Hoe word je een goede schrijver?

Literair tijdschrift Das Magazin organiseerde een zomerkamp voor veelbelovende jonge schrijvers. Daar gaven ervaren collega's lezingen over hoe je een goede schrijver wordt. Maartje Wortel, Daan Heerma van Voss en Ellen Deckwitz schreven voor ons hun lezing uit - bij wijze van korte cursus literair meesterschap waar u ook wat aan heeft.

Beeld Claudie de Cleen

Goed leren schrijven is eenvoudig, vindt Maartje Wortel: neem gewoon een goed voorbeeld

De enige docent op de middelbare school waar ik wat van geleerd heb, was mijn docent aardrijkskunde. Zijn naam is Henk Schaftenaar. Het kan aan mij liggen dat ik vrijwel niets heb onthouden van wat de andere docenten zeiden, het zou aan het vermogen van de andere docenten kunnen liggen, maar het ligt natuurlijk allemaal aan Henk Schaftenaar. (Hoi, Henk!) De beste man leek niet iedere ochtend naar school te zijn gekomen om zijn werk uit te voeren, noch om ons iets bij te brengen. Hij leek te zijn gekomen voor zijn eigen plezier.

Hij wist exact waarover hij sprak en hij vertelde over niets liever dan over veengrond, zandgrond, ijstijden, vestingen, de verschuiving van aardkorsten, de etymologie achter plaatsnamen, et cetera. Hij schuwde daarbij niet met zijn leerlingen te gaan trollen schieten op de hei en ons zo iets bij te brengen over het leefgebied waarin we onze kinderoorlog voerden. Als ik nu aan de lessen terugdenk, weet ik waarom ik deze docent nooit ben vergeten. Ik wilde Henk Schaftenaar worden. En ik was niet de enige. Alle leerlingen van de school wilden Henk Schaftenaar worden. Dus luisterden we naar hem. Dus imiteerden we hem. Dus zorgden we ervoor dat we alles van aardrijkskunde wisten en net zo grappig waren als hij. We hebben veel opgestoken, maar hebben stuk voor stuk in ons hoogste doel gefaald. Niemand van de leerlingen is het gelukt om Henk Schaftenaar te zijn. Toch is de ontmoeting met de aardrijkskundeleraar uiteindelijk - los van uitzinnig hoge cijfers voor het vak aardrijkskunde en het feit dat we leerden dat het er niet om gaat wát je vertelt, maar vooral ook hoe je iets vertelt -misschien wel het beste wat ons op 15-jarige leeftijd heeft kunnen overkomen. Door te begrijpen wie we niet konden zijn, snapten we beter wie we waren. Of wie we konden worden.

Als ik ergens op een feestje vertel dat ik weleens schrijflessen geef, zeggen de mensen terwijl ze hun hoofd schuin houden of van hun wijn nippen: 'Interessant.' Daarna krijg ik standaard de vraag: 'Wat vreemd. Schrijven, dat kun je toch niet leren? Je hebt talent of je hebt het niet.' Ik knik, ik geef die mensen gelijk, want zelfs ik geloof in talent.

En dan vragen de mensen: 'Wat doe je dan zoal tijdens die lessen?'

'Eigenlijk niets', zeg ik. 'Iedereen moet vertellen wie ze bewonderen. Wie ze zouden willen zijn. Ik vraag de studenten een passage voor te lezen uit hun favoriete boek of een scène te beschrijven uit hun lievelingsfilm en dan zeg ik: doe maar na. Probeer jouw favoriete schrijver of personage te imiteren of op zijn minst te evenaren.'

Sommige studenten denken dat ik een grap maak, dat ik ze probeer uit te dagen. Dat zijn meestal degenen die hun eigen stem al hebben gevonden, die niemand anders zouden willen zijn dan zichzelf. Maar juist onder beginnende schrijvers zijn er vele types die nogal zoekende zijn naar de juiste toon, het ritme, een vorm en stijl die bij hun personages past. Dus moeten ze veel kijken, lezen, klooien, anderen nadoen. Proberen te begrijpen wat ze willen.

Ik zeg: 'Schrijven gaat er hoe dan ook om iemand anders te worden, iemand anders te zijn.'

