AnalyseCultuur

Hoe vertel je mensen dat cultuur een goed doel is, net als kankerbestrijding of natuurbehoud?

Het Prins Bernhard Cultuurfonds wil dit najaar miljoenen ophalen voor noodhulp aan de kunsten. De teller staat tot nu toe op 111 duizend euro. Beeld Maus Bullhorst

Het kabinet riep het publiek al vroeg in de coronacrisis op te doneren voor cultuur. ‘Word vriend van een theater!’ Probleem is dat veel mensen cultuur financieren nog als verantwoordelijkheid van de overheid zien. De Volkskrant ging kijken of de noodzaak ondertussen een beetje doorsijpelt. 

Toen het culturele leven half maart op slot ging, viel ook de donatiemachine van Voordekunst stil. In krap tien jaar tijd was Voordekunst uitgegroeid tot hét adres voor wie zijn publiek via crowdfunding wil laten meebetalen aan een decor, een plaatopname of nieuwe theaterstoelen. Maar toen alles dicht ging en de geldnood onder kunstenaars in het verschiet lag, meldde zich ineens vrijwel niemand meer. Niet om een nieuwe geldinzameling te beginnen en eigenlijk ook niet om te doneren.

‘We kregen wel veel telefoontjes van zalen en gezelschappen’, zegt directeur Kristel Casander. ‘Iedereen vroeg zich af: wat moeten we nu doen?’

Twee, drie weken duurden de verlamming en het ongeloof. ‘Toen was doorgedrongen dat stilzitten in ieder geval niet zou helpen, ging het zelfs beter lopen dan voorheen. De aanmeldingen voor nieuwe campagnes stroomden binnen, mensen gingen gemiddeld genomen ook meer doneren. De schouwburg in Velsen wist 80 duizend euro op te halen om bioscoopapparatuur te kopen waarmee ze voortaan ook films in de zaal zouden kunnen vertonen. Als vervanging van theatervoorstellingen die met anderhalve meter niet altijd mogelijk zijn.’

Het moest minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven plezier doen, want zij riep twee weken na de coronasluiting het publiek al op om ‘het culturele en creatieve veld steun te betuigen – bijvoorbeeld door vriend van een filmhuis, een muziekgezelschap of een theater te worden’. Het stond in een brief aan de Tweede Kamer en maakte zodoende van begin af aan deel uit van haar zoektocht naar geld om de cultuursector overeind te houden.

De oproep zette een thema op de kaart waar de cultuursector al lang mee worstelt. De belangrijkste inkomstenbronnen van theaters, gezelschappen en kunstenaars zijn subsidies, kaartverkoop en opdrachten voor nieuw werk. De verhouding met filantropie is al jaren moeizaam in de cultuurwereld. Van de 5,7 miljard euro die Nederlanders in 2018 schonken aan goede doelen – van collectebussen tot nalatenschappen en deelname aan loterijen – ging bijna 5,5 procent naar cultuur. Uit het in april gepresenteerde onderzoek van de Vrije Universiteit bleek dat sport flink meer kreeg.

De cultuurwereld berekende zelf dat het in de eerste drie maanden van de coronacrisis al 969 miljoen euro aan omzet is misgelopen. Het is met horeca en toerisme een van de zwaarst getroffen economische sectoren. Het kabinet stelde daar in april een extra noodpakket van 300 miljoen euro tegenover. Vandaag maakt het kabinet nieuwe steunmaatregelen bekend.

De oorzaak kan zijn dat schenkers en kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog er gewend aan zijn geraakt dat de overheid met subsidies een grote rol in het kunstleven op zich neemt. De vraag is of de ravage die de coronacrisis in de cultuursector aanricht, makers en toeschouwers nu nader tot elkaar brengt.

De ‘donatieknop’ verscheen de afgelopen maanden alvast op vrijwel elke website van een culturele instelling. Daar wil Voordekunst-directeur Casander voor waarschuwen: ‘Donateurs werven kost tijd. Je moet duidelijk maken waar je geld voor nodig hebt, en hoeveel. Transparant zijn. Zo’n donatieknop zonder uitleg kan juist tegen je werken.’

Alles is geoorloofd

Het was ‘doodeng’ om geld te vragen, zegt Kim Tuin, directeur van Het HEM, een ambitieus huis in Zaandam voor nieuwe kunst, lekker eten en goede soundscapes. ‘Het HEM is mijn droom. Maar dat wil niet zeggen dat het voor anderen net zo belangrijk is. En of ze er dan aan willen schenken?’

Het HEM was nog maar negen maanden open, in een spectaculaire oude kogelfabriek aan de oever van het Noordzeekanaal, toen corona Nederland bereikte. Tuin, haar team en de kunstenaars en gastcuratoren die ze binnenhaalden voor de eerste drie ‘chapters’ – zoals ze hun thematentoonstellingen noemen – hadden nog nauwelijks alle hoeken en gaten van het gebouw verkend. Het smalle pand is 200 meter lang, heeft meerdere verdiepingen én een ondergrondse schietbaan. Het heeft 9.000 vierkante meter vloeroppervlak, verdeeld over grote hallen, waarin de architect in 1956 opvallend lange rijen pilaren zette. Al met al ‘statig als een kathedraal’, zegt Tuin, maar dan midden in een havengebied.

