interview

Hoe drie New Yorkse zusjes met hardlopen de daklozenopvang ontvluchtten

De Nederlandse regisseur Corinne van der Borch maakte de documentaire Sisters on Track, over drie dakloze hardloopzusjes uit New York. Die is nu te zien als Netflix Original.

Documentairemaker Corinne van der Borch in haar tuin in de New Yorkse buurt Brooklyn. Beeld Jackie Molloy
Documentairemaker Corinne van der Borch in haar tuin in de New Yorkse buurt Brooklyn.Beeld Jackie Molloy

Brooke is al twee jaar over de finish als haar zusje opveert van haar stoel en haar juichend aanmoedigt. ‘Kom op, Brookie!’, roept Rainn Sheppard naar het grote filmscherm voor haar, waarop haar zusje een wedstrijd uit 2019 rent. Het komt goed: Brooke komt als derde over de eindstreep – ook weer deze zaterdagochtend op het Tribeca Film Festival in New York, tijdens de vertoning van de documentaire Sisters on Track.

Wanneer Brooke (12 in de documentaire) het winnaarspodium op stapt, juichen zussen Rainn (15) en Tai (16) haar toe alsof het een livestream betreft.

Zusterschap, daarover gaat de documentaire van de Nederlandse regisseur Corinne van der Borch, die onlangs in première ging in haar woonplaats New York en vanaf vandaag te zien is als Netflix Original. Sisters on Track toont de bijzondere band tussen de zusjes Sheppard, die dankzij hun hardlooptalent – alle drie winnen medailles op de Youth Olympics – de daklozenopvang in Brooklyn kunnen verlaten waar ze bijna twee jaar met hun moeder Tonia hebben gebivakkeerd.

De film volgt de meisjes ruim drie jaar lang, vanaf eind 2016, als ze worden uitgeroepen tot Sports Illustrated Kids of the Year en allerhande media zich op hen storten (ze zijn dan 9, 11 en 12 jaar), tot de dag dat de oudste twee naar de middelbare school gaan. We krijgen een intieme blik in hun dagelijkse leven: het ochtendritueel dat begint als moeder om 6 uur ’s ochtends naar haar werk vertrekt, het geworstel met schoolwerk, een eerste verliefdheid, puistjes die moeten worden uitgeknepen. En we zien welke bepalende rol sport speelt om hun toekomst vorm te geven.

Brooke Sheppard in Sisters on Track. Beeld
Brooke Sheppard in Sisters on Track.

Toch is Sisters on Track ‘geen sportfilm, en ook geen coming-of-agefilm’, benadrukt Van der Borch (44) op een terrasje in de wijk Bedford-Stuyvesant, een paar blokken verwijderd van de atletiekbaan waar de Sheppards vrijwel dagelijks trainen. ‘Het is een film over een gemeenschap van meisjes en vrouwen die elkaar verheffen. En dat van generatie op generatie.’ Zusterschap, inderdaad. Vrouwen die elkaar steunen. Niet alleen de zusjes, maar alle meisjes van de all black atletiekclub, plus de moeders aan de kant. En fier voorop: Jean Bell, de vrouw die de atleten van de Jeuness Track Club begeleidt, op de renbaan én daarbuiten. Ze doet het al 36 jaar, onbezoldigd, naast een fulltimebaan als jurist.

Coach Jean is de onbetwiste ster van Sisters on Track, naast de ontwapenend open zusjes. ‘Gemeen. Leuk. Luidruchtig. Zorgzaam. Grappig. Doodeng’, somt Bell in de documentaire op. ‘Ik denk dat dat woorden zijn die ze zouden gebruiken om mij te beschrijven.’ Ze kan haar pupillen uitkafferen als ze niet hun best doen, maar komt bij verjaardagen ook thuis een taart langsbrengen, geeft seksuele voorlichting (‘Het middelste gat: daar gaat de tampon in, komt de baby uit, gaat sperma in. Er gebeurt van alles met dat gat’) en laat meisjes bij haar logeren als het leven even extra tegenzit.

