tv-recensieJulien Althuisius

Hun gast had, zei Vooravond-presentator Renze Klamer, ‘net als elke Nederlander deze dag beleefd’

null Beeld

Nou, daar zat hij dan hoor. Al tijdens de leader lachte hij triomfantelijk. Willem Engel, van Viruswaarheid, zat aan tafel bij Op1. Het was zijn dag. Ook al had hij uiteindelijk verloren en ook gewoon een briefje nodig om na afloop van de talkshow over straat te mogen, Engel glunderde als nimmer tevoren. ‘Ik vind het ook hartstikke leuk om hier aan tafel te zitten’, antwoordde hij op de vraag van presentator Giovanca Ostiana of hij plezier haalde uit het voeren van al die rechtszaken. Even daarvoor had hij de vaccinatiecampagne ‘gentherapie’ genoemd en toen de andere presentator, Tijs van den Brink, hem vroeg wanneer hij de uitspraak van de rechter had gehoord, antwoordde Engel dat hij toevallig net aan de telefoon zat met iemand uit Taiwan die zei dat het virus uit een lab komt en geen zoönose is.

Zo, was dat toch maar gezegd. Vol overtuiging discussieerde Engel met viroloog Ab Osterhaus, politicus Kees van der Staaij en hoogleraar algemene rechtswetenschappen Jan Brouwer en het enige waaraan ik kon denken, was een citaat van schrijver Sarah Hagi: ‘God, gun me het zelfvertrouwen van een middelmatige witte man’.

Eerder die avond, tussen alle appèls, wrakingsverzoeken, wrakingskamers en schorsingen in, stonden Mark Rutte en Hugo de Jonge weer eens achter een katheder in een zaaltje. In een speciale kinderpersconferentie voor het Jeugdjournaal beantwoordden ze de vragen van acht kinderen. Of ze wel eens ruzie hebben over de maatregelen (‘Een koekje en lasagna om het weer goed te maken’), waarom kinderen uit groep zeven en acht een mondkapje op moeten (‘Het moet niet, het mag’) en of ze konden beloven dat de basisscholen niet meer dicht gingen (dat konden ze, maar dat nieuws werd bedolven door de juridische sneeuwstorm rondom de avondklok). Er is voldoende aan te merken op Rutte en De Jonge, maar dat ze op zo’n moment uitgebreid de tijd nemen om prangende vragen van kinderen te beantwoorden, valt eigenlijk alleen maar te prijzen. (Zonder te willen verzwijgen dat de knulligheid bij vlagen tegen de plinten klotste. ‘Hou je van sporten?’, vroeg Rutte een van de kinderen. ‘Leuk, gaaf!’)

Ondertussen was De vooravond begonnen. Marcel van Roosmalen, die volgens Renze Klamer ‘net als elke Nederlander deze dag had beleefd’, zei dat hij het niet zo erg vond om een rechtszaak te verliezen, ‘maar wel van Willem Engel’. Strafrechtadvocaat Natacha Harlequin zei dat dit juist een teken was dat de rechtsstaat functioneert. Ze schiep vanuit haar juridische achtergrond orde in de procedurele wirwar van de dag, maar ging uiteindelijk toch op de stoel van de predikant zitten. ‘Waarom hebben we nou Rutte nodig om ons te vertellen wat we na negen uur moeten doen?’ We konden toch ook gewoon naastenliefde tonen en zelf bedenken of het nou verstandig is om na negenen de straat op te gaan? Denk nou eens ‘aan die mensen in de ziekenhuizen’. Ah, het beroep op de medemenselijkheid en eigen verantwoordelijkheid dat we in het begin van deze pandemie nog weleens wilden horen. Ja, dat werkte lekker.

Mark Rutte (links) en Hugo de Jonge tijdens de kinderpersconferentie van het Jeugdjournaal. Beeld NOS
Mark Rutte (links) en Hugo de Jonge tijdens de kinderpersconferentie van het Jeugdjournaal.Beeld NOS
Meer over