AchtergrondKlassieke muziek

Hoe maken we de wereld van de klassieke muziek minder wit?

De wereld van de klassieke muziek is ‘te wit’, klinkt het steeds vaker. Hoe komt het dat er zo weinig zwarte musici in orkesten spelen? De Volkskrant vroeg vier musici wat hieraan te doen is. ‘We moeten zaadjes planten, anders voeren we over tien jaar nog steeds hetzelfde gesprek.’

null Beeld Ricardo Tomás
Beeld Ricardo Tomás

De geschiedenis, ook die van de klassieke muziek, ontvouwt zich niet in een rechte lijn van vooruitgang. Ze ontrolt zich eerder in golven, waarin stappen vooruit en achteruit elkaar afwisselen. Daardoor kan iets zich nu voordoen als baanbrekend, terwijl de echte doorbraak zich veel langer geleden heeft afgespeeld, maar inmiddels weer is vergeten.

Voor pianist Djuwa Mroivili (22) is het belangrijk om dat voorop te stellen in dit verhaal over de roep om diversiteit in de wereld van de klassieke muziek. Want het is dan misschien zo dat er momenteel op allerlei plekken gesprekken aan de gang zijn om concertprogramma’s, orkestgezelschappen en operadirecties minder wit te maken, het is niet voor het eerst dat zwarte musici of componisten een grote carrière hebben.

Neem de Amerikaanse pianist en componist Florence Price (1887-1953), die succesvol was in de jaren twintig en dertig. Ze schreef een grote stapel pianomuziek. De golf van de Harlem Renaissance, de beweging van zwarte intellectuelen, schrijvers en kunstenaars die bloeide tijdens het Amerikaanse interbellum, stuwde ook haar voort. In 1933 voerde het Chicago Symphony Orchestra haar prijswinnende compositie, de Symfonie in e-klein uit – het eerste orkeststuk van een zwarte vrouw dat op het programma van een gerenommeerd orkest belandde.

‘Toen ik ruim een jaar geleden het werk van Price ontdekte, was dat belangrijk voor me’, zegt Mroivili. Ze is een van de weinige niet-witte studenten aan de klassiekemuziekafdeling van hogeschool voor de kunsten Artez in Zwolle en doet daar aan het eind van dit collegejaar eindexamen. ‘Ik had voor het eerst het gevoel: deze componist wil dat ik haar werk speel en ik mag alles van mijzelf daarin leggen.

‘Bij het spelen van muziek op het conservatorium ligt de nadruk er steeds op dat je moet weten wat een historisch correcte uitvoering is. Hoe speelden ze in de 18de eeuw? Maar ik dacht daarbij steeds: hoe kan dat nou, mijn hele aanwezigheid op het conservatorium is niet historisch correct. Ik dacht dat ik een indringer was. Maar Price, en die hele traditie van kritische kunstenaars, liet me zien: wat ik doe is niet nieuw, ik hoor hierbij.’

De muziek van de Franse componist Claude Debussy, vaste prik voor pianostudenten, heeft ze intussen terzijde gelegd. Vroeger speelde ze wel stukken als Le petit nègre en Minstrels uit de 24 Préludes – dat is geen verwijzing naar middeleeuwse minstrelen, maar naar de minstrel shows, vol variété met acteurs en dansers in blackface. ‘Het exotisme in het werk van Debussy wordt nog steeds vaak als iets positiefs beschreven. Maar het hoort bij de tijd van de Wereldtentoonstellingen, waarop mensen uit koloniën werden tentoongesteld. Debussy bezocht die in 1889 in Parijs. Toen hij die pianostukken schreef, maakte het Franse leger nog de dienst uit in de koloniën.’

null Beeld Ricardo Tomás
Beeld Ricardo Tomás

Het werk van Florence Price staat sinds een paar jaar breder in de belangstelling, net als de muziek van Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912), een Engelsman wiens vader uit Sierra Leone kwam. Ook Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (1745-1799) uit Guadeloupe is pas na eeuwen als ‘de zwarte Mozart’ aan de vergetelheid ontrukt.

