Hutkoffer vol plezier en pijn

Een brochure voor wasserij Edelweiss, met een getekend katje in silhouet en het bijschrift ‘Alleen de kat wast zelf!’ Een advertentie voor uitgaansgelegenheid Extase, geïllustreerd met een paartje bij de entree: ‘Breng uw vrouw in Extase.’ Een dame op pumps als etiket voor Topy-schoenzolen: ‘Zij loopt weg met Topy.’..

Het waren niet meteen de topmerken die de weg vonden naar het bureau van Reinier Saul. De in 1933 voor de nazi’s uit Berlijn naar Nederland gevluchte ontwerper verdiende zijn brood met logo’s en advertenties voor de kleine middenstand: modemagazijnen en banketbakkers in Amsterdam en omstreken behoorden tot zijn afnemers.

Saul behoort daarmee niet tot grote namen van de Nederlandse ontwerptraditie, al was hij een onbetwiste vakman, met een handschrift dat veel van zijn werk een plezierige twinkeling geeft. Dat zijn leven en werk nu in een kloek en schitterend vormgegeven boek is vastgelegd, heeft een andere, persoonlijke reden: het is een eerbetoon van kleindochter Debbie Saul aan haar grootvader, die in 1977, na een gecompliceerde groepstherapie in Centrum ’45, zelfmoord pleegde en een hutkoffer vol documenten naliet.

Eind jaren negentig, als ze zelf cum laude afstudeert als grafisch ontwerper, komt de koffer in Debbie’s bezit. Ze weet hoe haar grootvader worstelde met de spoken van het grausames Jahrhundert: Reiniers vader, een geziene advocaat in Duisburg, sneuvelt als Joodse officier in de Eerste Wereldoorlog, zijn moeder en tante plegen in 1942 zelfmoord om aan deportatie te ontkomen, en als Joodse onderduiker tijdens de bezetting loopt hij zelf dubbel gevaar door zijn activiteiten voor het kunstenaarsverzet.

Hoewel hij na de oorlog een aardige praktijk als freelance vormgever opbouwt, willen de schaduwen niet wijken. Saul voelt zich Amsterdammer, maar blijft verankerd in de Duitse Bildung, identificeert zich meer en meer met zijn Joodse afkomst, en wordt met zijn Duitse accent een eenling tussen andere oud-strijders, voor wie het ‘Germaanse’ besmet blijft.

Zijn gezinsleven wordt niet gespaard: zijn huwelijk met de Amsterdamse kappersdochter Grace ontaardt in een zenuwenoorlog, en in een tragische coda maakt ook zijn jongste zoon Steven, een beginnend grafisch ontwerper, een einde aan zijn leven.

Het kost Debbie Saul jaren voor ze zich in de inhoud van de koffer durft te verdiepen. Dat ze uiteindelijk haar schroom overwon en zich in de honderden brieven, dagboeknotities en ontwerpen verdiepte, heeft een bijzondere hommage opgeleverd: een aangrijpend levensverhaal gecombineerd met een catalogus van charmant reclamewerk uit de tijd van penseel en trekpen.

An Meine Kinder (de titel is ontleend aan een vaderlandslievend gedicht dat Saul sr. als frontsoldaat op papier zette) vat alles samen in Sauls humoristische ontwerp voor Gisco worstkruiden. Gisco was de firma van Jan Gies. Hij en zijn vrouw Miep werden bekend als helpers van de onderduikers in het Achterhuis, in dezelfde periode waarin Reinier Saul tientallen persoonsbewijzen voor onderduikers vervalste.Erik van den Berg

Meer over