film

Hoe speel je een dronkaard in een film?

Bloody Nose, Empty Pockets (2020). Beeld
Bloody Nose, Empty Pockets (2020).

Naar aanleiding van de documentaire Bloody Nose, Empty Pockets: tien archetypen van drankgebruik en -misbruik in de film.

Naast Druk van Thomas Vinterberg komt er volgende week nog een film over drank, veel drank in de bioscoop. Plaats van handeling: ‘Een plek waar je naartoe kunt als je nergens meer welkom bent.’ Dat is de vervallen buurtkroeg Roaring 20s in Las Vegas waar op elk moment van de dag wel een vijf in de klok zit. De vaste populatie hangt er wat aan de toog, oeverloos ouwehoerend. Ze zien eruit alsof ze zich zo kunnen aanmelden bij de band van Willie Nelson, of zeg ZZ Top, met hun baarden, houthakkershemden en lange manen. Ziedaar het decor van de veelbekroonde documentaire Bloody Nose, Empty Pockets, geregisseerd door Bill Ross IV en Turner Ross.

Bill en Turner Ross zijn twee filmende broers uit New Orleans. Sinds 2009 bewegen ze zich in de marge van het documentaireveld met kleine kunstzinnige producties als Tchoupitoulas (2012), over het nachtleven van hun stad. Ook nu wagen ze zich weer aan een experiment. In Bloody Nose, Empty Pockets helpen ze de werkelijkheid een handje. De documentaire is deels geënsceneerd. Gesuggereerd wordt dat de kroeg in Las Vegas staat, maar het is New Orleans. Las Vegas was oorspronkelijk wel de bedoeling, maar geen uitbater die het daar aandurfde: te veel discutabele handel onder de toonbank. Dus werden in Las Vegas alleen wat buitenopnamen gedraaid en kozen de broers dan maar hun eigen buurtcafé voor het interieur.

Er was geen script, alleen het uitgangspunt dat de fictieve Roaring 20s zijn laatste 24 uur beleeft. De bar wordt opgedoekt. Tot groot verdriet van de vaste gasten, gerekruteerd onder de kroeggangers van New Orleans. Ze werden gevraagd vooral zichzelf te spelen en te vertellen wat hun eigen kijk op het leven is. De sloten aan drank die ze geserveerd krijgen – bier, whiskey, gin, rum, wodka, nooit wijn – zijn al evenzeer echt. Ter geruststelling: buiten beeld waren er ook broodjes en voor de deur stonden busjes met nuchtere chauffeurs klaar om de benevelde cast veilig thuis te brengen. Alle remmen los dus.

Iets tussen feit en fictie in, dat is Bloody Nose, Empty Pockets. Maar het werkt goed, het geëtaleerde kroegleven voelt authentiek aan. Wat vaststaat is dat de ‘acteurs’ in elk geval niet hoeven te spelen dat ze dronken zijn, ze zijn het. Daarmee nemen ze een voorsprong op professionele acteurs die in films over drank wel aangeschoten moeten spelen, maar het niet zijn. Minus de method actors dan, zoals Martin Sheen, Nicolas Cage of Richard Burton. Daar komen we nog op.

Hoe speel je geloofwaardig een dronkaard? Een onvaste tred of een dubbele tong neigt al snel naar slapstick. Hoe doen ze het dan wel? Op stap door de filmgeschiedenis kom je grosso modo uit bij tien archetypen:

Gezelschapsdrinker

Het is geen Cheers, dat vriendelijke tv-café, maar met een beetje goede wil zou je die luitjes uit Roaring 20s gezelschapsdrinkers kunnen noemen. Excessieve gezelschapsdrinkers, dat wel, maar het gaat ze ook om een tijdelijke vorm van geborgenheid. Ze weten alles van elkaar, onderling kennen ze geen gêne. Ook de vrouwen niet, integendeel. Met een slok op ontpoppen ze zich tot gangmakers in zang, dans en schuine moppen. Dat zag je bij Cheers dan weer zelden.

Dorp aan de rivier (1958). Beeld
Dorp aan de rivier (1958).

Gelegenheidsdrinker

Die vind je terug in een Nederlandse klassieker: Dorp aan de rivier (1958), het debuut van Fons Rademakers. Hij ontving er prompt een Oscarnominatie voor. Nadat in het Brabantse plattelandsdrama de ongelukkige molenaarsknecht zich heeft verhangen, bidt een handvol dorpsbewoners – onder wie Louis van Gasteren senior als notabel – voor hem bij de open kist: nachtwake. Het begint stemmig, maar ondertussen worden door de heren heel wat glaasjes jenever achteloos weggetikt. Zo slaat de stemming om van diepbedroefd naar bijna jolig. De samenkomst werd vaardig geregisseerd door Rademakers, die als theaterman wel wist hoe je zo'n intieme scène doeltreffend kunt opbouwen. Ook door de zwart-witfotografie van cameraman Eddy van der Enden doet het tafereel wel wat denken aan het werk van Ingmar Bergman.