Ze belanden op de concertprogramma’s, vooral in de Angelsaksische landen, omdat een groeiend aantal musici, programmeurs en beleidsmakers de canon van klassieke componisten ‘te wit’ vindt. Is het op de programma’s vaak al goed zoeken naar vrouwelijke componisten, muziek van zwarte componisten ontbrak de afgelopen decennia al helemaal. En ook binnen de orkesten kan er nog wel wat gebeuren: zwarte musici zijn nog steeds de uitzondering. En in de grote steden vormt het publiek in de concertzalen nog lang geen afspiegeling van de samenleving.

Het leidt tot allerlei initiatieven. In The New York Times werd ervoor gepleit om bij orkestaudities het gordijn weg te halen, zodat je de musici juist wel ziet; dat zou het makkelijker moeten maken om zwarte musici aan te nemen. Het New York Philharmonic stuurde zijn medewerkers op een antiracismecursus. Het grote platenlabel Decca contracteerde onlangs de half Afro-Amerikaanse, half Koreaanse violist Randall Goosby, en waar het gebruikelijk is om dan met iets makkelijk verkoopbaars als Vivaldi te beginnen, debuteert hij met muziek van zwarte componisten. In het Verenigd Koninkrijk gaat de aandacht uit naar de familie Kanneh-Mason: cellist Sheku speelde op de bruiloft van prins Harry en Meghan Markle voor een wereldwijd televisiepubliek.

Ook in Nederland denken zalen, festivals en orkesten aan diversiteit – uit eigen overtuiging, of omdat diversiteit een steeds belangrijker criterium is bij het verkrijgen van subsidie. Zalen als het Concertgebouw en het Muziekgebouw aan ’t IJ kozen de afgelopen jaren bij enkele van hun posters en brochures bewust voor afbeeldingen van donkere artiesten. En toen het Holland Festival vorig jaar bij de Stockhausen-productie Aus Licht een documentaire maakte, werd er een multiculturele schoolklas bij het project betrokken. 

Dat de agenda’s door corona leeg werden geveegd, hielp mee bij het inspelen op de actualiteit. Zo programmeerde het Radio Filharmonisch Orkest deze zomer werk van zwarte componisten – voor het eerst in zijn 75-jarige bestaan. Het Rotterdams Philharmonisch bracht in september een cross-overprogramma met spokenwordkunstenaar Y.M.P., waarin het hiphop verbond aan muziek van Joseph Bologne Chevalier de Saint-George.

22 nationaliteiten

Of de Nederlandse symfonieorkesten divers zijn of niet hangt maar net af van je definitie. De muziekwereld is sterk internationaal georiënteerd, alleen ontbreken de in Nederland grote minderheidsgroepen nagenoeg. Het Concertgebouworkest alleen al telt musici van 22 nationaliteiten, uit vijf werelddelen. De orkesten profiteerden jarenlang van talent dat de Sovjet-Unie was ontvlucht. Ook zijn veel musici afkomstig uit Azië, met name uit Zuid-Korea en Japan, waar westerse klassieke muziek zeer geliefd is.

Maar het opmerkelijkste teken van verandering speelt zich af De Nationale Opera, de meest gesubsidieerde instelling in de podiumkunsten. Daar is een productie geschrapt van Otello, van de 19de-eeuwse Italiaanse componist Giuseppe Verdi. Het titelpersonage is een zwarte prins in het leger van Venetië, net als in het vierhonderd jaar oude toneelstuk van William Shakespeare, waarop het libretto is gebaseerd.

‘We hadden een fantastische Otello, een geweldig artistiek team en onze toekomstige chef-dirigent als muzikaal leider, maar ze zijn allemaal wit’, zei directeur Sophie de Lint in november op de website van De Nationale Opera. ‘In andere Europese landen is dit misschien nog wel mogelijk, maar voor ons voelde dit niet meer goed met de huidige veranderingen in onze maatschappij. Otello in een hedendaagse vorm kan alleen maar in een team van kleur. Er moet ruimte zijn voor een zwart perspectief.’

