DagboekHans Christian Andersen (1805-1875)

Hoe zeg je ‘knap meisje’ in het Deens? En ‘knappe kerel’?

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
Kinderen beklimmen het standbeeld van Hans Christian Andersen in Central Park, New York.  Beeld Getty
Kinderen beklimmen het standbeeld van Hans Christian Andersen in Central Park, New York.Beeld Getty

Amsterdam, 14 junui 1847

Een jongen gezien met kleren in twee kleuren, zoals bij ons gevangenen dragen, rood en zwart; het waren weeskinderen, zo moeten de weesmeisjes ook gekleed gaan. Kwam voor het middageten bij Van Lennep, waar het gezellig en mooi ingericht was.

Wij kregen niet meer dan een lichte maaltijd: een soort tyske klumper (Duitse brokken, red.), verder groene erwten, aardbeien, enz. Heel levendige conversatie. De oudste dochter bekoorde mij zeer. Zij wilde weten of de dames in Kopenhagen knap waren; ik zei ja, want zij lijken op Nederlandse dames.

Van Lennep vroeg of ik meende Nederlands te kunnen lezen. Hij gaf mij toen een geschrift, dat een gedicht bleek te zijn dat hij op mij gemaakt had. Later schreef ik een gedichtje op Sara van Lennep (de oudste dochter), en moest haar Deense woorden opschrijven voor: een knap meisje, een knappe kerel, een pannekoek, drie woorden waar zij veel schik in scheen te hebben. Zij was allerliefst en drukte mijn hand recht hartelijk bij het afscheidnemen.

De hele dag door, vóór iedere klokkeslag, klinkt mooi carillonspel uit de torens. Gewandeld. ­Publieke vrouwen, vooral in de steegjes. De takken der schaduwrijke bomen hingen boven de grachten. Deze moeten ’s zomers kwalijk rieken!

Hans Christian Andersen (1805-1875), Deense schrijver. Ingekort fragment uit Hans Reeser: Andersen op reis door Nederland. Walburgpers, 1976.

Meer over