The Hangover (2009). Beeld
The Hangover (2009).

Comazuiper

Plat, platter, platst. Door hitfilms als The Hangover (2009, met Bradley Cooper) en Bridesmaids (2011, met Melissa McCarthy) beleefde de burleske comedy een comeback. In Amerika heet dat genre: gross out (goor, vulgair), waarbij wordt gegokt op de gulle lach (waarvan comédienne Melissa McCarthy de koningin is). In beide films draait het om een vrijgezellenparty in Las Vegas die uiteraard volledig uit de hand loopt. Door het comazuipen weet niemand de volgende ochtend meer wat er precies gebeurd is. Die herinneringen komen in flarden, ook voor de kijker, en dat comazuipen gaat van: klok, klok, klok. Een fikse boer hoort er ook bij.

The Dude (Jeff Bridges) uit The Big Lebowski met zijn eeuwige White Russian. Beeld
The Dude (Jeff Bridges) uit The Big Lebowski met zijn eeuwige White Russian.

Gewoontedrinker

Sommige filmpersonages kun je niet zonder hun drankje voorstellen. The Dude uit The Big Lebowski (1998) is er zo een, met zijn eeuwige White Russian (50 ml wodka, 20 ml Kahlúa, 30 ml verse room). ‘Pas op, man, ik heb een versnapering hier’, sputtert The Dude als hij door zijn ontvoerders in een auto wordt gesmeten. Of denk aan de zelfverklaarde modekoningin Patsy Stone uit Absolutely Fabulous: The Movie (2016). Zij drinkt Bollinger-champagne en Stolichnaya-wodka, of wat er verder maar voor handen is. Hoewel Patsy haar waardigheid wenst te behouden, sorteert ze doorgaans het tegenovergestelde effect. En dan heb je André Hazes. De Amsterdamse volkszanger werd in Bloed, zweet & tranen (2015) fraai geportretteerd door Martijn Fischer, en een pilsje (of twee) was nooit ver weg. Hazes dronk al wel, maar uit faalangst vanwege het verlies van zijn gehoor wordt die gewoonte in de film alleen nog maar sterker.

W.C. Fields in International House (1933).  Beeld
W.C. Fields in International House (1933).

De stiekeme drinker

Die draagt een heupflacon, een platvinkje. Snel een shotje whiskey, wodka of cognac buiten het zicht om. Te zien in vijf seizoenen Peaky Blinders, in duizend-en-een westerns, en bij films over de soldaten van het Rode Leger. En natuurlijk bij de onnavolgbare komiek W.C. Fields, die graag een drankorgel speelde.

Paul ­Giamatti en Thomas ­Haden Church in ­Sideways (2004), de roadmovie voor wijnkenners. Beeld
Paul ­Giamatti en Thomas ­Haden Church in ­Sideways (2004), de roadmovie voor wijnkenners.

Gastrocinema

Gekende setting: het (familie)diner. Wijn maakt de tongen los, er komen onverkwikkelijke zaken aan het licht. Zelfs binnen een strenge Deense geloofsgemeenschap in de 19de eeuw, zoals in Babette’s Feast (1987). Voor wijnkenners is ook de roadmovie Sideways (2004) fijne gastrocinema. Twee vrienden trekken door Zuid-Californië van proeverij naar proeverij. Door de film schoot de verkoop van Californische pinot noir omhoog.

Barfly (1987) met een bezopen Faye Dunaway en Mickey Rourke. Beeld
Barfly (1987) met een bezopen Faye Dunaway en Mickey Rourke.

Duodronkenschap

Het gehele oeuvre van dichter en schrijver Charles Bukowski walmt drank uit, en dus ook de vele verfilmingen van zijn werk. In Barfly (1987) gaat Mickey Rourke bijna fluitend ten onder, maar hij heeft dan ook aangenaam gezelschap: Faye Dunaway. Ze delen lief, leed en drank. Zoals Elizabeth Taylor en Richard Burton dat in Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1966) thuis ook doen, maar zij hebben het minder gezellig. Ze haten elkaar, en de cocktails maken het er niet minder op.

Method actor Martin Sheen wilde voor de openingscène van het Vietnamdrama Apocalypse Now (1979) per se stomdronken worden. Beeld
Method actor Martin Sheen wilde voor de openingscène van het Vietnamdrama Apocalypse Now (1979) per se stomdronken worden.