De stappen van De Lint volgen op de ongebruikelijke collagevoorstelling Faust (working title), die in de zomer in elkaar was gezet om de weggevallen seizoensopening in september op te vangen. Het was volgens De Lint ‘het verrijkende begin voor een nieuwe wereld van het muziektheater’. Ze vroeg de jonge Nederlands-Peruaanse regisseur Lisenka Heijboer Castañon, die er de Nederlands-Sri Lankaanse Manoj Kamps bij haalde, die zich met oogschaduw en nagellak nadrukkelijk profileert als queer dirigent. Naast Händel, Mahler en Brahms klonk er muziek van de Mexicaanse smartlapzangeres Chavela Vargas, de Chinese componist Lingbo Ma en de Afro-Amerikaanse componisten Julius Eastman en – daar is ze weer – Florence Price.

‘Er moet ruimte zijn voor een zwart perspectief.’ Beeld Ricardo Tomás
‘Er moet ruimte zijn voor een zwart perspectief.’Beeld Ricardo Tomás

Met een lichte aarzeling wil Djuwa Mroivili meewerken aan dit verhaal. ‘Vier musici van kleur in één artikel, dan weet je wel waar het over gaat. Het zijn geen tweeduizend woorden over de muziek van Florence Price. Dat ik hieraan mee doe, verlaagt toch ook weer de drempel voor mensen om me na een concert te vragen hoe het is om zwart te zijn.’

Toch spreekt ze zich uit. De Black Lives Matter-protesten na de moord op George Floyd door Amerikaanse agenten in Minneapolis gaven haar ideeën afgelopen zomer een brede bedding. Met een groeiende groep medestudenten van theater- en beeldendekunstopleidingen van Artez heeft Mroivili de krachten gebundeld in het intersectionele initiatief HALT – de letters staan voor Hungry, Angry, Late & Tired. ‘We willen een veilige ruimte op onze opleidingen creëren voor alle genders, religies, talen en kunstdisciplines. Een plek waar studenten die niet aan de witte, cis-, hetero-, able bodied-norm voldoen zich niet alleen voelen en elkaar kunnen inspireren.’

Het was een reactie op het statement ‘Samen voor solidariteit’ van hun hogeschool, over ‘een inclusieve en veilige leer- en werkomgeving voor alle leden van de Artez-community’. De verklaring schoot tekort, vonden ze: het conservatorium en de kunstacademies zijn nog lang niet voor iedereen zo ‘toegankelijk’ als ze zelf misschien denken. Ze zijn onderdeel van een maatschappelijk systeem dat niet iedereen van jongs af aan dezelfde kansen biedt.

‘Veel studenten die op conservatoria binnenkomen, zijn afkomstig uit muzikale gezinnen’, zegt Mroivili. ‘Ze hebben ouders die wisten dat je jong moet beginnen om naar het conservatorium te gaan. Die konden een instrument voor hun kind kopen en zagen erop toe dat ze tijd hadden om te studeren. De docenten kennen ook geen andere wereld. Als je het systeem dat die privileges beloont niet verandert, blijft het conservatorium wit – en niet alleen in de zin van kleur, maar het blijft dan moeilijk toegankelijk voor alle mensen die afwijken van de norm.’

‘Het systeem dat privileges beloont moet veranderen.’ Beeld Ricardo Tomás
‘Het systeem dat privileges beloont moet veranderen.’Beeld Ricardo Tomás

Zo is het ‘dekoloniseren’ van de klassieke muziek ook in Nederland begonnen. Voor de activisten staat de term niet alleen voor het beëindigen van de ‘witte overheersing’ van overzeese (ex-)koloniën, maar ook voor het afbreken van het witte perspectief dat in tal van postkoloniale samenlevingen dominant is gebleven. De witte ervaring, de witte geschiedenis en de witte kennis zijn daar nog te vaak de standaard.