De ‘angst om nee te krijgen’ bij een inzamelingsactie was groot, maar de nood was dat ook. De belangrijkste investeerder had al vroeg in de coronacrisis de geldkraan grotendeels dichtgedraaid, waardoor Tuin was gedwongen vrijwel al het personeel te ontslaan. Maar toen op 1 juni kunstinstellingen de deur weer op een kier mochten zetten, wilde Tuin dat ook doen. ‘Als je open kan, moet je open zijn.’ Daarom was alles geoorloofd. ‘Ik moet vechten als een leeuwin. Gelukkig heb ik nog twee mensen van mijn team kunnen behouden. Samen houden we het gebouw schoon en vervullen we alle functies.’

De donatieoproep op de site van Voordekunst was niet ingewikkeld. ‘Om heel eerlijk te zijn: het geld is op’, zei één van de aan Het HEM verbonden kunstenaars in een crowdfundingfilmpje. Of het publiek alsjeblieft binnen een maand 40 duizend euro bij elkaar kon leggen om de lopende tentoonstelling af te maken en Het HEM daarna tot diep in het najaar in de weekenden open te houden.

Het werkte: er kwam 32 duizend euro binnen. ‘Na een week zag je al dat het goed ging’, zegt Tuin, terwijl op een zaterdagavond vijftig bezoekers zich verzamelen voor een dansvoorstelling die in de grote fabrieksruimte coronaveilig kan worden gespeeld. ‘Het was hartverwarmend. Mensen hebben zoveel lieve dingen gezegd, en kwamen hier aan de deur om zich als vrijwilliger aan te melden. Het geeft energie dat we nu weer regelmatig open zijn en we hebben tijd gewonnen om structurele financiering te regelen.’

Hoe succesvol een actie kan zijn, ontdekte ook Isabella van Marle, die eerder voor fotofestival Unseen werkte, toen ze met vriendin Kunna Haan  Pictures for Purpose opzette. Ze boden korte tijd werk van 36 fotografen aan – bekende namen en aanstormend talent. Prijs per afdruk: 125 euro – niet duur voor een echte Bertien van Manen, die dit jaar een oeuvretentoonstelling in het Stedelijk Museum had.

De opbrengst was voor de voedselbank – waar ineens ook kunstzzp’ers terechtkwamen omdat ze na de coronasluiting hun werk verloren – én voor de fotografen die zeiden zelf ook wel wat inkomsten te kunnen gebruiken. Hun opdrachten vielen weg en dan was het zonder financiële buffer lastig doorlopende kosten als de huur te blijven betalen.

De actie bracht meer dan 200 duizend euro op. ‘Door de crisis moet je creatief gaan denken. In Amerika en Italië had je soortgelijke acties aan het begin van de coronacrisis, maar dan was de opbrengst alleen voor ziekenhuizen die niet genoeg middelen hadden om patiënten te helpen. Dit inspireerde ons om hier ook zoiets op te zetten, maar dan voor andere doelen.’

Even fronsten fotogaleries de wenkbrauwen bij het plan. Normaal verkopen fotografen hun werk in streng gelimiteerde oplages, en voor hogere prijzen. Was Pictures for Purpose de markt niet aan het verpesten? De galeries hadden door de sluiting ook ineens geen inkomsten meer.

‘De werken die wij aanboden waren ongenummerd en ongesigneerd. Wij hoopten op deze manier fotografie toegankelijk te maken voor een breder publiek. Al op de derde ochtend zagen we dat dat lukte – toen was er al 50 duizend euro binnen. Velen kochten voor het eerst een werk. Misschien is dat het begin van een verzameling en komen ze straks bij de galeries terecht.’

Iedereen mecenas

Hoe het precies staat met de geefbereidheid van het cultuurpubliek in de coronacrisis is nog moeilijk te bepalen. Tegenover de enthousiaste ervaringen van Pictures for Purpose en Voordekunst – het team dat de crowdfundingacties begeleidt kon deze zomer met twee medewerkers uitbreiden naar zeven – staat de uitkomst van het publieksonderzoek dat het Prins Bernhard Cultuurfonds onlangs uitbracht. Hoewel bijna 70 procent van de Nederlanders het ‘heel erg’ vindt als cultuurinstellingen failliet gaan, heeft nog maar 10 procent gedoneerd om hen te steunen.

De cijfers verrassen Adriana Esmeijer, directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds, niet. ‘Cultuur staat onderaan de geefranglijst. Kerken, internationale hulpverlening, ziektebestrijding en natuur- en dierbescherming zijn altijd populairder. Niet iedereen beschouwt cultuur als een goed doel. Veel mensen denken dat de overheid het regelt. Denk aan de indruk die de naam Rijksmuseum wekt.’

