Boeken

Hup, naar de bieb (en niet alleen om te lezen)

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

De bibliotheken zijn weer open en de Boekenweek staat voor de deur, dus op naar de bieb. Hoe is het instituut de lockdown doorgekomen? En heeft het nog bestaansrecht in deze tijd van ontlezing? Stan Putman, zoon van een bibliothecaris, gaat op onderzoek uit.

De buit is binnen: een exemplaar van Plus Magazine en een paar stripboeken van Jan, Jans en de kinderen zitten veilig opgeborgen in de schoudertas van zestiger Marjan (die niet met haar achternaam in de krant wil). ‘Ik ben denk ik al vijftig jaar lid van deze bieb’, vertelt de IJmuidense voor de ingang van de bibliotheek Velsen. ‘Ik kwam hier voor corona elke maand. Vandaag ben ik er voor het eerst sinds maart vorig jaar, om mijn bestelling af te halen.’ Achter de schuifdeur zitten vrijwilligers voor twee flinke rijen gevulde papieren tassen die door de bibliothecarissen zijn klaargemaakt. Zelf rondsnuffelen mag op deze vrijdag begin mei nog niet.

Marjan heeft dochter Inge (26) meegenomen. Zij is al langer dan haar moeder niet in de bibliotheek Velsen geweest: zeker tien jaar. ‘Vroeger ging ik elke week. Kwam ik voor de boeken van Paul van Loon, De Griezelbus-serie was mijn favoriet. Toevallig zei ik het net nog: eigenlijk mis ik het wel als ik hier nu binnen sta.’

Afgehaakt

De woorden van Inge, een leeftijdsgenoot, hadden de mijne kunnen zijn. Als kleine jongen vulde ik in deze bieb elke woensdagmiddag mijn rugzakje met boeken. Eerst met de griezelboeken van Paul van Loon en de avonturen van De schippers van de Kameleon, later met prepuberdrama’s van Carry Slee of Francine Oomen. Het zou me niks verbazen als Oomens Hoe overleef ik… de brugklas een van de laatste boeken is die ik ooit heb geleend, want na de overgang naar de middelbare school heb ik mijn lidmaatschap laten versloffen.

Inge en ik passen in de bibliotheekstatistieken, zegt onderzoeker Marjolein Oomes van koepelorganisatie KB, nationale bibliotheek: ‘Als je kijkt naar het ledenbestand van alle bibliotheken in Nederland, zie je dat veel kinderen afhaken rond de middelbareschooltijd. Dan wordt lezen van iets leuks plots een verplichting en zijn er andere activiteiten die lonken, zoals games, series en sociale media. Velen van hen keren pas weer terug wanneer ze via hun eigen kinderen opnieuw kennismaken met de bibliotheek.’

Het is extra pijnlijk dat ik ben afgehaakt, aangezien ik de zoon ben van een bibliothecaris. Daar dankte ik privileges aan als boeken op bestelling, oneindige leentermijnen en het kwijtschelden van boetes, maar ik verkoos sinds de middelbare school het boekhandelboek boven het bibliotheekboek. Nu ben ik terug bij de bieb (daarover later meer), en is mijn vader een pensionado.

Jong beginnen

Jeugdleden zijn de belangrijkste klanten van de bibliotheek: 2,3- van de 3,6 miljoen leden zijn onder de 18. Ze worden al op het consultatiebureau geworven, via het programma Boekstart. Baby’s worden gratis lid en krijgen een koffertje met twee prentenboekjes cadeau. De hoop is dat de kersverse ouders met hun kroost naar de bieb komen om meer boekjes te lenen, legt de Velsense bibliothecaris Marijke Veenenbos uit terwijl ze me langs de boekenkasten uit mijn jeugd leidt. ‘Al met drie maanden oud heeft het zin om met je baby te gaan lezen. Ze leren van de plaatjes, ontwikkelen taalgevoel en ontdekken hoe een boek werkt.’

