AchtergrondJohn Carpenter

Hoe dreigend zijn werk ook mag zijn, John Carpenter beschouwt het als compliment als mensen in zijn muziek ook schoonheid proeven

John Carpenter, de cineast die zelf de soundtrack bij zijn horrorfilms schrijft, maakte het album Lost Themes III: muziek die net als zijn films door je hoofd blijft spoken.

John Carpenter. Beeld Sophie Gransard
John Carpenter.Beeld Sophie Gransard

Er is geen ontkomen aan in The Dead Walk. De levende doden zijn overal. Als een krioelende massa rottend vlees golven ze door de straten, voortgestuwd door pompende technobeats. Een Love Parade uit de hel.

Wat is het zalig dat de Amerikaanse cineast en componist John Carpenter (73), na een oeuvre vol seriemoordenaars, aliens, vampiers, moordzuchtige kindjes en andere monsters, zich eindelijk vol overgave waagt aan het zombiegenre. Alleen doet hij dat niet met een film, maar in een muziektrack: The Dead Walk is een stevig nummer op Carpenters nieuwe album Lost Themes III: Alive After Death.

Wat betreft de gruwelen die in deze zombie-apocalyps voorbijkomen, vertrouwt de maker van Halloween (1978) en The Thing (1982) volledig op de fantasie van de luisteraar. ‘Mijn advies bij mijn muziek is altijd: sluit de gordijnen, ga met je geliefde op de bank zitten en laat de beelden op je afkomen. Wees zelf de regisseur of het hoofdpersonage, en laat mijn muziek de soundtrack zijn voor jouw eigen, persoonlijke film.’

Tien van zulke privéhorrorfilms staan er op het album Lost Themes III, met suggestieve titels als Weeping Ghost, Vampire’s Touch en Carpathian Darkness. Net als bij de vorige Lost Themes-albums, uit 2015 en 2016, maakte Carpenter de muziek samen met zoon Cody Carpenter en petekind Daniel Davies: de Carpenters aan de synthesizers, Davies op de elektrische gitaar. Wederom sluit de klankwereld perfect aan bij de soundtracks die Carpenter zelf voor vrijwel al zijn films componeerde, en die met hun ijzige synths, hypnotiserende beats en minimalistische, in elkaar grijpende thema’s een enorme invloed uitoefenden op talrijke filmcomponisten en danceproducers na hem.

Waar de tracks van de vorige Lost Themes-platen vaak iets ongedurigs hadden en soms nogal plots van richting veranderden, blijven de nummers op Lost Themes III strakker en somberder in het gelid, met een sterker samenspel van keyboards en gitaar. Net als Carpenters beste soundtracks kan Alive After Death nog dagen door je hoofd blijven spoken: muziek om in te verzinken is het, vanaf deze geweldige, stuwende openingstrack. En niemand anders dan John Carpenter had die kunnen maken.

Een tweede, muzikale carrière dus voor Carpenter, die met The Ward (2010) min of meer afscheid nam van het regisseren. En dan werkt hij ook nog eens als componist van soundtracks voor anderen (zoals David Gordon Greens Halloween-sequel uit 2018). Probeer maar een cineast te bedenken die hem dat nadoet. En die vervolgens met net zo weinig pretenties over zijn nieuwe loopbaan praat.

Uitgebreide jamsessies

‘Ik prijs mezelf enorm gelukkig’, zegt Carpenter aan de telefoon, vanuit zijn huis in West Hollywood. ‘Tegenwoordig ben ik eigenlijk constant met muziek bezig. De eerste nummers voor Lost Themes III hadden Cody, Daniel en ik al een paar jaar geleden in elkaar gezet, en de rest ontstond terwijl we werkten aan de muziek voor Davids volgende Halloween-film, Halloween Kills. Die had eigenlijk al moeten uitkomen, maar is vanwege corona uitgesteld. Inmiddels hebben we ook alweer materiaal voor een vierde Lost Themes-album liggen, het gaat maar door. Echt, ik vind dit zo fantastisch.’

Lost Themes III ontstond, net als de vorige albums, in Carpenters thuisstudio, met uitgebreide jamsessies als basis. ‘We beginnen gewoon met spelen. Een van ons komt met een thema of een akkoord, en daar breien we dan op voort. Laag na laag. Zo geweldig om te doen! Maar vraag me verder niet hoe het precies werkt, wat we met de muziek willen overbrengen of wat ik er zelf bij voel. Het enige waar ik tijdens de opnamen bewust mee bezig ben, is dat de muziek gaat stromen en dat ik geen verkeerde noten aansla. Aan een natuurkundige vraag je toch ook niet wat er door hem heen gaat als-ie bij zijn deeltjesversneller staat? Dat zijn toch onmogelijke dingen om over te praten? Tenminste, zo vergaat het mij, als je me uithoort over mijn muziek. Ook al weet ik dat ik er eigenlijk wel degelijk over zou moeten kunnen praten.’