Het doel van haar trainingen, houdt ze de ouders van de sporters voor, is niet de Olympische Spelen, dat is slechts bijvangst. Het doel is dat haar meisjes een studiebeurs krijgen aangeboden, het doel is hoger onderwijs voor hen die zich dat anders nooit zouden kunnen permitteren. En in de tussentijd: ‘Hen van de straat afhouden. Van de drugs afhouden. Van tienerzwangerschappen afhouden. Het is een dagelijkse strijd. Het belangrijkste wat ik de meisjes geef is een gevoel van empowerment.’

Van der Borch leerde de zusjes Sheppard kennen voordat ze nationale beroemdheden werden. Voor zij in het tv-programma The View van Whoopi Goldberg met een miljoenenpubliek hun levensverhaal deelden. En voor zij wat later, opnieuw op televisie, te horen kregen dat de stichting van acteur Tyler Perry een appartement voor hen had geregeld, waarvan hij twee jaar lang de huur zou betalen. Van der Borch liep toen al maanden met haar camera achter de meisjes aan.

Ze hoorde over hen van een vriendin die een geldinzamelingsactie voor moeder Tonia had bezocht. ‘Toen ik Brooke, Rainn en Tai daarna ontmoette, was het een soort liefde op het eerste gezicht: die meisjes zijn zo sprankelend, zo magisch. En ook hun moeder Tonia is één brok energie en optimisme, ondanks het leed dat eronder schuilt.’ Tonia verloor een zoon bij een schietpartij en ging jarenlang gebukt onder een gewelddadige relatie. ‘Toen ik haar sprak, waren haar dochters net begonnen bij het team van coach Jean. Maar Tonia, die het minimumloon van 10 dollar per uur verdiende, wist niet of ze de contributie kon blijven betalen.

Rainn Sheppard bij een wedstrijd in Sisters on Track. Beeld
Rainn Sheppard bij een wedstrijd in Sisters on Track.

‘Tonia was heel openhartig, maar ze zei ook meteen: ik denk dat het echte verhaal over coach Jean moet gaan. Dat vond ik zo mooi. Dat ze dat zei terwijl ze zelf zo in de put zat. En ze had gelijk, denk ik. In de film die we uiteindelijk hebben gemaakt gaat het natuurlijk om de meisjes, die grote hoogten bereiken en diepe dalen door moeten. Maar het ware verhaal is toch coach Jean en haar filosofie, en wat ze die meisjes kan geven.’

In Jean herkende Van der Borch een Amerikaanse variant op het hoofdpersonage in Être et avoir (2002), de strenge maar hartveroverende Franse plattelandsleraar uit die legendarisch geworden documentaire. ‘Coach Jean is de belichaming van het idee dat er maar één iemand nodig is om het verschil te maken. Dat je er werkelijk kunt zijn voor een ander. Daar zijn studies naar gedaan: als één iemand jou werkelijk ziet, kan dat je al optillen.’

Het is, zegt ze, de ‘inspirerende’ kant van haar documentaire – de term waarmee Netflix Sisters on Track nadrukkelijk aan de man brengt. Maar de film bevat ook cultuurkritiek, stelt Van der Borch. Ze verwijst naar een scène waarin Tai door coach Jean op het matje wordt geroepen, omdat ze op school uit frustratie een krijtje naar een docent heeft gegooid. Tai wacht een donderpreek: meisjes die zich niet kunnen beheersen worden naar een tuchtschool gestuurd, en dat is een stigma waar je nooit meer van afkomt. Met elk woord wordt Tai een doffer hoopje ellende. Op school mag ze dan niet gestraft zijn (het krijtje miste de docent), maar coach Jean schorst Tai voor de rest van het seizoen.

‘Ik wil dat je in die scène de ongelijkheid bijna lichamelijk voelt: wat voor de een geen enkele consequentie heeft – het gooien van een krijtje, waar hébben we het over? – kan voor de ander grote gevolgen hebben’, zegt Van der Borch. De zwarte meisjes moeten overcompenseren: én goed rennen én goed op school presteren én in het gareel lopen (én dus grote prestatiedruk ondergaan). Beloning is geen garantie.