Bij maatschappelijke verandering loopt de klassieke muziek niet vaak voorop. Die wereld, zou je kunnen betogen, is per definitie conservatief: ze wil oude muziek bewaren, conserveren. Het idee dat er muziek was die verheven en onomstreden was, onontbeerlijk voor de geestelijke ontwikkeling, ontstond aan het begin van de 19de eeuw in het Duitse taalgebied, toen de bevolkingssamenstelling er nog heel anders uitzag dan nu en vrouwen niet werden geacht te componeren. Het verklaart waarom de meeste gecanoniseerde componisten mannelijk, wit en vaak Duits of Oostenrijks zijn.

Maar het valt niet te ontkennen dat ook de buitenkant in veel opzichten nog altijd 19de-eeuws aandoet. Zo zien we pas de laatste paar jaar vrouwelijke dirigenten doorstromen naar de top. In 2019 werd de Amerikaanse Karina Canellakis de eerste vrouwelijke chef-dirigent in Nederland.

De witte dominantie in de klassiekemuziekwereld staat in het Verenigd Koninkrijk al langer ter discussie. Sinds 2015 probeert de stichting Chineke! daar jonge, niet-witte musici op weg te helpen. Het zichtbaarst is het eigen orkest, dat talenten vanuit de hele wereld voor een paar projecten per jaar bij elkaar brengt en ervaring laat opdoen. Chineke! wil voor rolmodellen zorgen, ‘een katalysator zijn voor verandering’ en meer zwarte, Aziatische en etnisch diverse musici in orkesten krijgen.

Ook Nederlands talent plukt hier de vruchten van. Zo kon pianist Nicolas van Poucke (28) in oktober dankzij het Chineke! Orchestra plotseling zijn debuut maken in de Royal Festival Hall in Londen. En daardoor weet nu ook het Engelse publiek wie hij is.

De uitnodiging, deze zomer, kwam als een verrassing, zowel voor hemzelf als voor zijn omgeving. ‘Ik ben nooit met mijn afkomst bezig geweest’, zegt Van Poucke. ‘Ik heb me ook nooit gediscrimineerd gevoeld. De enige vervelende opmerking die ik kreeg, was laatst van een dronken vrouw die zei dat we ‘in dit land’ niet op de stoep fietsen.’

Als je Van Poucke ziet, zou je hem ook voor een Zuid-Europeaan kunnen houden. Zijn vader is Nederlands. Zijn moeder is geboren op Cuba, maar vluchtte als 8-jarige met haar ouders naar Spanje en verhuisde drie jaar later naar New York. Háár moeder was weer van Spaanse afkomst, haar vader afstammeling van Afrikaanse slaven. Werd ze in Cuba tot de Afro-Cubanen gerekend, in de VS werd ze als Hispanic gezien.

Van Poucke: ‘Door de uitnodiging van Chineke! werd ik wel gedwongen om over mijn achtergrond na te denken.’

Hij zei direct ja toen het telefoontje met het verzoek kwam. Beethovens Derde pianoconcert, een grote (maar lege) zaal (het concert werd gestreamd); de quarantaine van twee weken had hij er graag voor over. Maar de strijd van Chineke! voelde nog niet helemaal als de zijne. ‘Ik heb het gewoon benaderd als een belangrijk concert, ik heb me volledig op de muziek gefocust. Ik weet hoe gevoelig alles ligt, maar ik maak graag foute grappen. Mijn vrienden zeiden: Nicolas, hou je mond daar!’

Van Poucke spreekt thuis aan zijn Amsterdamse keukentafel; zijn moeder, Mercedes León (57), luistert mee. ‘Ik vertelde mijn oud-docent David Kuyken dat ik was uitgenodigd omdat ik een gemengde afkomst heb. Maar hij zei: nee, nee, ze vragen je om wat je kan. Bij bijna elk engagement speelt wel iets van geluk mee, dat je een programmeur kent of zo. Er is nooit één factor.’ Dan, lachend: ‘Ik heb zowel de voordelen van blank als van zwart zijn.’