En de titels van zijn muziekstukken, waar komen die dan vandaan? ‘Ik probeer gewoon iets leuks te bedenken waar mijn zoon en peetzoon om moeten lachen.’ Zo heette het nummer Skeleton, dat klinkt alsof je dwars door een pulserend, stijf dansend skelet de nacht inkijkt, oorspronkelijk Skeleton’s Penis. ‘Maar dat slaat natuurlijk nergens op. Ik ben de horrormeester, niet de lolbroek, dus die titel hebben we dan maar weer weggegooid. ’

Lost Themes III werd grotendeels gemaakt tijdens de coronapandemie, terwijl Carpenters zorgen over de crisis en het politieke klimaat van zijn land alsmaar toenamen. Tijdens het interview, een dag na de bestorming van het Capitool, raakt de cineast soms afgeleid door de nieuwsuitzendingen op de televisie. Maar zodra hij met zijn medemuzikanten de studio in duikt, zegt Carpenter, verschuift alle ellende naar de achtergrond. ‘De muziek moet vrij spel krijgen, zonder invloed van de buitenwereld. Ze komt van binnen, uit de verbeelding. En de verbeelding laat zich niet door externe krachten vernietigen of inperken.’

Muziek herbergt het beste van de mens in zich, gelooft Carpenter. ‘Sommige stukken van Bach – vraag me niet welke, ik onthoud de namen nooit – maken het leven de moeite waard.’

De liefde voor muziek werd Carpenter met de paplepel ingegoten. Zijn vader was muziekdocent en violist, en thuis werd de hele dag klassieke muziek gedraaid. Van enorm belang waren ook de sciencefiction- en horrorfilms die Carpenter als jongen zag. Neem een film als Forbidden Planet (Fred M. Wilcox, 1956) die Shakespeares toneelstuk The Tempest naar een kleurig decor van ruimteschepen en bliepende robots verplaatst. Het echtpaar Bebe en Louis Barron componeerde voor die film de eerste volledig elektronische soundtrack: een nog altijd wonderlijk bouwwerk van schurende, ijle en waarlijk buitenaardse klanken dat de film naar een geheel eigen dimensie tilt, en dat Carpenter voor het eerst bewustmaakte van de oneindige mogelijkheden van de (film)muziek. ‘Ik luister nog altijd graag naar die soundtrack en ik kan me blijven verbazen over het creatieve proces erachter. Synthesizers bestonden toen nog niet, de Barrons moesten alles maken, aan elkaar plakken en vervormen met bandrecorders. Wat een werk, en wat een prachtig resultaat.’

Carpenter, die al zijn hele leven hoopt dat hij ooit een vliegende schotel zal zien, benadrukt graag de schoonheid van genrefilms. ‘De horror- en sf-films die ik als kind keek hadden voor mij niets donkers of engs, integendeel. Ik bleef me maar vergapen aan de fantastische werelden uit die films. Ik vond ze zo betoverend, zo mooi!’

Hoe akelig en dreigend zijn eigen werk ook mag zijn, Carpenter beschouwt het als een groot compliment als mensen in de rijke, spannende klankruimten van Lost Themes III ook schoonheid proeven: hoe de muziek vaak tegelijkertijd glinstert en dreunt, hoe in Turning the Bones koel licht door de duisternis schittert, hoe in Cemetery muzikale mist uit de graven opdwarrelt. ‘Zolang je vervolgens maar niet denkt dat ik me schaam voor de donkere kant van mijn muziek, of dat ik die met mooie noten wil afzwakken. Nog altijd hebben veel mensen de neiging om neer te kijken op horror. Dat het een genre is dat je niet serieus kunt nemen, vergelijkbaar met porno. Flikker maar op, zeg ik dan.’

Om vervolgens direct weer te spreken als de tevreden senior die zijn tweede artistieke leven doormaakt: ‘Ach, weet je wat, ik ben er nog altijd en heb enorm veel lol, dus laat ik maar direct stoppen met zeuren.’

Lost Themes III: Alive After Death van John Carpenter verschijnt op 5 februari bij Sacred Bones Records.