Kwaaie dronk

Method actor Martin Sheen wilde voor de openingsscène van het Vietnamdrama Apocalypse Now (1979) per se stomdronken zijn op die hotelkamer in Saigon. Bloednerveus over zijn missie om de gedeserteerde kapitein Kurtz uit te schakelen zuipt hij zich klem en slaat aan het schaduwboksen. Tijdens de opnamen sloeg hij per ongeluk in razernij een spiegel stuk, tot zijn handen bloedden. Regisseur Coppola wilde de zaak stilleggen, maar Sheen stond erop door te draaien. Memorabele kwaaie dronk.

The Shining (1980). Jack Nicholson voert als schrijver Jack Torrance in het verlaten hotel Overlook hele gesprekken met barkeeper Lloyd. Beeld
The Shining (1980). Jack Nicholson voert als schrijver Jack Torrance in het verlaten hotel Overlook hele gesprekken met barkeeper Lloyd.

Psychosedrinker

Door drank in een staat van psychose geraken kan ook nog. Het overkomt Pierre Bokma als schrijver Adri – zoals hij in de film heet, maar bedoeld wordt uiteraard A.F.Th. van der Heijden – na de dood van zijn zoon in Tonio (2016). Intense scènes waarbij de kijker zich bijna een voyeur voelt. Lichter van toon, zo lijkt het althans, zijn de drankmomenten in The Shining (1980). Jack Nicholson voert als schrijver Jack Torrance in het verlaten hotel Overlook hele gesprekken met barkeeper Lloyd, die slechts een hersenspinsel van de schrijver is. En Jeroen Krabbé verkeert als de op Gerard Reve gebaseerde hoofdpersoon in De vierde man bijna permanent in een staat van delirium en ontvangt talloze religieuze visioenen.

Nicolas Cage in Leaving Las Vegas (1995)  Beeld
Nicolas Cage in Leaving Las Vegas (1995)

Gedoemde drinker

Wie kent hem niet, Rick Blaine? Gezeten aan de bar van zijn eigen Rick’s Café Américain giet hij zich na sluitingstijd vol omdat zijn verloren liefde Ilsa Lund onverwacht is opgedoken. ‘Van alle kroegen, in alle steden, op heel de wereld, komt ze die van mij binnenlopen.’ Dan hebben we het natuurlijk over Ingrid Bergman en Humphrey Bogart in Casablanca (1942). Laten we het zo zeggen: op overacting stond toen nog geen verbod.

Ook gedoemd is scenarioschrijver Ben Sanderson in Leaving Las Vegas (1995), een rol van Nicolas Cage. Door zijn drankprobleem is hij alles kwijt: baan, gezin en vrienden. Hij besluit naar Las Vegas te gaan om zich dood te drinken. Bijna wordt hij gered door prostituee Sera (Elisabeth Shue), maar het is al te laat. Tenminste één Britse filmjournalist merkte op dat Cage vaak zo klein en ingetogen speelt dat het publiek zich afvraagt: is hij nu in slaap gevallen? Dat valt hier reuze mee. Voor zijn rol filmde Cage zichzelf op dronken momenten en speelde dat vervolgens nuchter voor de camera na.

Albert ­Finney in ­Under the Volcano (1984). Beeld
Albert ­Finney in ­Under the Volcano (1984).

Klassiek is Ray Milland als alcoholische schrijver in Billy Wilders The Lost Weekend (1945), maar de allergedoemdste drinker moet toch wel Albert Finney in Under the Volcano (1984) zijn. De roman van Malcolm Lowry uit 1947 werd verfilmd door John Huston – zelf een zware drinker – en Finney zet de Britse ex-consul Geoffrey Firmin in het Mexicaanse Cuernavaca neer vol wisselende stemmingen tijdens de laatste 24 uur van zijn leven. Van onuitstaanbaar en overmoedig tot aan breekbaar en weer terug. Hoe acteer je een gedoemde dronkaard? Nou, zoals Shakespeare-acteur Albert Finney (1936-2019) dat deed.

Shaken, not stirred

Een personage dat je nu nooit eens tipsy op het scherm ziet is James Bond, liefst gespeeld door Sean Connery natuurlijk. Hij houdt van het goede leven, maar omdat hij altijd alert moet zijn drinkt hij zijn wodka-martini met mate. ‘Shaken, not stirred.’ Pas als de klus geklaard is (en Bond het meisje krijgt) geeft hij zich weleens over aan een fles Dom Pérignon. Op dat moment zwenkt de camera doorgaans weg en gaan we naar de aftiteling.

Meer over