InterviewDouwe Bob

Hoe Douwe Bob leerde zingen met het hart op de tong

Bij het verschijnen van zijn nieuwe album Born to Win, Born to Lose bespreekt de singer-songwriter negen klassieke country-liedjes die een voorbeeld voor hem waren.

Douwe Bob op zijn tot woning verbouwde schip in Amsterdam.  Beeld Renée de Groot
Douwe Bob op zijn tot woning verbouwde schip in Amsterdam.Beeld Renée de Groot

Voor Douwe Bob Posthuma (28) was 2020 een extra moeilijk jaar. Zowel zijn vader als zijn beste vriend overleed. Toch is Born to Win, Born To Lose, zijn vijfde album, geen droeve liedjesplaat geworden. ‘Voor mij gaat het meer over troost dan over verlies’, vertelt hij op zijn tot woning verbouwde schip in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam.

De hond Tammy slaapt, haar baasje vertelt over de laatste dagen van zijn vader. ‘Ik had net de laatste regels van het liedje When the Road Is Rough geschreven, toen mijn moeder belde: je vader gaat dood.’

Douwe Bobs vader, Simon Posthuma, maakte in de jaren zestig deel uit van het roemruchte ontwerpcollectief The Fool en verkeerde lange tijd in het hippe Swinging London, waar The Fool onder meer samenwerkte met The Beatles. Posthuma senior leed al jaren aan het syndroom van Korsakov en overleed in februari 2020, 81 jaar oud.

Het liedje When the Road Is Rough vormde het startsein voor het nieuwe album, een echte americana-plaat, zoals Douwe Bob die eigenlijk al jaren wilde maken.

Want americana, de verzamelnaam voor in de VS ontsproten stijlen als country, folk, bluegrass en blues, is de muziek waarvan hij het meest houdt. ‘Niet dat ik zei: en nú ga ik een americana-album opnemen, het kwam doordat ik een plaat met Daniël Lohues wilde.’

En bij Lohues, ooit zanger en voorman van de Drentse band Skik en maker van een aantal prachtige singer-songwriter albums die diep geworteld zijn in Amerikaanse roots-muziek, is de term americana nooit ver weg. ‘In wezen schrijft Lohues zijn eigen American Songbook- en countryrepertoire, maar dan in dialect.’

Douwe Bob thuis. Beeld Renée de Groot
Douwe Bob thuis.Beeld Renée de Groot

Verlies en de bijbehorende sentimenten als verdriet, troost en rouw lenen zich bovendien goed voor op Amerikaanse leest geschoeide muziek. ‘In countrymuziek draait het om wat ze drie akkoorden en de waarheid noemen. Dat is de kern. Three chords and the truth.

Sinds Douwe Bob een kleine jongen was is hij gegrepen door de eenvoud en de directe boodschap van het genre. De liefde heeft hij niet eens van zijn vader meegekregen, hoewel die de gouden jaren van de popmuziek van binnenuit meemaakte, als ontwerper voor The Beatles en als zanger in het duo Seemon & Marijke.

‘Mijn vader draaide thuis vreemde muziek. Van die Ibiza-housecompilaties van Cafe Del Mar of new-ageplaten. Het leek wel alsof hij van zijn verleden wilde loskomen. Ik ben daarom zelf alles gaan opzoeken.’

Dat deed de 10-jarige Douwe Bob door zijn koptelefoon in zijn computer te pluggen en op Limewire de trefwoorden country, 60’s en 70’s in te tikken.

Zijn vader woonde zijn halve leven in Engeland en Amerika en sprak vooral Engels. ‘Ik ben tweetalig opgevoed, dus had ik geen moeite met de taal. Ik hield van de levensechte verhalen in country-liedjes, die namen me als kind al mee naar een andere wereld.’

Zo ontdekte hij via Limewire de Eagles, een band die zo'n indruk op hem maakte, dat hij lang naar niets anders luisterde. En zo werden hele oeuvres ontsloten door de naar muziek hongerende Douwe Bob Posthuma.

De meeste van zijn ontdekkingen koestert hij nog onverminderd, zoals blijkt als V Douwe Bob laat luisteren naar mannelijke stemmen uit de americana-traditie, om meer over zijn invloeden en inspiraties te horen. Hond Tammy slaapt onderwijl rustig door. ‘Ja, ze is vernoemd naar Tammy Wynette natuurlijk. Eigenlijk zijn mijn favoriete songschrijvers vrouwen. Joni Mitchell voorop, maar ook Dolly Parton, die op één dag zowel Jolene als I Will Always Love You schreef. Nou, dan weet je hoe je het spel speelt.’