Coach Jean en de zusje Sheppard. Beeld
Coach Jean en de zusje Sheppard.

Want ook onderling is er ongelijkheid. ‘Dit verhaal is uitzonderlijk en tegelijkertijd universeel, dat vind ik er zo intrigerend aan. Het universele is samen te vatten als: empowerment, kansen krijgen. Het uitzonderlijke bestaat uit het talent van de zusjes en al die hulp die ze krijgen. Waarbij je je natuurlijk kunt afvragen: als je al die hulp niet krijgt, wat dan? Toen ik aan het filmen was, zat er een meisje in het team dat net als de Sheppards dakloos was. Zij is er niet uitgekomen, zij kreeg geen appartement van Tyler Perry. Terwijl zij ook elke week rende, haar moeder ook haar best deed. Coach Jean heeft haar toen aangeboden om bij haar te komen wonen, om haar school daar af te maken.’

Dat zij en mede-regisseur Tone Grøttjord-Glenne als niet-Amerikaanse, witte vrouwen, beiden niet afkomstig uit de atletiek, toch toegang kregen tot deze zwarte gemeenschap, is volgens Van der Borch vooral aan de open houding van coach Jean te danken. Die zag er bovendien de voordelen wel van in als haar atletiekclub meer aandacht en erkenning zou krijgen, erkende ze ruiterlijk op de première van Sisters on Track. ‘Wat ook hielp: we bouwden echt een relatie op, doordat ik heel vaak op de renbaan was’, zegt Van der Borch. ‘Kwám ik weer op mijn fiets met die camera.’

Die vertrouwdheid met haar aanwezigheid zie je ook bij de Sheppard-zusjes, die Van der Borch met haar camera op de huid zat. In het kleine appartement, waar de drie meisjes een kamertje delen, heb je soms het gevoel dat je bij een van hen op bed ligt. Of dat je er maar nauwelijks bij past, in de krappe badkamer waar Rainn haar sportkleren in de wastafel omspoelt. ‘Ik vind het mooi als dat lukt, dat je het idee krijgt dat je er fysiek bij bent. Dat je bij wijze van spreken de stoom uit het warme water voelt opstijgen.’

Sisters on Track is Van der Borchs tweede grote documentaire. Hij komt elf jaar na Girl with Black Balloons, een portret van de New Yorkse kunstenaar Bettina, die zich al ruim veertig jaar in het legendarische Chelsea Hotel heeft teruggetrokken. Een brand verwoestte ooit al haar werk, sindsdien tracht ze al het verloren gegane obsessief te reconstrueren. De door haar gehuurde kamers bezwijken bijkans onder de opgestapelde kunstwerken; van een expositie kwam het nooit.

Sisters on Track Beeld
Sisters on Track

Ook Bettina zat Van der Borch met haar lens op de hielen, zozeer dat die hem soms geërgerd wegwuift. Ook in Bettina stak ze talloze filmuren. En ook met Bettina ontstond een bijzondere band. Vorige week nog, vertelt Van der Borch, bezocht ze de kunstenaar, 94 jaar oud inmiddels, in haar verpleegtehuis. En een paar jaar geleden introduceerde ze Bettina’s werk bij de kunstenaar Yto Barrada, die er een boek over maakte en een kleine expositie van samenstelde. Onlangs smokkelde Barrada zelfs een werk van Bettina haar eigen tentoonstelling in het Moma binnen. ‘Het museum weet er inmiddels vanaf, het mag voorlopig blijven. Het Moma! Precies waar Bettina altijd van heeft gedroomd.’

Zo gaat ze te werk: ‘Als ik liefde voel vanbinnen, echt verliefd word op mensen, dán kan ik een film maken. Omdat ik weet hoeveel ik van mezelf erin moet stoppen om te komen tot wat ik een mooie film vind. In New York raken veel mensen verhard. Maar ik zeg altijd tegen mijn man: als me dat gebeurt, als ik me niet meer kwetsbaar kan opstellen, dan kunnen we net zo goed een ticket terug naar Nederland boeken.’

