beschouwing

Hoe Joodse oorlogsslachtoffers in kamp Westerbork wraak namen op gevangengenomen NSB’ers

De misdragingen van Joodse bewakers tegenover veronderstelde oorlogsmisdadigers, kregen tot nu weinig aandacht. In de documentaire Oorlog in Westerbork vertellen hoogbejaarde getuigen hun ongemakkelijke verhaal.

Arno Haijtema
Kampcommandant Jan Buijvoets, destijds 27 jaar. Beeld
Kampcommandant Jan Buijvoets, destijds 27 jaar.

Het is een beladen geschiedenis die in documentaires over de Tweede Wereldoorlog nauwelijks aandacht heeft gekregen: de gewelddadige gebeurtenissen in Durchgangslager Westerbork, nadat de Canadezen de onheilsplek op 12 april 1945 hadden bevrijd. Joodse oorlogsslachtoffers werden toen verantwoordelijk voor de bewaking van duizenden NSB’ers en oorlogsmisdadigers die aan het einde van de bezetting op hun beurt in kamp Westerbork werden gedetineerd. Getraumatiseerde Joden kregen onbeperkte macht over ‘foute’ Nederlanders die zij mede verantwoordelijk hielden voor de Holocaust. Woede en wraak mondden uit in mishandeling en moord. De documentaire Oorlog in Westerbork belicht de zwarte periode, die duurde van april tot september 1945.

Pervers, noemt in die indringende documentaire oud-directeur Hans Blom van NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, het besluit van de Canadezen en het militaire gezag om, na de bevrijding van Westerbork uitgerekend 850 in het kamp achtergebleven Joden als bewakers aan te stellen van collaborateurs en misdadigers. De Joden hoorden doorgaans aan het eind van de oorlog pas over het gruwelijke lot van familie en vrienden en werden desondanks geacht zich netjes te gedragen tegenover de gevangenen.

Hans Blom, oud-directeur van NIOD. Beeld
Hans Blom, oud-directeur van NIOD.

Zo vreemd is het niet dat de misdragingen die in de chaos na de bevrijding plaatsvonden in Westerbork geringe aandacht hebben gekregen. Het kamp is immers de plek vanwaar het overgrote deel van de 102 duizend Nederlandse Joden, Roma en Sinti werden afgevoerd naar de gaskamers – het drama waarbij vergeleken de episode van april tot september 1945 een voetnoot lijkt.

Toch vindt regisseur Eric Blom (geen familie van de ex-NIOD-directeur) het belangrijk dat in de geschiedschrijving over Westerbork ook dit ongemakkelijke en schokkende verhaal wordt verteld. ‘We moeten altijd zoeken naar de nuance.’ Joodse overlevenden en hun nabestaanden, een onderzoeker van herinneringscentrum Westerbork, een voormalige NSB’er en een oud-Oostfrontstrijder bewijzen met hun medewerking aan de documentaire dat ook zij de tijd er rijp voor achten.

Er was een praktische reden om Westerbork aan te wijzen als interneringskamp voor de collaborateurs. Er waren barakken, er was een omheining van prikkeldraad en er waren, cynisch gesteld, gemotiveerde bewakers. De Canadese troepen trokken verder oostwaarts om Hitler-Duitsland de genadeklap toe te brengen. In het gezagsvacuüm dat toen dreigde te ontstaan, stelde het Militair gezag een kampcommandant aan om leiding te geven aan de gevangenhouding van de ‘foute’ Nederlanders. Die commandant, de voormalige verzetsman Jan Buijvoets, bleek onmachtig om de woede en de wraakzucht te beteugelen. In zijn brandbrieven aan het militair gezag waarschuwde hij voor de misstanden. Maar pas enkele weken na de bevrijding van Westerbork werden de Joodse bewakers vervangen door leden van de Binnenlandse strijdkrachten. Die vaak evenmin zachtzinnig omgingen met de gevangenen.

Maquette van Kamp Westerbork. Beeld
Maquette van Kamp Westerbork.

De getuigenissen zijn vaak gruwelijk. Een vrouw die lid was geweest van de NSB vertelt met behulp van een stemactrice hoe ze in een ruimte met matrassen op de grond te midden van andere gevangenen werd verkracht.