Vier muzikale hoogtepunten uit de films van John Carpenter:

Assault on Precinct 13 (1976)

Dat John Carpenter persoonlijk de muziek voor vrijwel al zijn films componeerde, had aanvankelijk een praktische oorsprong: als beginnend regisseur had hij geen geld om een componist in te huren. Dus schreef en speelde hij zelf de soundtrack voor eerstelingen Dark Star (1974) en Assault on Precinct 13 (1976). Die laatste, uit analoge synthesizers, keyboards en drumcomputers opgebouwde score werd door Carpenter in één dag tijd gefabriceerd en geldt nog altijd als een van zijn beste, invloedrijkste composities. Terwijl in de film genadeloze criminelen een politiebureau belagen, blijft de muziek ijskoud, onheilspellend en akelig rigide. Typisch Carpenter: zijn muziek volgt zelden letterlijk de actie van een scène, maar zet in plaats daarvan messcherp de juiste sfeer en toon.

Halloween (1978)

Ongeëvenaard in Carpenters oeuvre is het minimalistische pianothema in vijfkwartsmaat dat het nerveus kloppende hart van de Halloween-soundtrack vormt, vaak begeleid door een al net zo geagiteerde beat en donker dreunende synth-akkoorden. Het is de volmaakte muzikale gedaante voor de gemaskerde seriemoordenaar Michael Myers, die steeds als een fantoom opduikt en verdwijnt zonder dat iemand hem kan stoppen. Zo ook in de slotscène, waar heldin Laurie Strode (Jamie Lee Curtis) maar net aan Myers kan ontkomen, omdat hij door psychiater Loomis (Donald Pleasence) wordt neergeschoten. Myers valt uit het raam, maar als Loomis naar beneden kijkt, ziet hij niemand liggen. Prompt pingelt daar weer dat zenuwachtige pianootje, en Laurie begint te huilen alsof ook zij hoort dat de ellende nog lang niet voorbij is. In Halloween II (1981), Halloween H20 (1998) en David Gordon Greens reboot Halloween (2018) gaat Myers opnieuw achter Strode aan, en steeds is daar het iconische Halloween-muziekmotief.

Escape from New York (1982)

John Carpenter werkte geregeld samen met andere componisten. Zo verzorgde Ennio Morricone de zeer Carpentereske, uitgebeende muziek voor de alien-op-Antarctica-horrorfilm The Thing, en componeerde Carpenter diverse soundtracks met Alan Howarth. Carpenter en Howarth tekenden samen voor de elektronische muziek voor Escape from New York, een postapocalyptische actiefilm met Kurt Russell, waarin Manhattan tot zwaarbewaakte megagevangenis is getransformeerd. Het is een stoere, swingende maar ook vervreemdende score, met soms opvallende momenten van pure schoonheid. Neem de scène waarin held Snake Plissken (Russell) per zweefvliegtuig op het World Trade Center afkoerst, en Carpenter en Howarth een glinsterende synthesizercover inzetten van Claude Debussy’s pianoprelude La cathédrale engloutie: de Twin Towers als de verzonken kathedralen van het kapitalisme, ook dat kan bij Carpenter.

Vampires (1998)

Een meesterwerk is deze latere Carpenter zeker niet, maar de combinatie van vampierhorror en westerndecors bracht hem wel tot een van zijn ongewoonste soundtracks, die meermaals werd bekroond, waarin de kenmerkende synthesizers naar de achtergrond zijn geschoven en het geluid vooral door elektrische gitaren wordt gedomineerd. Carpenter, naast toetsenist ook bedreven in het (bas)gitaarspel, geeft geregeld een ongewoon bluesy draai aan het verhaal rond vampierjager Jack Crow (James Woods) en zijn team, zoals in de scène waar ze bij een mogelijk bloedzuigersbroeinest arriveren. In plaats van de geijkte dreigende klanken komen Carpenter en zijn medemusici met een fraai, elegisch gesprek tussen slidegitaar, bassen en synths dat ook in de emotionele finale opduikt. Santiago, zoals de compositie heet, is een van Carpenters persoonlijke favorieten, en hij speelt haar dan ook graag tijdens zijn liveconcerten.

Gamecomponist

John Carpenter is een fervent gamer, die bijna net zo graag computergames speelt als dat hij muziek maakt. Het is dus niet meer dan logisch dat hij ook muziek voor games zou componeren, maar tot nu toe is het wat dat betreft gebleven bij de vintage Carpenter-soundtrack voor de Windows- en playstation-game Sentinel Returns (1998). Carpenter: ‘Het lijkt me heerlijk om opnieuw muziek voor een game te maken, maar ik word nooit gevraagd.’

Meer over