De meeste liedjes herkent Douwe Bob in een fractie van een seconde.

Kris Kristofferson – Sunday Morning Coming Down (1969)

‘Ah, Kris. Laat maar even staan. Dit is een liedje dat ik wél via mijn vader ken. Die was bevriend met Kristofferson. Hij vertelde dat hij iets voor Kris had gezongen en dat die toen in huilen uitbarstte. Hij heeft me nooit verteld of dat kwam doordat hij het zo mooi vond of juist heel slecht.

‘Mijn vader draaide over het algemeen rommel thuis, maar ik kon goed over muziek praten met hem. Ik heb veel van hem geleerd. Hoe je moet leren observeren en hoe je je bevindingen in liedjes verwerkt. Hij las mij altijd voor het slapen gaan poëzie voor.

Merle Haggard – The Bottle Let Me down (1966)

‘Is dit Merle? Dit ken ik niet. Ik ben meer van zijn latere werk. Net als Kris maakte hij wat outlaw-country is gaan heten. Dit liedje heeft een echte Hank Williams-titel. Bam, heel direct en duidelijk. Merle Haggard was de koning van Nashville en net als Hank Williams een outlaw. Als ze niet waren gaan zingen, waren ze banken gaan beroven.

‘Maar de term outlaw is vaak gecultiveerd. Moet je Johnny Cash een outlaw noemen? Hij zong veel over gevangenissen, maar zat zelf hooguit twee dagen in de cel. Ik merk dat ik steeds meer neig naar teksten die dicht bij mezelf liggen.

‘Daar komt ook mijn afkeer van Bob Dylan vandaan, die laat nooit het achterste van zijn tong zien maar wijst liever met het vingertje naar een ander. Leonard Cohen is het tegenovergestelde, die hield zichzelf een spiegel voor. Niet Dylan, maar hij had de Nobelprijs voor Literatuur moeten krijgen.’

Hank Williams – I’m So Lonesome I Could Cry (1949)

‘Dat kan er maar één zijn natuurlijk: Hank. Hij stierf jong, op z'n 29ste, met een heftig leven achter de rug. Dat hoor je in zijn liedjes. Ik lees eigenlijk geen biografieën. Waar ze op school zaten en zo interesseert me niet, ik wil hun muziek horen.

‘Zingen met hart op de tong, dat kun je van Hank Williams leren. Hij bezingt basisemoties, in teksten die zo simpel zijn dat ik denk: waarom kom ík daar niet op? Ik merk wel dat ik langzamerhand steeds simpeler ben gaan schrijven. En ja, de titel I’m So Lonesome I Could Cry hoor je terug op mijn nieuwe plaat. Bij wijze van dank citeer ik Hank in Can’t Seem to Get it Right. Het is natuurlijk ook een prachtige regel.’

Gram Parsons – She (1973)

‘Dit heb ik zoveel geluisterd. Eigenlijk best laat, want zo rond de tijd van mijn deelname aan het Eurovisie Songfestival, in 2016. Ik kocht toen heel veel platen, lp’s. Ik hield wel veel van country, maar kende de muziek eigenlijk alleen als losse tracks. Ik had geen idee van de albums waar ze op stonden.

‘Deze plaat, GP, was echt de shit. Die stem van hem is zo pijnlijk, je hoort dat die gast het moeilijk had met het leven. Ook zijn werk met The Byrds vind ik prachtig, zoals het album Sweetheart of the Rodeo, uit 1968. Ik heb mijn eigen platenlabeltje er zelfs naar vernoemd.’

Douwe Bob  Beeld Renée de Groot
Douwe BobBeeld Renée de Groot

CSNY – Our House (Early Version, 1970)

‘Dit is een andere versie dan van het album Deja Vu toch? Misschien wel mooier ook. Mijn vader was bevriend met Graham Nash, de zanger van dit liedje. Hij kon alles vertellen over dit huis, waarin Graham met Joni Mitchell woonde. Dat moet wat geweest zijn voor Graham, dat hij er uiteindelijk toch uit werd geschreven en gespeeld door zijn meisje.

‘Zijn eigen Wounded Bird is een van de mooiste liedjes die ik ken. Ik had ook best in die tijd in Laurel Canyon willen wonen, de streek waar al die muzikanten uit Los Angeles destijds huizen leken te hebben. Ik had die gast willen zijn die daar al die feesten organiseerde en iedereen uitnodigde.

