BoekrecensieKort

Hoe de maïs naar Nederland kwam en nooit meer verdween

null Beeld APG
Beeld APG

Het begon in het Twentse Beckum, kort na de oorlog. De regering wilde de voedselvoorziening snel herstellen en gaf subsidie voor de teelt van maïs als veevoer. Het was in ons land een vrijwel onbekend gewas. In Beckum durfde men het wel aan. Er verschenen wat veldjes, er werd gemodderd, en uit Amerika kwam een echte maïshakselmachine. En daar verscheen de eerste zwarte plastic bult, afgezet met autobanden: ingekuilde hakselmaïs. Het areaal hakselmaïs bedraagt inmiddels 200 duizend hectare. De landbouw drijft erop. Eieren, varkensvlees, rundvlees, melk en kaas: het is allemaal maïs (met een snufje gras). Wij zijn maïs.

Maïs is zonder twijfel het dankbaarste landbouwgewas ter wereld. Geen wonder dus dat de Azteken drie maïsgoden hadden. Wij zijn maïs is zeker niet het eerste boek over dit wondergewas maar Henk Boom gaat hierin zijn eigen weg. Naar Beckum, het Mekka van de maïsteelt, maar ook naar Wageningen, bakermat van de ‘landschapsmaïs’ die het Nederlandse uitzicht moet redden. Eén ding is zeker: we komen er nooit meer van af. We blijven maïs.

Henk Boom: Wij zijn maïs. APG; € 21,99.

Meer over