De allerjongsten beginnen met knisperboekjes die ritselen als een babyhandje erin grijpt. Boekenwurmpjes kunnen hier naar hartelust op kauwen en kwijlen, want bij teruggave worden ze door de bibliotheek gewassen. De kinderafdeling – van de knisperboekjes, Rupsje Nooitgenoeg, Annie M.G. Schmidt, De Gorgels en De regels van Floor tot Harry Potter – beslaat bijna de helft van de ruime Velsense bibliotheek. ‘Uit onderzoek blijkt dat als je voor je 12de geregeld leest, je de rest van je leven een lezer blijft’, duidt Veenenbos het belang van het kinderboek.

Ook buiten de filialen in IJmuiden en Velserbroek gaat Veenenbos met haar boeken de boer op. Ze onderhoudt met plezier twee bibliotheekjes op basisscholen in de gemeente. Voor leerkrachten is ze een aanspreekpunt en ze helpt kinderen bij het uitzoeken van boeken. ‘Jong geleerd is oud gedaan, daar geloof ik sterk in’, zegt de bibliothecaris. ‘En als je leest is het leven leuker. Je wordt er een interessanter en empathischer mens van.’

Onderdeel van dit programma, de Bibliotheek op school genaamd, is dat er in de klassen elke dag verplicht een halfuur gelezen wordt. ‘Het is een contract tussen school en bibliotheek om leesplezier een vaste plek in de klas te geven.’

Op de bibliotheekvloer valt op dat het aanbod voor tieners een stuk schraler is dan dat voor kinderen tot 12 jaar. Veenenbos: ‘Jongeren kunnen natuurlijk boeken voor oudere kinderen of volwassenen lezen, dus voor hen specifiek is er minder aanbod.’

Verplichting

De biebs in Nederland bereiken jongeren een stuk slechter dan kinderen tot 12 jaar. Waar 87 procent van de basisscholen samenwerkt met de bieb, gebeurt dat maar op 40 procent van de middelbare scholen. En ook buiten schooltijd wint Netflix het vaak van de roman. Veenenbos: ‘Het helpt niet mee dat de verplichte leeslijst vaak slecht aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Tieners komen hier binnen met een lijst waarop boeken staan die ík ooit nog gelezen heb.’

Uit vergelijkend internationaal onderzoek onder 600 duizend 15-jarigen uit 79 landen blijkt dat Nederlandse jongeren het minste leesplezier beleven. 44 procent van de jongeren zegt zelfs amper of nooit een boek open te slaan. Vanuit de bibliotheken en het boekenvak wordt een hoop moeite gedaan om ze aan het lezen te krijgen. Zo hebben Ronald Giphart en Margje Woodrow speciale verhalen geschreven bij de populaire game Assassin’s Creed. Jongeren kunnen die ‘lezen’ in een app met geluidseffecten en video’s. In juli begint een offensief om jongeren aan de app van de bieb te helpen door tien e-books en tien luisterboeken gratis aan te bieden, ook voor niet-leden.

Niet alleen pubers lezen minder biebboeken, maar over de hele linie worden er minder boeken geleend. Vijftien jaar geleden, in 2005, werden er 120 miljoen boeken uitgeleend in Nederland. Bij de laatste meting in 2019 was dat bijna gehalveerd naar 66,5 miljoen uitleningen.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

Meer dan boeken

De slechte lees- en leencijfers baren onderzoeker Marjolein Oomes zorgen, maar ze maken niet dat de bieb geen bestaansrecht meer heeft. ‘Het beeld van de bibliotheek als uitleenfabriek klopt niet meer. Ik snap dat je dit stuk voor de boekenbijlage van de krant schrijft, maar als je het louter met de boekenblik bekijkt, krijg je een te beperkt beeld. De functie van de bibliotheek is de afgelopen jaren namelijk dezelfde gebleven: het verstrekken van kennis. Het middel is alleen veranderd.’