Een gedetineerde SS’er zag hoe een journalist, niet gewend aan handwerk, werd gedwongen te spitten op het land. Na een uurtje waren zijn handen en voeten vol blaren en kon hij niet verder. ‘Een bewaker gaf hem een klap, hij zeilde van de benen. We hebben hem op een brancard naar de barak gebracht, maar toen we er aankwamen, was hij al overleden.’

De gevangenen moesten op appèl komen, werden onderweg naar de dwangarbeid op de velden getreiterd en geslagen. Een Joodse vrouw , Virry de Vries-Robles (in maart 2021 overleden) vertelt dat sommige bewakers hun misdragingen ‘rechtstreeks hadden afgekeken van de nazi’s’. Soms werden oorlogsmisdadigers tussen de gevangenen herkend, en ter plekke omgebracht. Journalist Koos Groen, die veel onderzoek deed naar Westerbork, vertelt dat de ware doodsoorzaak nooit officieel werd vastgelegd. Steevast heetten de 89 omgebrachte collaborateurs te zijn gestorven aan ziekten als dysenterie of bloedvergiftiging.

De Canadezen bevrijdden Westerbork op 12 april 1945. Beeld
De Canadezen bevrijdden Westerbork op 12 april 1945.

Een van de Joodse bewakers die in de docu getuigt, is de onlangs overleden politicus en burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn. Na de bevrijding door de Canadezen, die ‘een eruptie van blijdschap’ veroorzaakte, kreeg hij als 11-jarige een stok in handen en moest hij vier gevangenen bewaken. ‘Het waren schimmen, die nergens naartoe konden.’ Van Thijn vertelt dat gevangenen soms grote afstanden kruipend moesten afleggen. Dat ze hun eigen poep moesten opeten en gepord werden met geweerkolven. ‘Er hing een snijdende sfeer.’ Van Thijns relaas is opgedoken uit het archief van het herinneringscentrum en heeft niet eerder aandacht gehad.

De meeste Joden die na 12 april 1945 in Westerbork verbleven, waren voor het uitbreken van de oorlog uit Duitsland en Oostenrijk gevlucht. Zij werden, voor de bezetting, opgevangen in Westerbork, aan de bouw waarvan ze zelf financieel hebben moeten bijdragen. Zij werden door de nazi’s aangesteld voor organisatorische zaken. Na de oorlog kregen ze van Nederlandse Joden het verwijt dat zij niets hadden gedaan om de massadeportaties te voorkomen. Waarop hun antwoord dan vaak was: ‘Jullie hebben toen wij op de vlucht waren ook niets voor ons gedaan.’ Na de bevrijding werden deze Joden aan extra onderzoek onderworpen en moesten ze daarom nog weken in Westerbork blijven. Want hoe kon het dat zij aan Auschwitz en Sobibor waren ontkomen? Hadden ze geheuld met de nazi’s?

In het kamp heerste volgens journalist Groen het recht van de sterkste. ‘De regering in Londen heeft daartoe bewust besloten om een volksopstand te voorkomen. Er was in de chaos een uitlaatklep nodig, en zo ontstond die sfeer: pak dan die NSB’ers maar.’ Onderscheid tussen echte oorlogsmisdadigers en meelopers die misschien alleen een foute overtuiging hadden gehad, werd nauwelijks gemaakt. Iedere nieuwkomer moest zich ontkleden en werd geschoren. De vrouw die als 17-jarige was opgepakt omdat ze NSB-lid was, vertelt dat een bewaker riep: ‘Over een paar uur, als ik klaar ben met eten, worden jullie allemaal vergast. Denken jullie daar maar over na.’

De zoon van kampcommandant Jan Buijvoets vertelt dat zijn vader thuis weleens vertelde over de misstanden waaraan hij geen einde wist te maken. Maar nooit heeft hij officieel getuigd over wat er is gebeurd of zijn verhaal aan historici toevertrouwd. De zoon is geboren in het kamp, hij toont foto’s van zichzelf als baby in de box. Zijn geboortekaartje komt in beeld: ter wereld gekomen in Westerbork. ‘Ik verzweeg dat altijd maar.’ Zoals hij om voor de hand liggende reden ook nooit vertelde dat zijn vader ‘kampcommandant’ was.