Het grootste voordeel, realiseert hij zich, is dat hij in een muzikale familie is opgegroeid, en dat muziek maken altijd vanzelfsprekend was. Zijn vader is trompettist, zijn moeder speelde als altviolist jarenlang bij verschillende Nederlandse orkesten. Zijn zus Ella is een van Nederlands grootste cellotalenten.

Waar Nicolas zegt nooit discriminatie te hebben ondervonden, is dat voor zijn moeder anders. ‘Er waren wel een paar incidenten’, zegt Mercedes León. ‘Toen ik in 1989 naar Nederland kwam, ging ik al snel schnabbelen. In het begin was er een man, een contrabassist die ensembles regelde, die me weigerde. Hij zei: ‘I want to keep my orchestra white.’ Maar in de grote orkesten heb ik me juist altijd heel welkom gevoeld.’

Ziet zij het als een probleem dat er weinig zwarte musici in orkesten spelen? ‘Ik heb het zelf nooit als probleem ervaren dat ik heel vaak de enige was’, zegt ze. ‘Ik wilde gewoon spelen met goede musici. Maar we hebben allemaal andere ervaringen, het is gevaarlijk om zwarte mensen als één groep te zien.’

Van Poucke: ‘Het is toch gewoon een economisch probleem? Dat er meer geld is in de ene gemeenschap dan in de andere.’

León: ‘Wie gaan er naar klassieke concerten? Blanke mensen met iets meer geld. Het is logisch dat de meerderheid van de klassieke musici blank is. Het is nou eenmaal een Europese traditie.’

Bridgetowersonate

In het Wenen van Beethoven (1770-1827) was een zwarte musicus een bezienswaardigheid. Dat mensen op George Bridgetower afkwamen, kwam dan ook niet alleen door zijn grote talent. Met deze violist met Caribische en Duitse wortels bracht Beethoven zijn Negende vioolsonate in première. Na afloop kregen de twee ruzie, waarna Beethoven zijn sonate opdroeg aan de Franse violist Rodolphe Kreutzer, die het stuk nooit wilde spelen. Pianist en presentator Christiaan Kuyvenhoven pleitte er in zijn Beethoven-vlog voor om de sonate alsnog de Bridgetowersonate te noemen.

Maar wat zou de manier zijn om tot meer diversiteit in orkesten te komen? Moeten we stoppen met blinde audities, zoals nu in de VS wordt geopperd? Moeten er quota komen voor een diverse programmering, de discussie die woedt bij de BBC Proms? Moeder en zoon vinden van niet. Het begint bij onderwijs, zeggen ze, en het liefst op jonge leeftijd – wil je een strijkinstrument spelen en ooit de top bereiken, dan moet je wel voor je 7de beginnen. Dus moeten kinderen worden gestimuleerd, zoals bij León zelf ook gebeurde.

Mercedes León kwam met klassieke muziek in aanraking toen er op haar basisschool in Manhattan een leraar langskwam die kinderen testte op muzikaliteit. Ritmische oefeningen, melodieën nazingen. ‘Ze hadden kinderen nodig voor het schoolorkest van mijn middle school. Daar kon ik een altviool lenen en mee naar huis nemen. Later kreeg ik ook beurzen, die waren er ook in het bijzonder voor jongeren met een niet-blanke achtergrond.’

Maar in Nederland wordt de onderwijstaak steeds nadrukkelijker neergelegd bij orkesten en ensembles (iedere grote organisatie heeft wel iemand voor educatie in dienst); het is een voorwaarde voor subsidie. Aan de andere kant zijn in Nederland tal van gemeentelijke muziekscholen verdwenen na de bezuinigingen van het eerste kabinet-Rutte. En zo wordt een divers orkestenbestel er alleen maar moeilijker op gemaakt.