Zo werd in het precoronajaar 2019 een recordaantal van 220 duizend activiteiten georganiseerd, dat zijn er veel meer dan de 72 duizend in 2014 (de onderzoekers maken de kanttekening dat de registratie de afgelopen jaren is verbeterd). In de Velsense praktijk betekent het dat in dezelfde maand peuters een workshop konden doen over vormen en kleuren, tieners youngadultschrijvers konden ontmoeten, werkzoekenden werden geholpen met hun cv en senioren konden deelnemen aan een cursus ‘hoe en wat met de iPad & iPhone’.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Nieuwe taken

In die selectie aan activiteiten zitten de drie pijlers van de bieb anno 2021 verstopt: leesbevordering, persoonlijke ontwikkeling en digitale inclusie. Laatstgenoemde is de jongste toevoeging aan het takenpakket van de bieb. Volgende maand moet het 200ste ‘Informatiepunt Digitale Overheid’ worden geopend, waar burgers terechtkunnen met vragen over overheidswebsites zoals die van de Belastingsdienst of het UWV.

‘Er is nu ook een speciale opleiding voor community librarian’, vertelt onderzoeker Oomes. ‘Deze bibliothecaris houdt zich niet alleen bezig met de collectie, maar ook met maatschappelijke en lokale vraagstukken. De community librarian moet de gemeenschap ingaan en met de burgers onderzoeken wat er speelt.’ Zo maakten de bibliotheken in Goirle, Oisterwijk en Hilvarenbeek met hun leden boeken over het leven tijdens de coronapandemie, als een soort tijdscapsules.

Digipunten, lezingen, knutselclubs, iPad-cursussen, het oplossen van maatschappelijke vraagstukken: het takenpakket van de bibliothecaris omvat anno 2021 veel meer dan alfabetiseren, voorlezen en boetes uitschrijven. Is het niet te veel? ‘We horen dit inderdaad vaak vanuit de sector’, beaamt Oomes. ‘Er zijn steeds hogere en bredere verwachtingen, maar tegelijkertijd steeds minder structurele middelen om daarin te voorzien.’ Bibliotheken worden betaald vanuit het gemeentelijk budget voor cultuur. In 2019 kregen de bibliotheken zo’n 422 miljoen euro subsidie: dat is 24 euro per Nederlander. In 2010 was dat nog 457 miljoen, bijna 28 euro per Nederlander.

Ook Marijke Veenenbos zag in de twee decennia dat ze rondloopt in de Velsense bieb haar takenpakket uitdijen, het budget groeide niet zo hard mee. Maar ze laat zich niet uit het veld slaan: ‘Het valt of staat uiteindelijk met welke politieke partij je lokaal te maken hebt. De een heeft een warmer hart voor de bibliotheek dan de ander. En we zijn niet te beroerd om van ons te laten horen tijdens inspraakavonden in het gemeentehuis, vaak juist om duidelijk te maken dat we veel meer doen dan boeken uitlenen.’

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Iedereen is welkom

Los van deze expliciete maatschappelijke taken heeft de bieb ook een belangrijke ‘verblijfs-’ of ‘ontmoetingsfunctie’, aldus het beleidsmakersjargon. Paulien Cornelisse verwoordde deze doodse termen treffend in een column: ‘Het is het enige gebouw in de publieke ruimte waar je geen geld hoeft uit te geven, en waar je ook geen religie wordt aangeboden. Laat het tot je doordringen: verder kost alles, álles, geld of toewijding.’

Ook in Velsen had Marijke Veenenbos een clubje bezoekers die puur kwamen om ergens te zijn. Ze maakt zich zorgen om hen: ‘Mensen kwamen hier voor een leesclub, met een taalmaatje, om de krant te lezen of huiswerk te maken achter de computer. Sommige mensen zaten hier de hele dag, simpelweg omdat ze het thuis niet zo gezellig hebben. Ik hoop dat die hun weg straks ook weten te vinden als we weer helemaal open zijn.’

Ze benadrukt: ‘Je hoeft geen lid te zijn om hier te komen. Iedereen is welkom in de bibliotheek.’