‘Mijn vader was heel close met Graham. Een ontzettend aardige man, die ik ook een paar keer heb ontmoet. Toen mijn vader overleed stuurde hij een heel lief mailtje met condoleances.’

Jason Isbell and the 400 Unit – Dreamsicle (2020)

‘Wie is dat? Die stem? O ja, Jason Isbell. Een van de grootsten van deze tijd. Dit liedje ken ik niet. Maar 24 Frames is ook zo goed. Ook zo’n stem die veel moet hebben meegemaakt, anders zing je niet zo. Je kunt niet schrijven zoals hij als je geen pijn voelt of er ergens niet iets loszit. De groten als Hank, Merle en Townes Van Zandt hadden dat. Jason Isbell heeft dat ook.

Jim Croce – Time in a Bottle (1973)

‘Van Jim Croce ken ik echt alles. Ook een naam die ik via Limewire heb ontdekt. Ik speel alles van hem, maar niet omdat ik zijn zang zo mooi vind, daar ben ik eigenlijk niet zo’n fan van. Wat ik van Croce mooi vind, is zijn complexe gitaarspel. Zijn liedjes klinken alsof er twee partijen door elkaar zijn gevlochten. Zelf leg ik ook twee gitaarpartijen op elkaar in één liedje. Het klinkt simpel maar is megacomplex, en dat heb ik van hem geleerd.

‘Zijn Lover’s Cross is een van de mooiste liedjes ooit. Hij was mijn belangrijkste gitaarleraar. Maar bepaald geen leuke man, begrijp ik. Een ruige gast, al klonk hij niet zo. En ook al vroeg overleden, 30 jaar oud.’

James Taylor – Fire and Rain (1970)

‘Dit kan ik meteen meezingen. Ik denk dat ik vijf jaar lang alleen maar naar James Taylor en de Eagles heb geluisterd. De hele middelbareschooltijd eigenlijk. Ik wilde hem zijn, of Glenn Frey van de Eagles en dat kun je volgens mij nog altijd in mijn zingen terughoren.

‘Bij James Taylor blijven alle teksten altijd dicht bij hemzelf. Hij klinkt lief, maar hij heeft een leven met veel donkere kanten achter de rug. Dit liedje en Caroline in my Mind speel ik zelf ook, ik heb er door leren zingen.’

Bob Dylan – I Threw It All Away (1969)

‘Die Spaanse gitaar, dat moet Leonard Cohen zijn. Verrek, het is Bob Dylan! Die zang hier (zingt Dylan met kikker in de keel na, red.) is zo anders. Ach, Dylan is gewoon een soort oerkracht. Je kunt er niet omheen, al wil je het nog zo graag. Dit is ook wel erg goed eigenlijk, al snap ik die stem van hem gewoon niet , die heb ik nooit begrepen.

I Threw It All Away verwijst naar zelfdestructie, een mooi gegeven, waar poëtisch veel mee valt te doen. Ik drink zelf graag een glas. Iemand zei tegen me dat er wel drie liedjes op mijn nieuwe plaat over wijn gaan. Ach, valt dan wel mee, toch?

‘Ik heb lang niet zo lekker in mijn vel gezeten als nu. Het heeft met zelfacceptatie te maken. Ik heb in korte tijd mijn vader en een vriend verloren, en ik wilde verder met een nieuwe band. Die waarmee ik nu speel, is jonger en frisser. Een nieuw begin.

‘Ik heb alles zelf geleerd en me door alles van Bach tot country moeten ploegen om hier uit te komen, bij die drie akkoorden en de waarheid. Dat zit versmolten in de titel van het album Born to Win, Born to Lose. Accepteren van verlies, daar gaat hem om. Winnen is makkelijk, maar het gaat er niet om hoe vaak je wint, maar hoe je doorgaat als je verliest.’

Douwe Bob: Born to Win, Born to Lose. Universal.

Seemon & Marijke

Behalve als ontwerper en beeldend kunstenaar in het collectief The Fool was Simon Posthuma ook actief in de popmuziek. Onder leiding van Graham Nash nam hij in 1971 in New York samen met mede Fool-lid (en latere echtgenote) Marijke Koger het album Son of America op. Het duo noemt zich Seemon & Marijke. Het liedje I Saw You van dat album werd in Nederland een hit, het haalde in januari 1972 de 2de plaats in de Top 40.