Na de oorlog is het Prins Bernhard Cultuurfonds uitgegroeid tot een van de grote particuliere fondsen. Het schonk vorig jaar 40 miljoen euro aan (amateur)kunst, een bedrag dat het fonds zelf ophaalt bij particulieren. ‘We zijn een soort datingbureau, een makelaar voor het mecenaat’, zegt Esmeijer. ‘Het bij elkaar brengen van schenkers en het goede doel kost veel tijd. Met grotere schenkers gaan wij vaak jarenlange relaties aan. Veel kunstinstellingen missen de menskracht om dat te doen naast het maken van cultuur.’

Nooit eerder zag Esmeijer, die binnenkort na twintig jaar directeurschap het Cultuurfonds verlaat, zo’n nood in de cultuursector. Ook niet in tijden van bezuinigingen. ‘Het is of er een orkaan is langsgekomen.’ Sinds twee weken loopt de inzamelingsactie ‘Houd cultuur levend’ waarmee het fonds voor eind oktober ‘miljoenen’ hoopt op te halen aan ‘noodhulp’ voor de projecten van de vele duizenden kunstenaars en andere cultuurmakers die buiten de overheidssteun dreigen te vallen. De teller stond donderdagochtend over de 111 duizend euro – het wordt spannend of ze in de buurt komen van de 12 miljoen euro die eerder deze maand door Giro 555 is opgehaald voor het door de havenexplosie verwoeste Beiroet.

‘Alleen als je vraagt, kun je iets krijgen’, zegt Esmeijer. ‘Wie had kunnen bedenken dat de spontane actie van een paar kunstliefhebbers om het vakantiegeld van de AOW voor cultuur te doneren in mei zo succesvol zou zijn? Het bracht ruim een miljoen euro op, en de minister heeft dat verdubbeld. Ik ga haar zeker vragen dat bij de opbrengst van ‘Houd cultuur levend’ weer te doen.’

Om het geven aan cultuur op langere termijn aan te moedigen, moet het kabinet veel meer reclame maken voor de Geefwet, zegt Esmeijer. De wet maakt het fiscaal aantrekkelijk om aan culturele instellingen geld te schenken. ‘Bij de middengroep aan donateurs is die nog niet erg bekend. Mensen die vijf jaar lang duizend euro per jaar doneren, in die categorie is denk ik nog meer te halen. Veel kleine beetjes maken toch een berg.’

De taart zelf

Het Concertgebouw – de zaal, niet het orkest – is al vanaf zijn oprichting in 1888 afhankelijk van eigen inkomsten. Donaties, schenkingen en nalatenschappen spelen een belangrijke rol. ‘Wij zijn niet bezig met het kersje op de taart, het is de taart zelf’, zegt Jolien Schuerveld, directeur van Het Concertgebouw Fonds.

De laatste tien jaar, sinds de grote cultuurbezuinigingen van 2010, is er flink getrokken aan fondsenwerving. De concertzaal aan het Museumplein heeft een trouwe schare donateurs verzameld. ‘Vanaf het moment dat wij onze deuren moesten sluiten laten begunstigers merken hoe hen dit aan het hart gaat’, zegt Schuerveld. ‘Bellen, mailen, brieven en kaartjes. En door spontaan extra giften over te maken. Van 20 euro tot zeer aanzienlijke schenkingen. ‘Vanuit Het Concertgebouw Fonds besloten we uitsluitend onze eigen achterban te benaderen toen we onlangs vroegen om extra donaties voor de gigantisch oplopende tekorten bij het Concertgebouw. We wilden niet in concurrentie te treden met collega-instellingen.’ 

Toen de inkomsten uit kaartverkoop en zaalverhuur wegvielen bleven de particulieren over als ‘eigenlijk ons meest betrouwbare en sterkste fundament’. Zo’n eigen fondsenwervingsmachine als het Concertgebouw Fonds is een zeldzaamheid in de cultuursector. Voor cultuur ontbreekt ‘een breed georganiseerd draagvlak’, zegt Schuerveld. ‘We kennen geen organisatie ‘Cultuurmonumenten’, zoals er wel Natuurmonumenten bestaat.’

Toch was de noodsteun van de achterban bij lange na niet genoeg om bezuinigingen bij het Concertgebouw aan het eind van de zomer te verhinderen. Gedwongen ontslagen, het niet verlengen van alle tijdelijke contracten, het opschorten van grote renovatieprojecten – het is een rij maatregelen die tal van cultuurhuizen hebben moeten treffen. ‘Vriend worden van je favoriete gezelschap, zoals de minister heeft aanbevolen, is natuurlijk een goed idee. Niet alleen nu. Maar het gaat helaas de culturele sector niet redden. Dat kan op termijn alleen een vaccin. En zolang dat er niet is, de minister en het kabinet.’

In april trok het kabinet 300 miljoen euro extra uit om het fundament van de culturele sector door de coronacrisis te slepen. Daarmee moesten in de eerste plaats de grotere gezelschappen, concertzalen en theaterpodia overeind worden gehouden.

Aan het begin van de zomer legde de cultuursector een herstelplan neer, omdat de 300 miljoen niet genoeg is om het verlies aan omzet te compenseren.

Meer over