Terug bij de bieb

Uiteindelijk ben ik teruggekeerd bij de bibliotheek. Mijn hernieuwde kennismaking verliep niet via een kind dat lid werd, zoals de statistieken dat voorschrijven, maar via een coronapersconferentie van Mark Rutte. Op 3 november sloot hij plots de ‘niet-essentiële doorstroomlocaties’ zoals pretparken, dierentuinen, musea, en dus ook de bibliotheken. Pijnlijk was dat alle winkels gewoon geopend bleven.

Wat er toen gebeurde, mag een klein wonder heten: de bibliotheek was even onderdeel van het publieke debat, iets wat de afgelopen jaren maar mondjesmaat is gebeurd, terwijl er wel jaar na jaar filialen werden gesloten, taken werden toegevoegd en in budgetten werd gesneden.

Er werden verontwaardigde columns geschreven, er waren journaalitems en al een dag na de persconferentie werd het kabinet teruggefloten: alle 150 Kamerleden stemden voor een motie van GroenLinks-voorman Jesse Klaver om bibliotheken en buurthuizen open te houden voor de kwetsbaarsten. De premier sputterde nog even tegen dat er te veel ‘reisbewegingen’ richting de bibliotheek zouden worden gemaakt, maar gaf uiteindelijk toe. Het was de eerste keer sinds het uitbreken van de coronacrisis dat een motie werd aangenomen die tornde aan het coronabeleid van het kabinet.

Ook op Twitter was iedereen het met elkaar eens (eveneens een zeldzaamheid): de sluiting van de bieb is een grof schandaal. Ik stond op het punt om een duit in het zakje te doen (waarschijnlijk met een afgezaagde mening over de Ikea), toen ik bedacht dat ik zelf niet eens lid ben van dat instituut waar ik zo hoog over op wilde geven. Ik kon geen reden bedenken waarom niet, dus toen heb ik me maar aangemeld. De afgelopen maanden heb ik tig e-books verslonden en toen op 20 mei de bibliotheken heropenden, ben ik direct naar ‘mijn’ bieb in Amsterdam gegaan om een stapeltje boeken in mijn rugzak te laten glijden.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Drukte

Ook in de bibliotheek uit mijn jeugd was het publiek direct terug bij heropening, vertelt Marijke Veenenbos telefonisch: ‘Het was zo fijn om vanmorgen een rij voor de ingang van de bibliotheek te zien staan. Om me heen hoor ik weer geroezemoes en zie ik mensen tussen de boeken scharrelen. Het is een heerlijk gezicht.’

Twee dagen per week blijft de ‘uitleenfabriek’ in Velsen nog gesloten, dan vinden er activiteiten plaats zoals taalles, huiswerkbegeleiding of computercursus. ‘We zijn bang dat mensen anders niet durven te komen’, zegt Veenenbos. Alleen voor de verblijvers is er binnen de huidige maatregelen nog geen plek in de bibliotheek. De koffiehoek blijft gesloten en de krantentafel blijft leeg. Wel kunnen mensen een plekje reserveren om te werken of studeren.

Sinds mijn hernieuwde kennismaking ga ik als een soort bibliotheekevangelist door het leven en probeer ik mijn vrienden (wel lezers, geen leden) een bibliotheeklidmaatschap aan te smeren. Want hoe fijn is het dat je op een druilerige dinsdagavond drie e-books kunt binnenhalen? Of dat je nu de biebs weer open zijn, je mandje kunt vullen met romans, graphic novels of kookboeken? En had ik al gezegd dat een lidmaatschap, afhankelijk van je woonplaats, maar vier of vijf tientjes per jaar kost?

Voor de doorgewinterde biebbezoeker is dit alles niks nieuws, maar voor deze oud-afvallige voelt het als een luxe. Dus doe jezelf een lol en trakteer je deze Boekenweek op een biebpasje. Veenenbos kan zich alleen maar aansluiten bij mijn boodschap: ‘Als je de bibliotheek belangrijk vindt, kom dan! Er staan hier juweeltjes.’

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over