De studenten kijken me met glazige ogen aan en imiteren uiteindelijk Proust, Campert, Reve, Wolkers, Woolf, Vegter, Gerritsen, Tsjechov. Op zich een hoopvol rijtje namen. Ik blijf er vurig naar uitzien dat er tijdens één van de lessen een nieuwe Tsjechov opstaat. Er gebeuren wonderlijke dingen, maar zoiets wonderlijks gebeurt uiteraard nooit. Tijdens het voorlezen blijkt al snel dat alle studenten hopeloos zichzelf zijn, daar valt weinig meer aan te veranderen. Ze zullen niet meer onder hun eigen stem uitkomen.

'Dat is goed', zeg ik. 'Je zult het met jezelf moeten doen. Nu kunnen we eindelijk beginnen. Dat is de eerste en de laatste regel waarmee ik jullie opscheep: beginnen.' De studenten werken de hele dag aan hun teksten. Aan het eind van de dag gaan we trollen schieten in de heuvels van Limburg. Hoe zijn die ook alweer ontstaan?

Maartje WortelBeeld Claudie de Cleen

Wie goed naar Daan Heerma van Voss luistert, wordt een slechte schrijver. Dat gezegd hebbende, luister goed naar hem.

1. Ik sta hier vandaag met een onmogelijke opdracht. Als een soldaat die na jaren van praktische ervaring behind enemy lines wordt gezien als de aangewezen persoon om de wetten van het schrijven uit de doeken te doen en, niet te vergeten, de beste manieren om deze wetten te omzeilen. Maar die wetten zijn er niet, of wel, en dan heb ik ze nog niet gevonden. (Van omzeilen dan wel kraken is dus al helemaal geen sprake.) Het probleem: alles wat je in algemene zin beweert over schrijven, is een cliché. Mijn enige stelregel: clichés zijn de vijand. Mijn eerste les is aldus: als je goed naar mij luistert, word je vanzelf een slechte schrijver. Dat gezegd hebbende, luister goed naar mij. Ik zal enkele van mijn gewoonten, voorkeuren en ideeën vertellen aan jullie om er iets, alles of niets mee te doen.

2. Noteer mooie en slechte zinnen. Lees boeken met een potlood. Als een roofdier, zoals Cees Nooteboom ooit schreef. Als je oog bij een zin blijft hangen, is dat dan omdat de zin meer kracht of waarheid bevat dan je in eerste instantie registreerde, of omdat de zin niet goed te begrijpen valt? Scherp je intuïtie voortdurend en vraag jezelf af hoe jij deze zin anders (beter) zou opschrijven.

3. Alles van waarde kost iets. Met name tijd. Als je enig talent hebt, dan is het mogelijk veel talent te verwerven. Succes (daarmee bedoel ik niet: geld of roem, succes betekent voor mij kwalitatieve vooruitgang) is niet meer dan het behalen van een cumulatieve voorsprong. Malcolm Gladwell heeft dit goed uitgelegd in Outliers. Dit heet het mattheusprincipe. De Statenvertaling, Mattheus 25:29: 'Want een iegelijk, die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.' Zorg dat je een voorsprong krijgt op anderen die hetzelfde willen. Als je hard werkt, zal deze voorsprong vergroot worden, dit proces gaat steeds sneller. Of het nu om Mozart of The Beatles gaat, iedereen heeft zo'n tienduizend uur nodig om op de top van zijn of haar kunnen te geraken. Na ongeveer tienduizend uur ben je de man.

4. Ga op zoek naar wat alleen jij kunt vertellen. Als je niets kunt verzinnen, wacht dan. Wat je ook doet, schrijf niet een boek over dat er geen verhaal is dat alleen jij kunt vertellen, waarmee je iets wil zeggen over de tijdgeest.

5. Wees niet jaloers. Als iemand anders beter verkoopt of een of andere prijs wint, als iemand jouw ideeën over rechtvaardigheid en kwaliteit op de proef stelt; laat het allemaal gaan. Raak niet gefrustreerd. Als je rijk wil worden, ga naar Silicon Valley. Als je beroemd wil worden, doe dan iets heel genants in de publieke ruimte. Raak niet verzuurd. Ga niet naar Café De Pels.

