RecensieWilliam Wegman: Being Human

Hondenportretten over mens-zijn: fotograaf William Wegman is in de studio behalve het baasje ook de baas ★★★☆☆

Hoewel het vrolijke werk van William Wegman een feest is voor het oog, weet het niet werkelijk te raken.

‘Dog Walker’ (1990). Beeld William Wegman
‘Dog Walker’ (1990).Beeld William Wegman

Het eerste dat opvalt in Being Human, de grote tentoonstelling in Fotomuseum Den Haag die vier decennia werk omspant van de Amerikaanse kunstenaar William Wegman (76), is hoe consistent zijn fotografische oeuvre in die lange periode is. Steeds weer duiken ze op: Man Ray, Fay Wray, Candy en hun nakomelingen. Zij zijn de modellen die Wegmans werk uit duizenden herkenbaar maakt, zijn muzen die des kunstenaars dromen verbeelden. Prachtige rashonden, weimaraners, die zich al die decennia hebben geplooid naar de niet geringe wensen van hun baasje Wegman. Maar: honden. Zodat die titel, Being Human, toch bevreemding wekt.

‘Casual’ (2002). Beeld William Wegman
‘Casual’ (2002).Beeld William Wegman

Zoals de kleur van hun vacht aan klei doet denken, zo roepen Wegmans foto’s associaties op met boetseren. De vertrouwensband tussen baasje en honden (mogen we de liefdevolle relatie tussen mens en dier hier wel in dergelijke hiërarchische termen benoemen?) is zo groot dat de weimaraners voor Wegmans camera álles lijken te doen wat er van een professioneel model mag worden verlangd. Poseren in een keur van menselijke kleding, (decent) naakt, neergevleid op designmeubelen, balancerend als standbeeld op een voetstuk, uitgedost met pruiken, hoeden, petjes, etalageattributen.

Wegman doet er alles aan om de honden iets menselijks mee te geven, wat een droogkomisch effect heeft. De fotograaf is er een meester in om de dieren in al hun gesoigneerde hondsheid treffende menselijke types te laten neerzetten.

Zoals in de vroege 20ste eeuw de Duitser August Sander probeerde een dwarsdoorsnee van het Duitse volk fotografisch te categoriseren op grond van beroep, geslacht, ambacht en demografische factoren, zo weet Wegman de weimaraners zo te kleden dat je hun menselijke evenknie meteen herkent. De joyeuze, geslaagde zakenman, de priester in zijn gewaad, de chirurg, George de gepensioneerde fabrieksarbeider, de in mantelpak gestoken Estella met haar Janis Joplin-achtige haardos en een broze houding die liefdesverdriet en intredende ouderdom doet vermoeden. De immer droeve blik van de honden voegt aan de karakters instant een melancholische, zo niet tragische onderlaag toe.

‘Farm Boy’ (1996). Beeld William Wegman
‘Farm Boy’ (1996).Beeld William Wegman

Het is van een bewonderenswaardige schoonheid, zoals Wegman de dieren in de studio portretteert. Merendeels zijn de foto’s unica, geschoten met een grootformaat Polaroid, resulterend in afdrukken met die typische, verzadigde en verfijnde kleurenrijkdom. Pas laat switchte Wegman naar de digitale fotografie. De voordelen (groter printformaat, eindeloze opnamemogelijkheden, digitale correctie) en eventuele nadelen (steriele kleuren, het verlies van artistieke spanning omdat dat ene magische polaroidmoment is verdwenen) van die overgang leiden bij Wegman niet tot een koerswijziging ten goede of ten kwade.

Staan Wegmans foto’s zelf al bol van het absurdisme, in zijn werk zijn talrijke verwijzingen te vinden naar de kunstgeschiedenis: naar (niet toevallig) Man Ray, naar de mode- en glamourfotografie van Richard Avedon, naar de polaroids van Andy Warhol, naar Toulouse-Lautrec en het erotisch geladen werk van Helmut Newton.

Een feest voor het oog, een feest der herkenning, een feest voor de door dit tijdsgewricht bedrukte geest die snakt naar vrolijkheid. Toch zit er ook een problematische kant aan Wegmans eeuwige zoeken naar het menselijke in de weimaraner. Na het bekijken van de tientallen foto’s van Being Human besef je dat de grap in herhaling uitgewerkt raakt en dan resteert voornamelijk esthetiek. Van hoog niveau, maar schoonheid alleen raakt de ziel niet.

De kunstenaar Wegman lijkt vooral geïnteresseerd in de honden voor zover ze zíjn doel kunnen dienen – niet in wat er in de dieren zelf omgaat, wat hún wezen definieert. Terwijl toch ook in deze even intelligente als goedaardige en atletische lobbesen diep verscholen het jachtinstinct van de wolf moet leven: een besef dat tot meer diepgang zou kunnen leiden. Maar bij Wegman zijn de weimaraners het onderwerp van menselijke projectie. In die zin is hun baasje wel degelijk de baas.

Misschien wordt het na vier decennia tijd dat Wegman zijn aandacht verlegt en in een volgende serie, Being Beast, het beestachtige in de mens aan een onderzoek onderwerpt. Kan, ook zonder verkleedpartijen, iets prachtigs opleveren.

‘Constructivism’ (2014). Beeld William Wegman
‘Constructivism’ (2014).Beeld William Wegman

William Wegman: Being Human.

Fotografie

★★★☆☆

t/m 3/1, Fotomuseum Den Haag.

‘George’ (1997). Beeld William Wegman
‘George’ (1997).Beeld William Wegman

Faunafoto’s: aangrijpende paarden van Charlotte Dumas

Anders dan natuurfotografen wijden niet veel kunstfotografen (een groot deel) van hun oeuvre aan het portretteren van dieren, zoals William Wegman. In Nederland is Charlotte Dumas een bekend voorbeeld van een fotograaf die wel degelijk een diepe interesse voor de aard en de levensgeschiedenis van dieren en hun relatie met mensen tentoonspreidt. Zo maakte ze series over wilde paarden in Japan, zwerfhonden op Sicilië, tijgers in gevangenschap en over de paarden die op de militaire begraafplaats Arlington, bij Washington, de wagen trekken waarop de doden naar hun laatste rustplaats worden gereden. Vooral haar beelden van de paarden die na hun werkdag in de stal in slaap sukkelen, zijn aangrijpend.

Meer over