Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

Hoe weeg je iemands opleiding? Met de benaming ‘praktisch’ en ‘theoretisch’ geschoold schieten we niets op

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de l van ‘laag’.

‘Ik heb een hekel aan de termen hoger en lager opgeleid’, zei de nieuwe rectrix magnifica van de Erasmus Universiteit, Annelien Bredenoord, onlangs in NRC. Zij belichaamt de elite der hooggeleerdheid, maar kennelijk heeft zij een egalitair wereldbeeld en probeert zij dat met elkaar te rijmen. ‘Vakmensen zijn net zo hard nodig’, vindt zij. ‘Het is bijna onmogelijk om nog een goede loodgieter te vinden.’

Bredenoord staat hier niet alleen in, dit sentiment leeft breder. Niet voor niets zijn er geen schoolnamen meer met ‘lager’ erin, zoals vroeger de ‘lagere technische school’ (lts). Oscar Hammerstein vergeleek Bredenoord op Twitter met een geoloog die de termen ‘hooggebergte’ en ‘laaggebergte’ wil afschaffen, maar zij krijgt ook veel bijval.

In hun boek Metaphors We Live By (1980) introduceerden Mark Johnson en George Lakoff het begrip conceptuele metafoor: de beeldspraak die we voortdurend gebruiken, vaak zonder te beseffen dat het beeldspraak is. Tijd ‘komt’ en ‘gaat’ niet, maar de conceptuele metafoor voor ‘tijd’ is ‘beweging’. Liefde is vuur, het leven is een reis, onenigheid is oorlog. Het valt niet mee om over abstracties te spreken zonder zulke metaforen te gebruiken. Een ‘warme persoonlijkheid’, een ‘kille vent’, probeer dat eens letterlijk te zeggen.

Een van de sterkste conceptuele metaforen is ‘hoogteverschil’ als beeldspraak voor waardering. Waar je ook ter wereld je duim opsteekt, men begrijpt wat je bedoelt. ‘Niveau’, ‘verheffing’, ‘opleiding’, de taal van het onderwijs zit er vol mee. Dit gaat over bezit en schaarste. De mens verzamelt schaarse goederen, graan, geld, kennis. Hoe hoger de stapel hoe beter. Het is cultuur, maar cultuur die zo diep zit dat het voelt als natuur.

‘Iemand die een degelijke vakopleiding instrumentmaken heeft gevolgd, is beter opgeleid dan iemand met een hbo-bachelor vrijetijdsmanagement’, reageerde F. L. Huygen, bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland. Toch is die laatste ‘hoger’ opgeleid en verdient meer.

Hoe moeten wij deze verschillen dan wel aanduiden? De meest gehoorde suggestie, ook geopperd door Annelien Bredenoord, is een indeling van ‘praktisch’ en ‘theoretisch’. Wakkerlands is hier niet enthousiast over. De grens tussen tussen laag- en hoogopgeleid wordt meestal getrokken tussen het vmbo en de havo, maar het vmbo heeft ook een ‘theoretische leerweg’. Dan krijg je geen beroepsopleiding, alleen algemeen vormende vakken. Een hersenchirurg daarentegen, volgt in wezen een vakopleiding, inclusief praktijkstage. Net als de slager. Artsen, bouwkundigen, dramaturgen: universitair opgeleid, maar theoretisch én praktisch. Zelfs mensen die theoretisch onderzoek doen, zijn praktisch opgeleid tot onderzoeker.

Hoe weeg je opleiding? Tijdsduur? Moeilijkheidsgraad? De hoeveelheid verworven kennis? Moeten wij niet spreken van ‘lichtopgeleid’ en ‘zwaaropgeleid’? ‘Kortopgeleid’ en ‘langopgeleid’? Door de opleiding van lager betaalden anders te noemen, stijgen zij niet in status en inkomen. Geef een liftmonteur het salaris van een neurochirurg en hij is meteen ‘hoogopgeleid’.

Annelien Bredenoord probeert de loodgieter ‘hoger’ te maken, maar met haar opmerking maakt zij hem juist lager. De meeste loodgieters hebben mbo, middelbaar beroepsonderwijs, dus ze zíjn helemaal niet ‘laag’ opgeleid. Maar vanuit het verheven perspectief van een rectrix magnifica blijkbaar wel.

Zíjn er, in een land met een leerplicht van 5 tot 18 jaar, eigenlijk nog wel ‘laagopgeleiden’? Is niet iedereen minstens ‘middelbaar’?

Dus als wij nu eerst dat ‘laag’ eens vervangen door ‘middelbaar’, dan hebben wij dat verfoeide statusverschil al aardig gereduceerd. En: zonder de werkelijkheid geweld aan te doen.

Meer over