6. De Marathon-tip. Afkomstig van Haruki Murakami, verder een overschat schrijver, maar goed, rennen kan hij. Als je een tijdje (een paar uur, een dag misschien) hebt geschreven, komt onherroepelijk het moment dat je geen zin meer hebt, je wordt moe, je associaties worden voorspelbaar. Stop dan. Herlees wat je hebt, herschrijf hier en daar, redigeer, maar schrijf geen nieuwe tekst erbij. Dat is de manier waarop Murakami zich voorbereidt op zijn marathons: rennen zolang het leuk is, zodat je de volgende dag nooit met tegenzin begint en je het uiteindelijk des te langer volhoudt. (Uiteraard staat deze les in de journalistieke wereld garant voor het krijgen van de zak.)

7. De Flaubert-tip, ooit geleerd van Adriaan van Dis. Lees wat je hebt geschreven hardop, om zo de zwakheden ervan te ontdekken. Flaubert onderwierp al zijn teksten aan de stemproef (gueuloir). Dit gebeurde doorgaans in de buitenlucht, in wat bekend zou komen te staan als de brulsteeg, de allée des gueulades, in de Parijse Croisset. Doe dit alsjeblieft niet na. Het is vreselijk aanstellerig en het komt je geheid op klappen te staan. Neem een relatie, kies een goede geliefde met mooie oren en lees alles aan haar voor. Voor elk nieuw boek een nieuwe relatie is het ideaal.

8. Vertrouw op je ritme. Als je moe bent, slaap. Als je honger hebt, eet. Als je dorst hebt, drink. Dit heet de Planet-of-the-apes-maxime.

9. Praat niet met anderen over succes en zeker niet over falen. Kijk überhaupt niet naar anderen. De enige werkelijke band die ertoe doet is die tussen het scherm en jouzelf.Voel je niet beter, maar ook niet (per se) minder dan de rest. Schrijvers zijn over het algemeen geen Goden. Zoals The Notorious B.I.G. al zei: Puff told me like, the key to this joint, the key to staying, on top of things, is treat everything like it's your first project, knahmsayin? Like it's your first day like back when you was an intern. Like, that's how you try to treat things like, just stay hungry.

10. Twijfel aan alles wat je doet.

Daan Heerma van VossBeeld Claudie de Cleen

Originaliteit is het goed verbergen van je bron, ervaart dichter Ellen Deckwitz. Dus het maakt niet uit of je op de roltrap staat of op de bank zit

Elke schrijver kampt weleens met een gebrek aan inspiratie. Gelukkig zijn er verschillende methoden om dit probleem in een mum van tijd op te lossen, waarvan ik er hier twee uiteen zal zetten.

1. Oefenen met gewichten
Stel dat je iets leest of ziet wat je teleurstelt. Tegen het einde van de roman blijkt bijvoorbeeld het hele verhaal een droom te zijn geweest. Of de ontknoping van de detective was supervoorspelbaar. De meeste mensen zullen even mopperen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. Maar eigenlijk vormen dit soort teleurstellingen uitgelezen mogelijkheden om van jezelf een betere schrijver te maken. Originaliteit is een spier en slechte boeken/films zijn de gewichten waarmee je deze spier traint.

Ga eens na hoe jij, met hetzelfde uitgangspunt, dezelfde setting en dezelfde personages, het beter zou hebben gedaan. Zet op papier hoe het verhaal wél verrassend of bevredigend had kunnen eindigen. Niet alleen doe je dan alsnog iets nuttigs met iets wat anders verspilde moeite zou zijn geweest (het zien van een slechte film, het lezen van een flutboek), bovendien vergroot je zo je creatieve vermogens.

Een andere manier om je originaliteitsspier te trainen is halverwege een boek of film even pauzeren en nagaan hoe je dénkt dat het gaat aflopen en hoe je hóópt dat het zal aflopen. Op deze manier oefen je jezelf tweevoudig: allereerst in het bedenken van originele eindes en, misschien nog wel belangrijker: je let veel beter op hoe de structuur van een verhaal in elkaar zit en leert zo clichés herkennen en vermijden.

Hierdoor zul je sneller oplossingen vinden wanneer je vastzit met een verhaal. Wanneer je radicaal het einde van teleurstellende boeken verandert, zul je dit ook sneller met je eigen verhalen aandurven. Bovendien: wie leest, leert veel over wat er allemaal mogelijk is in literatuur. Een belezen schrijver zal altijd genoeg ideeën hebben om zijn lezers te kunnen verrassen.

