Boeken

Hoe je Marian Engels Beer ook interpreteert, het boek is een meesterstuk ★★★★★

Een vrouw vindt zichzelf opnieuw uit als ze vriendschap sluit met een beer. Deze Canadese roman uit 1976 is volkomen terecht vertaald.

Kenmerk van een waarlijk grote roman is dat hij zich niet laat vangen in één interpretatie en bij herlezing telkens nieuwe betekenissen openbaart. Zo’n roman is het 142 pagina’s korte Beer (Bear) van de Canadese auteur Marian Engel (1933-1985), dat al in 1976 verscheen en in het kader van een internationale herontdekking nu ook in het Nederlands is vertaald.

De opzet van het boek is eenvoudig. De 27-jarige Lou werkt als bibliothecaris bij het Historisch Instituut in Toronto. Aanvankelijk is ze gelukkig met de ‘erudiete eenzaamheid’ die haar beroep met zich meebrengt, maar na vijf jaar is ze zich een ‘mol’ gaan voelen en heeft ze het idee dat ze razendsnel oud aan het worden is, ‘net zo oud als de vergeelde documenten die ze de hele dag maar openvouwde’.

Als blijkt dat het instituut bij wijze van legaat het landhuis en de bibliotheek heeft verworven van ene Colonel Cary (geen kolonel, zelfs geen man, het boek legt het uit) krijgt Lou opdracht die bibliotheek te inventariseren. Daarvoor moet ze afreizen naar het verre noorden van de provincie Ontario, waar het huis is gelegen, op een eiland in een rivier. Ze zal enige tijd moeten verblijven in de woning, die niet voorzien is van centrale verwarming en elektriciteit. Gelukkig nadert de zomer.

‘Huisdier’

Het is voor Lou de ideale gelegenheid om afstand te nemen van haar onbevredigende bestaan en zichzelf opnieuw uit te vinden. Al halverwege haar autorit naar het noorden schrijft ze haar directeur op een ansichtkaart: ‘Ik heb het vreemde gevoel herboren te zijn.’ Wanneer ze zich meldt bij Homer, de plaatselijke winkelier, campinguitbater en regelneef die haar naar het eiland zal varen, hoort ze dat bij het landhuis ook een ‘huisdier’ hoort: het geslacht Cary heeft door de jaren heen altijd een beer gehouden, die geketend en wel in een hok naast de woning verblijft.

Binnen de kortste keren bouwt Lou een vertrouwensband op met het dier. ‘Ga samen met de beer poepen’, adviseert een oude indiaanse (nu: First Nation), ‘dan vindt hij je aardig.’ Lou gaat verder dan dat. Ze haalt het dier van de ketting, zwemt met hem, laat hem het huis binnen en masturbeert als ze tegen zijn warme vacht ligt. De beer begint haar te likken. Als ze klaarkomt, moet ze huilen en likt de beer de tranen van haar gezicht. Het is het eerste van een reeks erotische taferelen.

Terwijl Lou de bibliotheek catalogiseert, stuit ze voortdurend op aantekeningen die de stichter van de bibliotheek ooit maakte, en die ervan getuigen dat deze zich in de 19de eeuw zeer in beren heeft verdiept. Wijsheden over beren worden afgewisseld met Lou’s bespiegelingen over romantische dichters en avonturiers. Want dat is een van de lagen in deze verrassend rijke roman: hoe houdbaar is het romantische ideaal om je terug te trekken uit de gecorrumpeerde beschaving en in de natuur een nieuw, zuiver bestaan te beginnen?

Anti-man

Daarnaast heeft het boek onmiskenbaar een feministische inslag. Al vroeg constateert Lou dat de beer, hoewel een mannetje, niet bedreigend is: ‘geen wild dier, maar een oude vrouw, verslagen, op het krankzinnige af, die nachtenlang op haar echtgenoot had zitten wachten’. Gaandeweg de roman wordt steeds duidelijker dat Lou de nodige negatieve ervaringen heeft gehad met mannen, en in de beer een soort liefhebbende anti-man vindt.

Engel slaagt er knap in om haar boek onnadrukkelijk te transformeren van een realistisch verhaal tot een bijna mythologische vertelling over ‘ontwaken’. Omdat de roman, hoewel geschreven in de derde persoon, geheel vanuit het perspectief van Lou wordt verteld, mag de lezer zelf uitmaken hoe letterlijk of metaforisch die het beschrevene wenst uit te leggen. In elke interpretatie is dit boek een meesterstuk.

null Beeld Koppernik
Beeld Koppernik

Marian Engel: Beer. Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange. Koppernik; 142 pagina’s; € 17,50.

Meer over