In Nederland wordt de onderwijstaak steeds nadrukkelijker neergelegd bij orkesten en ensembles. Beeld Ricardo Tomás
In Nederland wordt de onderwijstaak steeds nadrukkelijker neergelegd bij orkesten en ensembles.Beeld Ricardo Tomás

Ook sopraan Claron McFadden (59) maakte de oversteek naar Europa. Toen ze in 1984 haar zangopleiding in de VS had afgerond, verhuisde ze naar Nederland. ‘Ik was bezig met Europese klassieke muziek en wilde bij de bron zijn. Ook paste het sociale klimaat beter bij mij als zwarte vrouw.’

Jarenlang was McFadden hier ‘de gekke zangeres die baanbrekende dingen doet’, zoals ze zelf zegt. En inderdaad: ze is een veelzijdig en veelgeroemd zangeres, wier repertoire zich uitstrekt van de barok tot eigentijdse muziek. Ze ‘heeft in haar optreden dezelfde frisheid als 35 jaar geleden, en ook op haar stem zit nog geen snippertje sleet’, schreef de Volkskrant in juni over haar.

‘Ik kwam naar Europa, omdat mensen mij hier allereerst als mens zagen en daarna pas als zwart. Ik wilde niet langer wonen in Amerika, een land waar je het systemisch racisme dagelijks op een extreme manier meemaakt – daar schiet de politie zwarte mannen dood. Nu beginnen mensen hier ook mijn kleur te zien. Ik ervaar het niet als iets negatiefs, het hoort bij deze tijd. Door de druk van de protesten kunnen we niet meer wegkijken van de situatie zoals die in Nederland is. Maar we moeten wel uitkijken dat het niet te veel blabla is. Het gaat erom wat je eraan doet, en dan zeg ik: onderwijs is alles.’

Met woorden als inclusiviteit, diversiteit of – ‘ik kan het niet eens uitspreken’ – dekoloniseren heeft McFadden niets op. Zelf had ze een witte juf op de lagere school in de VS, die haar alle soorten muziek liet horen. The Beatles en Bach, Jesus Christ Superstar, maar ook Die Zauberflöte van Mozart in de verfilming van Ingmar Bergman. ‘Toen ik als 10-jarige de Koningin van de Nacht hoorde zingen, wist ik wat ik wilde. Het deed er niet toe dat de sopraan in die film blank was. Ik vind dat een gevaarlijke manier van denken. Je kunt er niet omheen dat Europeanen blank en koloniaal waren. Bach en Mozart konden er niets aan doen dat ze wit waren. Je kunt dat niet uitwissen door standbeelden omver te gaan trekken. Gebruik die beelden en schilderijen in het onderwijs!’

McFadden is ‘jammer genoeg’ heel vaak de enige zwarte musicus in klassiekemuziekprojecten, en veel zwarte componisten ziet ze ook niet. Maar om dat te veranderen is een investering van jaren nodig, zegt ze.

‘Ga kinderen op plekken waar geen klassieke muziek is op zo’n manier lesgeven, begeleiden, coachen dat ze Bach, Monteverdi of Andriessen als voorbeeld zien en componist willen worden. Thuis luisterden wij naar Sly & the Family Stone, het was de juf die me iets anders liet horen. Als je het niet zo grondig aan de basis aanpakt, blijven we bezig met het plukken van bloemen om een kleurig boeket samen te stellen. Maar bloemen die je plukt, gaan dood. We moeten zaadjes planten, anders voeren we over tien jaar nog steeds hetzelfde gesprek.’

‘Het was de juf die me iets anders liet horen.’ Beeld Ricardo Tomás
‘Het was de juf die me iets anders liet horen.’Beeld Ricardo Tomás

Lees verder

De vrouw die de meeste concerten bezocht, is Marlène Tjoe-Nij. Vaak gaat ze niet alleen naar de première van een opera, maar naar álle voorstellingen.

Kevin John Edusei staat als dirigent regelmatig voor het Chineke! Orchestra. ‘Wat we willen zeggen is: dit kun je ook doen, ongeacht je kleur.’

Nicolas van Poucke nam dit jaar muziek op van Robert Schumann. Zijn collega’s Hannes Minnaar en Nino Gvetadze ook. Een gesprek over wat Schumanns muziek bijzonder maakt.

Meer over