In 1948, het jaar waarin Westerbork sloot als detentiekamp, verordonneerde toenmalig premier Willem Drees dat er een justitieel onderzoek moest komen naar de gebeurtenissen daar. Twee jaar later werd geconcludeerd dat ‘de bewakers zich niet hebben ontzien weerloze mensen te kwellen en te mishandelen, waarbij door de Duitsers gedurende de bezetting toegepaste methodes zijn overgenomen.’

***********

Regisseur Eric Blom (63) maakte de documentaire Oorlog in Westerbork met (en naar een idee van) journalist Frénk van der Linden (verantwoordelijk voor de interviews). De Groningse filmmaker Ronald Pras stuitte op het onderwerp bij eerdere werkzaamheden voor het Herdenkingscentrum. Blom: ‘Hij woont in Groningen, heeft veel contacten in de omgeving en stuit zo op onderwerpen waarvoor de media in Hilversum minder oog hebben – hun interessegebied richt zich meestal minder tot de overkant van de Afsluitdijk.’ Het team onderkende tijdig dat, wilden de documakers nog inmiddels hoogbejaarde getuigen uit de eerste hand spreken, niet langer moest worden gewacht. Inmiddels zijn Ed van Thijn en Virry de Vries overleden. Het toeval wil dat het graf van de Vries, die begin maart op Zorgvlied in Amsterdam werd begraven, naast dat van Ed van Thijn ligt.

De Westerborkfilm is de ingewikkeldste die Blom tot nu toe heeft gemaakt. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp kregen de geïnterviewden veelvuldig inzicht in de vorderingen van de montage: ‘Dat betekende telkens weer bij ze thuis langs gaan en het materiaal vertonen. We wilden geen films achterlaten bij ze, want dan gaan mensen begrijpelijkerwijs elke millimeter film onder het vergrootglas leggen en is het einde zoek.’

Behalve de getuigen zelf en hun nabestaanden werden ook deskundigen geraadpleegd op het gebied van de Holocaust en de behandeling van NSB’ers en oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog.

Nazicommandant Albert Gemmeker, geprojecteerd op zijn commandantswoning. Beeld
Nazicommandant Albert Gemmeker, geprojecteerd op zijn commandantswoning.

De vormgeving van de documentaire verdient speciale aandacht. Blom, in de jaren tachtig popmuzikant, componeerde en speelde zelf de muziek die de beelden begeleidt: zijn ambient klanken geven de scènes extra lading, zonder aangedikte, clichématige dramatiek. ‘Vaak wordt door documentairemakers bij onderwerpen als dit wat ik noem het cello-pakket uit de kast getrokken, of Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt. Ik denk al bij het maken van de opnamen na over de muziek, zodat er, hopelijk, een organische eenheid ontstaat. Ik bedacht me deze week ineens hoe dat bij mij werkt. Als ik geluid maak, zie ik beeld, als ik beeld maak, hoor ik geluid, synesthesie schijn dat te heten.’

Al sinds hij in 1989 afstudeerde op de Filmacademie probeert Blom talking heads in documentaires zo mogelijk te voorkomen: ‘Als iemand praat, hoef je die echt niet altijd te zien.’ De ruimte die zo in de film ontstaat, is onder meer benut voor drone-opnamen van de locatie-Westerbork: trage opnamen in vogelvlucht boven die bomen die het voormalige kamp tegenwoordig omringen (in oorlogstijd was het omliggende veen kaal).

Met (wat minder geslaagde) digitale techniek is getracht aan archieffoto’s een 3D-effect toe te voegen, oude filmbeelden worden geprojecteerd op een gereconstrueerde barak en de treinwagon die sinds een aantal jaren op het terrein staat – een model zoals werd gebruikt bij de deportaties van Westerbork naar Auschwitz. Blom: ‘We hebben nadrukkelijk gezocht naar andere dan de overbekende historische beelden, zoals van het Sinti-meisje in de al rijdende treinwagon. We hopen met onze beeldtaal vooral ook jonge mensen mee te nemen in ons verhaal.’

Oorlog in Westerbork, (KRONCRV), 28/3, 20.25 uur, NPO 2.

Regisseur en muzikant

Eric Blom werkte als regisseur onder meer voor het Sinterklaasjournaal, Kinderen voor Kinderen, de documentaires Rouwen en leven na de MH17, Rowwen Hèze 25 jaar en New Orleans na Katrina. Behalve filmer is hij ook muzikant en componist van soundscapes onder de naam Bear Project.