boekRecensieRijk van het Midden

Hoe China zijn plaats als wereldmacht weer innam (en volgens één auteur ‘een van de intelligentste regeringen ter wereld’ kreeg) ★★★☆☆

Een demonstrant op het Tiananmenplein in Beijing in 1989. Het bloedbad waarin de protesten eindigde wordt door Mahbubani in zijn hele boek niet genoemd. Beeld Getty
Een demonstrant op het Tiananmenplein in Beijing in 1989. Het bloedbad waarin de protesten eindigde wordt door Mahbubani in zijn hele boek niet genoemd.Beeld Getty

Een nuttige geschiedschrijving en een prikkelend pamflet buigen zich over de terugkeer van China als wereldmacht, en komen daarbij tot uiteenlopende conclusies over de status van de eenpartijstaat.

Het is nauwelijks nog voor te stellen, maar amper een eeuw geleden waren hele wijken van Shanghai verboden terrein, niet voor buitenlanders, maar voor Chinezen. In het hart van Beijing werd de dienst toen uitgemaakt door Britten, Fransen en Japanners. Chinese leiders hadden destijds niet alleen bijzonder weinig te zeggen in de wereld, ze hadden óók bijzonder weinig te zeggen in China zelf. Sun Yat-sen, aartsvader van het moderne China, omschreef de toenmalige situatie van het Rijk van het Midden als ‘erger dan die van een kolonie’. Immers: voor de bevolking van een kolonie voelen machthebbers nog een bepaalde verantwoordelijkheid, China werd simpelweg ‘door iedereen uitgebuit’.

Hoe een immens imperium dat bijna tweeduizend jaar de grootste economie van de wereld was geweest in de late 19de en vroege 20ste eeuw kon verworden tot prooi van kleine westerse landen en een kleine oosterse archipel, blijft een raadsel van de moderne geschiedenis. Een rol speelde dat de Qing-keizers hun rijk eeuwenlang als centrum van het universum beschouwden en zo min mogelijk met de buitenwereld van doen wensten te hebben. In de eeuwen dat Europa tumultueuze veranderingen onderging, was het Rijk van het Midden stilstaand water. In De wederopstanding van China – Van prooi tot wereldmacht beschrijft Frans-Paul van der Putten, China-specialist van Instituut Clingendael, het verbijsterende gemak waarmee een relatief kleine Britse troepenmacht zich in 1840 toegang verschafte tot het Chinese vasteland, waarna de Britten daar in mum van tijd hun wensen dicteerden aan de Qing-dynastie.

Wie wil, kan betogen dat de obsessie van de huidige Chinese machthebbers met nieuwe buitenlandse technieken rechtstreeks voortvloeit uit het trauma van 1840. De Singaporese filosoof, China-kenner en oud-diplomaat Kishore Mahbubani stelt in zijn nieuwe boek Heeft China al gewonnen? dat het Rijk van het Midden in 1840 nog iets parten speelde: ‘een krachtig antimilitair dna’. Als China ook maar een beetje militair georiënteerd was geweest, was het aan het veroveren geslagen, in plaats van te worden veroverd.

De wederopstanding van China en Heeft China al gewonnen? zijn anders van opzet, het effect van lezing is verrassend vergelijkbaar. Beide auteurs laten zien dat de assertiviteit van de huidige Chinese leiders geen natuurverschijnsel is, maar voortvloeit uit de recente geschiedenis. Beide auteurs maken aannemelijk dat de westerse dominantie van de wereld de facto een intermezzo was, dat China in de 21ste eeuw weer de plaats inneemt die het bijna twee millennia innam. De manier waarop ze dat doen, is verschillend. De wederopstanding van China is een feitelijke geschiedschrijving, niet met nieuwe inzichten, wel met nuttige verbanden. Heeft China al gewonnen? is een prikkelend pamflet waarin Mahbubani merites van het huidige China afzet tegen tekortkomingen van de huidige Verenigde Staten.

Tot het Tianamenbloedbad in 1989, een gebeurtenis die Mahbubani in zijn hele boek niet noemt, bezien de auteurs de geschiedenis grotendeels hetzelfde. Het brute Britse openbreken van China was de nagel aan de doodskist van de Qing-dynastie. De ordeverstoring leidde tot het ontstaan van Chinees nationalisme en moderniseringsbewegingen. In de 20ste eeuw raakten de belangrijkste exponenten daarvan, de Chinese Nationale Partij en de Chinese Communistische Partij (CCP), slaags. Toen nationalisten naar Taiwan waren gevlucht, begon de CCP onder leiding van Mao op het vasteland met ideologische experimenten die tientallen miljoenen Chinezen de dood in zouden jagen. De Grote Roerganger overleed in 1976.

