boekrecensiekort

Hoe het ‘foute’ schrijvers verging na 5 mei 1945

Onno Blom
null Beeld Pluim
Beeld Pluim

‘Alles zoop en naaide’, dichtte Remco Campert over de bevrijding op 5 mei 1945. Toch was het niet voor iedereen één groot feest. Een aantal schrijvers kwam door collaboratie tijdens de oorlog aan De achterkant van de bevrijding terecht. Meestal niet, zoals Bertram Mourits overtuigend laat zien, uit virulent fascisme, maar vaker uit naïviteit, angst en opportunisme. We hebben in Nederland geen equivalent van Louis-Ferdinand Céline, even goed als schrijver als fout als mens. Velen schreven tijdens de oorlog gewoon verder – zoals Simon Vestdijk – of meldden zich bij de Kultuurkamer. ‘Het moet mij van het hart U te verzekeren’, schreef Adriaan Roland Holst, ‘dat Uw afkeuring door mij op hoogen prijs zal worden gesteld.’

Een aantal carrières werd na de bevrijding in de knop gebroken. Aan de veelbelovende Roel Houwink, Henri Bruning en Albert Kuyle en de succesvolle romanschrijfster Jo van Ammers-Küller – die in 1940 aan NSB-prominent Meinoud Rost van Tonningen had geschreven dat de Nieuwe Orde haar best beviel, ‘(ik spreek hier niet van de Joden)’ – werd door de Eereraad voor de Letterkunde een publicatieverbod opgelegd. Bertram Mourits waarschuwt om in de huidige schaduwen van morgen, uit angst voor vreemdelingen of oorlog, niet te flirten met extremisme. En zo ook te verdwijnen in de achterkant van de geschiedenis.

Bertram Mourits: De achterkant van de bevrijding – Schrijvers tussen angst en onafhankelijkheid in de Tweede Wereldoorlog. Pluim; € 24,99.

Meer over