Hulde voor kraamkamer van de Haagse stijl

Met petitfours en Elisabeth Andersen vierde Den Haag zijn Schouwburg. 'Toneelspelers hebben de hinderlijke gewoonte het vooral over zichzelf te hebben'....

'Sorry hoor, wat een toestand! Raak ik zelfs op zondag nog klem in een file!' Haar stem klinkt nog altijd als een klok, zelfs in het trappenhuis van de Koninklijke Schouwburg. Actrice Elisabeth Andersen (84) arriveert zondag op de valreep voor de offciële viering van 200 Jaar Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Door het eerste zondag-mooi-weer-verkeer van het jaar is ze bijna te laat en zou ze alle lovende woorden die later die middag over haar worden gezegd niet eens hebben gehoord.

De 'oude dame aan het Voorhout' wordt de Koninklijke Schouwburg ook wel liefkozend genoemd. En Elisabeth Andersen is inmiddels de bijna oudste dame van het Nederlandse toneel - de oudste, dat is nog steeds Mary Dresselhuys. Andersen heeft in haar meer dan een halve eeuw omvattende toneelcarrière voor een belangrijk deel gespeeld bij de Haagse Comedie en daar theatergeschiedenis geschreven.

Vanwege het overlijden van prinses Juliana is het feestprogramma aangepast. Een hommage aan Wim Kan en een debat met oudere en jonge acteurs over wat in acteurskringen de Haagse Stijl wordt genoemd, komen te vervallen, evenals een komisch optreden van acteur Peter Tuinman. Daarmee ligt het accent deze middag op het acteren van Andersen, als toonbeeld van die Haagse Stijl. Aan haar is ook de tweede Ida Wasserman-lezing opgedragen, die dit jaar wordt uitgesproken door Hans Croiset.

Maar eerst wordt de oude koningin herdacht door Arthur Docters van Leeuwen, voorzitter van de Raad van Toezicht van de schouwburg. 'Acteertalent is nooit weg als je de eenheid van de natie moet verbeelden', zegt hij over Juliana, die zoals bekend veel van theater hield en een trouw bezoeker was van de Koninklijke Schouwburg. Zij kwam altijd via een zij-ingang binnen, waar het personeel klaar stond met koffie en een filtersigaretje.

Er wordt een filmpje vertoond waarop Juliana op 30 april 1984 in 'haar' schouwburg haar 75e verjaardag viert met een opvoering van het stuk Geschiedenis van een paard. Het publiek dat haar toen toejuichte behoort, om het eerbiedig te zeggen, tot het rijpere deel van de natie, evenals dat deze middag het geval is. Veel oudere toneelliefhebbers en nog meer oudere acteurs (Henk van Ulsen, Annet Nieuwenhuijzen, Eric van der Donk en vele anderen) eten vooraf petitfourtjes, zoals dat in Den Haag hoort, en happen na afloop in een bitterbal.

'Toneelspelers hebben de hinderlijke gewoonte het vooral over zichzelf te hebben'. Zo begint Croiset prikkelend aan zijn Wasserman-lezing, om meteen van zichzelf afstand te nemen en in een even bewonderende als inhoudelijk sterke toespraak de recente geschiedenis van het Haagse toneel te schetsen aan de hand van de carrière van Elisabeth Andersen.

De actrice die op hem een verpletterende indruk maakte toen hij als jongen van vijftien aan de kassa van de Koninklijke stond en door een in wapperende witte bontjas geklede Andersen bijna omver werd gelopen. Croiset schetst het beeld van Andersen als het voorbeeld par excellence van Haags acteren wat neerkomt op het hanteren van een subtiele, lichte toon, wars van stemverheffing, en bovenal verfijning. Een speelstijl die mogelijk werd met dank aan het gebouw zelf, dat door zijn intimiteit en schelpvormige bouw een voor het toneel welhaast perfecte akoestiek bezit.

Een klankkast, een Stradivarius die door de menselijke stem bespeeld wordt - dat soort termen laat Croiset vallen.

Hoe legendarisch is die akoestiek nu eigenlijk?

Henk van Ulsen: 'Het is hier inderdaad een uitzonderlijke plek. Je krijgt nooit klachten in de trant van: wij konden u niet verstaan.'

Ger Thijs: 'Je kunt hier tenminste gewoon praten op het toneel. Dit gebouw probeert niet te imponeren, zoals de Amsterdamse Stadsschouwburg dat wel doet.'

Bij een jubileum hoort vanzelfsprekend een jubileumboek: De Koninklijke Schouwburg 1804-2004, met als ondertitel 'een kleine Haagse cultuurgeschiedenis'. Dat kleine kan overigens worden weggelaten, want het is een kloek boek waarin alle facetten (Franse overheersing, opera, de befaamde Haagse stijl, theater in de oorlog) aan bod komen.

Het duo Mini en Maxi neemt het eerste exemplaar in ontvangst en geeft een voorproefje van wat in mei het hoogtepunt van de viering moet worden: hun optreden in Becketts Wachten op Godot.

Na afloop staat Elisabeth Andersen nog even na te gloeien. 'Het was altijd heerlijk spelen hier. Maar voor mijn bestaat die Haagse stijl niet uit dit gebouw alleen. Die lichtheid werd destijds meegebracht door Cees Laseur, onze toneelleider. En dat van die witte bontjas klopt niet, hoor. Ik heb nooit een witte bontjas gehad. Ooit heb ik een witte zomerjas gekocht, omdat ik naar Wenen ging en er een beetje mooi uit wilde zien. Ach ja, in toneelkringen wil de herinnering nogal eens geromantiseerd worden - dat hoort er een beetje bij.'

Meer over