De nasleep van de Tiananmencrisis in 1989. Beeld Getty
De nasleep van de Tiananmencrisis in 1989.Beeld Getty

In de decennia erna slaagde de Volksrepubliek erin van heel ver terug te komen. De CCP bleek nu in staat tot verstandig en pragmatisch bestuur, conform de veelgeciteerde uitspraak van Deng Xiaoping: ‘Het maakt niet uit of een kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt.’ Hoeveel krediet de CCP toekomt voor China’s wederopstanding, is onderwerp van discussie. De Brits-Nederlandse sinoloog Frank Dikötter stelde dat de Partij niets anders deed dan ‘de bevolking uit een diepe zwarte kuil laten kruipen die de CCP zelf had gegraven’. Bij Kishore Mahbubani is de Partij sinds de dood van Mao verantwoordelijk voor het beste bestuur uit de Chinese geschiedenis. De huidige CCP, weet hij, levert ‘een van de intelligentste regeringen ter wereld’, die CCP heeft minder met Mao te maken dan met ‘’s werelds oudste ononderbroken beschaving’.

Van democratie had Mahbubani, lang VN-ambassadeur van Singapore (geen democratie), in geen van zijn boeken een hoge pet op. Hameren op democratie getuigt bij hem van een ‘westers-provinciaal’ wereldbeeld. In Heeft China al gewonnen? stelt hij onomwonden dat een westers-liberaal stelsel niet past bij Oost-Aziatische bestuurstradities. Japan werd de laatste driekwart eeuw óók goeddeels door dezelfde partij bestuurd, zij het niet totalitair. Hij legt uit dat de Chinese bevolking blij is met de CCP vanwege slechte ervaringen met chaos. ‘De Chinezen zien hun geschiedenis door hun eigen bril. (…). Telkens wanneer de centrale politieke leiding vanuit de hoofdstad wegvalt, is er sprake van wanorde en heeft het Chinese volk te lijden onder talloze ontberingen.’ Hij legt ook uit dat westerse landen blij moeten zijn met de CCP: die staat garant voor stabiliteit, zelfbeheersing en rationeel bestuur. Als in China verkiezingen zouden worden gehouden, heb je kans dat een heethoofdige nationalist die wint. Met de verstandige ongekozen Xi Jinping zijn zowel de Chinezen als de wereld beter af.

Scholieren in Taizhou vieren de 99ste verjaardag  van de Chinese Communistische Partij.  Beeld Getty
Scholieren in Taizhou vieren de 99ste verjaardag van de Chinese Communistische Partij.Beeld Getty

Interessant is dat zich in Taiwan oftewel de Republiek China – toch enigszins vergelijkbaar met de Volksrepubliek – wél succesvolle democratische machtswisselingen voltrekken, wat enigszins logenstraft dat democratie een westers provinciaal goedje is dat Aziaten kunnen missen als kiespijn. ‘Chinezen houden van orde en ze houden van maatregelen die tot meer orde leiden’, stelt Mahbubani. Wie weet, maar in Beijing in 1989 gingen wel miljoenen Chinezen tegen die orde de straat op. In de gevangenissen en heropvoedingskampen van de Volksrepubliek zitten mensen die voor individuele vrijheden streden. De Hongkongse protesten passeren in Heeft China al gewonnen? kort de revue. Volgens Mahbubani hadden die minder met een behoefte aan vrijheid te maken dan met hoge huizenprijzen. De kampen in de provincie Xinjiang noemt hij niet, wel stelt hij meerdere malen dat het huidige China ‘geen enge Goelag-staat’ is à la de oude Sovjet-Unie. Dat blijft zoiets als stellen dat een vogel die kwaakt, waggelt en zwemvliezen heeft geen eend is.

Sterker is zijn betoog dat westerse landen er slecht aan doen het 21ste-eeuwse China als eenzelfde soort vijand te zien als de Sovjet-Unie, een conclusie die je ook kunt trekken uit het boek van Frans-Paul van der Putten. Chinese leiders spelen het spel, al dan niet vanwege een ‘krachtig antimilitair dna’, fundamenteel anders. Zij streven niet in woord en daad naar wereldheerschappij, ze zijn erop uit de wereld zo veel mogelijk naar China’s hand te zetten, om te voorkomen dat de wereld China ooit nog naar haar hand kan zetten.

Het oeuvre van Mahbubani – in 2012 uitgeroepen tot een van de honderd beste denkers van de wereld – is omschreven als ‘50 procent eyeopeners, 50 procent boude beweringen’. Heeft China al gewonnen? is geen uitzondering. De auteur had het vraagteken in de titel kunnen weglaten. Frans-Paul van der Putten is in De wederopstanding van China een stuk gereserveerder. ‘De fundamenten van China’s politieke machtsstructuur zijn zwak’, stelt hij in het slothoofdstuk. ‘De Tiananmencrisis heeft dat aangetoond, en het is niet aannemelijk dat die basis inmiddels wel heel solide is.’

Kishore Mahbubani: Heeft China al gewonnen? Uit het Engels vertaald door Ronnie Boley. Nieuw Amsterdam; 320 pagina’s; € 24,99. ★★★☆☆

null Beeld

Frans-Paul van der Putten: De wederopstanding van China – Van prooi tot wereldmacht. Prometheus; 288 pagina’s; € 22,50. ★★★☆☆

null Beeld
Meer over