2. Een spontaan staaltje kunst.
Er zijn altijd van die momenten waarop je niets anders te doen hebt dan wachten, zoals op de metro. Die tijd gebruik ik om mijn creativiteit te trainen met de volgende oefening. Ga ervan uit dat de ruimte waarin je je bevindt een kunstwerk is. Aan jou, toevallige toeschouwer, de taak om er betekenis aan toe te kennen en er zinnen bij te formuleren die deze betekenis omschrijven. Als je de metro van Amsterdam binnenloopt, zie je bijvoorbeeld een roltrap die alleen maar omhooggaat. Of het bordje met 'Pas op! Zakkenrollers winkelen óók!' erop.

Vervolgens kun je gaan bedenken wat het zou moeten voorstellen. Door ervan uit te gaan dat er een betekenis achter moet zitten, ontdek je in enkele momenten beelden en zinnen die zeer bruikbaar zijn. Neem bijvoorbeeld de roltrap die alleen maar omhooggaat. Dat kun je veralgemeniseren en er de volgende zin van maken: 'Als je naar beneden wilt, zul je het helemaal zelf moeten doen.'

Deze zin is goed bruikbaar als begin van een verhaal of slotregel van een gedicht. Kijken we vervolgens naar het bordje dat waarschuwt voor de zakkenrollers, dan kunnen we ook wel iets bedenken. Jemig, kun je bijvoorbeeld denken, wat toevallig dat er wordt gewaarschuwd voor zakkenrollers in de ondergrondse.

De zakkenrollers vormen een gevaar, ze maken je /

lichter. En lichtere mensen zweven eerder, dat /

weet iedereen.

En zo volgt de ene bruikbare zin op de andere. Uiteindelijk hoeven de zinnen en beelden die je bedenkt niet eens echt veel te maken te hebben met de ruimte waarin je ging oefenen. Originaliteit is het goed verbergen van je bron. Als het maar bruikbare zaken oplevert, mag alles. Door deze oefening ga je stilstaan bij je alledaagse omgeving en zie je meer dan ervoor.

Deze oefening is trouwens niet alleen toepasbaar op ruimtes. Stel dat je in de metro een medereiziger ziet die nerveus om zich heen kijkt en harde muziek luistert op zijn iPod. Dan wordt zijn koptelefoon een soort sondevoeding vol kalmerende klanken naar zijn hoofd.

Met een beetje oefenen kan iedereen dit. Zo kun je heel wat mooie beelden isoleren en verzamelen, die je vervolgens weer kunt gebruiken in gedichten en verhalen die je uiteindelijk de Nobelprijs gaan opleveren.

Ellen DeckwitzBeeld Claudie de Cleen

Over Das Magazin

Literair tijdschrift Das Magazin werd in 2011 opgericht door Toine Donk en Daniël van der Meer. In september van dat jaar verscheen het nulmnummer, gefinancierd door crowdfunding. Een keur aan nationale en internationale auteurs - gevestigde namen en debutanten - verschenen in het blad, onder anderen Joost de Vries, Chad Harbach, Hanna Bervoets, James Franco, Philip Huff, Pepijn 'Faberyayo' Lanen, Maartje Wortel en Remco Campert. Het tijdschrift verschijnt elk kwartaal. In 2013 vond het eerste Das Magazin Festival plaats: dertig gelijktijdige leesclubs met dertig auteurs op verschillende, bijzondere locaties in Amsterdam. In september vindt de eerste editie in Gent plaats.

Tien dagen rust
Vorige week organiseerde literair tijdschrift Das Magazin een zomerkamp voor jonge aspirant-schrijvers. De deelnemers werkten tien dagen lang in een Limburgse hoeve aan een kort verhaal. Naast rust om te schrijven en individuele gesprekken met redacteuren en auteurs over de vordering van ieders verhaal, bestond het programma uit colleges en workshops door onder anderen Peter Buwalda, Hanna Bervoets en Arjen Lubach. Ook Ellen Deckwitz, Daan Heerma van Voss en Maartje Wortel deelden hun gedachten over inspiratie, het mattheusprincipe en trollen schieten.

Meer over