Haynes doet niet eens een poging. Man, mythe en muziek lopen kriskras door elkaar in I’m Not There, waarin Dylan gespeeld wordt door zes verschillende acteurs, onder wie een vrouw en een Afro-Amerikaans jongetje. Als klap op de vuurpijl komt er in de film niemand voor die Bob Dylan heet.

Het lijkt misschien een omzichtige truc, bedacht door een regisseur die een reputatie als filmvernieuwer hoog wil houden. Maar Haynes, die filmsemiotiek studeerde, is geen poseur. Het leek hem simpelweg de beste manier om een film over Dylan te maken. Een man met zoveel gezichten, vertelde hij in een interview met de Volkskrant, doe je geen recht met een eendimensionale biopic. Haynes heeft zelfs een hekel aan het genre: ‘Opgefokte reeksen van hoogte- en dieptepunten.’

I’m Not There is géén biografische film. Geen portret van de mens achter de zanger, waarin huiselijke taferelen worden afgewisseld met legendarische optredens. Haynes’ film – geïnspireerd door de vele levens van Bob Dylan, zoals de begintitels melden – lost geen raadsels op en legt geen verbanden, maar bouwt uit losse brokstukken een fascinerend mozaïek.

De belangrijkste feiten en hardnekkigste geruchten komen aan bod. Dylans opkomst als protestzanger in de jaren zestig, zijn hevig bekritiseerde overstap naar de rockscene, het mysterieuze motorongeluk, de gospelperiode. Zes personages verbeelden verschillende fases uit Dylans leven, waarbij de in januari overleden Heath Ledger (als een met zijn populariteit en zijn privéleven worstelende acteur) en Cate Blanchett (als paranoïde, drugsgebruikende rockheld op het hoogtepunt van zijn roem) de meeste indruk maken.

Zoals Dylan zichzelf telkens opnieuw uitvond, zo verschiet I’m Not There minstens zes maal van toon en kleur. Het is de perfecte manier om toegang te vinden tot Dylans ambivalentie: beurtelings komt de zanger naar voren als een getalenteerde ziener, een ijdel en megalomaan monster, een kwetsbare ziel, en een griezelig onaantastbare man zonder eigenschappen.

Haynes mengt stijlen, springt heen en weer in de tijd en geeft ruim baan aan surrealistische invallen. Dat hij van die ratjetoe een boeiend geheel weet te maken, is een klein wonder. Het is te danken aan zijn meesterlijke beheersing van het vak, eerder bewezen in uiteenlopende films als Safe, het glamrockdrama Velvet Goldmine en de veelbekroonde Douglas Sirk-hommage Far from Heaven.

Haynes’ gretige experimenteerdrift pakt niet altijd goed uit. De scènes met Richard Gere als oudere, voortvluchtige outlaw doen gekunsteld aan, en de interviewfragmenten met de jonge Britse acteur Ben Whishaw als orakelende dichter voegen weinig toe. Toch is I’m Not There over de hele linie een overweldigende film. Als een behendig magiër trekt Haynes nieuwe registers open, zonder de kern van Dylans kunstenaarschap uit het oog te verliezen. De muziek, slim gedoseerd in covers en originele vertolkingen, speelt steeds een hoofdrol. En of je daar nu van houdt of niet – de intensiteit is onontkoombaar.


Meer over