Vijftien jaar geleden verhuisde ze naar deze stad. Ze doorliep er de filmacademie, maakte Girl with Black Balloons, won prijzen. Toen kreeg ze kinderen. ‘Kinderen én een filmcarrière, dat is gewoon niet makkelijk in New York.’ De huur moest worden betaald, Van der Borch zocht een vaste baan. Bij het toerismebureau van de stad runde ze de video-afdeling die alle promotiefilmpjes over New York maakt, ‘voor op de taxi’s en de billboards van Times Square en zo’. Maar na een tijd waren er weer kriebels. ‘Ik wist: als ik weer documentaires wil gaan maken, moet ik eerst een financiële dobber creëren. Ik ging de bovenste etage van ons toenmalige huis verhuren aan filmmakers, schrijvers, journalisten, met wie ik een collectief ben begonnen. We maken veel dingen voor bedrijven en merken, die goed geld opleveren.’

Net toen dat begon te lopen, kwamen de meisjes op haar pad.

Voor Sisters on Track vroeg ze regisseur Tone Grøttjord-Glenne, een Noorse vriendin met wie ze al lang eens wilde samenwerken. ‘We filmden een keer in een bus, toen een medepassagier in tranen aan Brooke, Rainn en Tai vroeg of zij ‘die zusjes van televisie’ waren, en of ze hen mocht omhelzen. Op dat moment besefte Tone wat de reikwijdte van deze film kon zijn, dat we er een groot publiek mee zouden kunnen bereiken. Op het Idfa, het documentairefestival in Amsterdam, hebben we met haar Noorse productiebureau Sant & Usant onze ideeën gepitcht en Netflix wilde de film graag uitbrengen. Straks is hij in zo’n 190 landen te zien.’

‘Goed gedaan’, roepen ouders haar al van een afstand toe, wanneer Van der Borch deze woensdagmiddag de atletiekbaan oploopt waar de Jeuness Track Club traint. ‘Ik ben zo blij dat mijn dochter deel uitmaakt van deze film en van deze hardloopgemeenschap’, zegt een moeder. Terwijl coach Jean de longen uit haar lijf schreeuwt (‘Doorgaan! Dóórgaan!’), vertelt Van der Borch hoe ze ook na de film betrokken wil blijven. Ze heeft de campagne ‘Anybody See the Dream?’ op poten gezet, waarmee ze kinderen bewust wil maken van de potentie van sportbeurzen en volwassenen wil overtuigen van het belang van mentorschap. ‘Ik hoop dat er meer deuren opengaan voor kinderen zoals hier.’

Of de Netflix-deal ook voor haar deuren opent? Ze haalt haar schouders op. ‘Voor mijn carrière zou het natuurlijk handig zijn als ik nu al een idee had dat ik bij Netflix kon pitchen. Maar zo werkt het bij mij dus niet.’ Ze klopt op haar borst. ‘Maar ik hoop dat het op termijn hier een deurtje opent. Dat ik sneller leer vertrouwen op wat mijn intuïtie me ingeeft.’

Sisters on Track wordt 15/9 om 19.00 uur gratis vertoond in Felix Meritis in Amsterdam, in aanwezigheid van regisseur Corinne van der Borch en met een nagesprek met de hoofdpersonen uit de documentaire in hologram.

Dit is het laatste artikel van Anne van Driel als cultureel correspondent in de Verenigde Staten.

Tank and the Bangas

Een bijzondere bijrol in de documentaire Sisters on Track is weggelegd voor de muziek. Producer Mark Batson, die eerder samenwerkte met onder anderen Alicia Keys, Beyoncé en Dr. Dre, zorgde voor een soundscape die naadloos aansluit bij de vertelling van de film. Batson vroeg Tank and the Bangas, niet toevallig de lievelingsband van regisseur Corinne van der Borch, om de soundtrack te schrijven. Het werd het energieke en opjuttende The Dream, dat meerdere keren in de documentaire terugkeert. ‘Als Netflix met deze documentaire mikt op een Oscar’, vermoedt regisseur Corinne van der Borch, ‘dan zal het die voor beste soundtrack zijn.’