Hitlers smoelwerk als boegbeeld van de natie

Adolf Hitler kon er wel tegen als er spotprenten van zijn voorkomen werden gemaakt, inclusief spuuglok en snor. Hij gaf er zelfs uitdrukkelijk toestemming voor....

Gerard Groeneveld

Het idee voor de cartoonboeken was afkomstig van Ernst (Putzi) Hanfstaengl, een van Hitlers vertrouwelingen die zich in de begintijd van de nazi-beweging voornamelijk verdienstelijk maakte als Hitlers perschef buitenland en die geregeld moest opdraven om pianorecitals voor de Führer te spelen. Hanfstaengl zag in de spotprenten, die nooit vilein of gewaagd waren, een prima manier om public relations te bedrijven. Elke afbeelding werd voorzien van een commentaar dat 'de échte waarheid' vertelde. Dit procédé, een goed tegenover een slecht voorbeeld, zou tot het einde van het Derde Rijk een vast bestanddeel blijven van de nazi-propaganda.

Hanfstaengl, wiens grof uitgesneden hoofd veel weg had van de komiek Tommy Cooper, gold in nazi-kringen als een man van de wereld: vader kunsthandelaar, opleiding in Harvard en bevriend met de latere Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. In de vlot geschreven biografie Hitler's Piano Player schetst de Londense journalist Peter Conradi zeer beeldend hoe Hitlers voormalige perschef met zijn cultureel verfijnde afkomst Hitler enige beschaving probeerde bij te brengen. Zo introduceerde hij zijn baas onder meer bij de familie van zijn favoriete componist Wagner. Als toegewijde nazi en overtuigd antisemiet kon Hanfstaengl zich in de slangenkuil die zich intussen rondom Hitler had gevormd, uiteindelijk niet meer staande houden en vluchtte met gevaar voor eigen leven naar Engeland.

Veel nieuws over Hitler brengt Conradi niet. Hanfstaengl schreef zelf na de oorlog al uitvoerig over de vijftien jaar dat hij met Hitler was opgetrokken, en ook in andere studies duikt hij veelvuldig op. Dat neemt niet weg dat dit boek over de meanderende levensweg van Hanfstaengl tot het eind toe blijft boeien.

Het hoofd van Hitler is behalve voor politieke tekenaars kennelijk ook interessant voor de Berlijnse onderzoekster Claudia Schmölders. Zij beschouwt de facie van de Führer vanuit de optiek van de fysiognomiek, oftewel de gelaatskunde, die pretendeert dat het karakter van iemand valt af te lezen aan diens gezichtslijnen. Schmölders laat in Hitler's Face op fascinerende wijze zien hoe de pseudo-wetenschap van de fysiognomiek vaste voet kreeg in Duitsland en hoe het gezicht van de Führer tot boegbeeld van de Duitse natie werd verheven.

In het Derde Rijk viel de fysiognomiek in vruchtbare aarde. Met de komst van de Neurenberger rassenwetten en de daaropvolgende jodenvervolging werd het onvermijdelijk dat er een duidelijk fysiek onderscheid moest kunnen worden gemaakt tussen ariërs en niet-ariërs. In de praktijk bleek dit een uitermate lastig probleem, niet in de laatste plaats voor de nazi's zelf. Een waterdichte methode voor identificatie, zoals Cesare Lombroso die had ontwikkeld voor het herkennen van misdadigers (laag voorhoofd, doorlopende wenkbrauwen), bleek in het geval van de Duitse joden niet voorhanden. Jaren oude clichés van joden met haakneuzen, dikke lippen en kroeshaar bleken in de praktijk ontoereikend. Voor het dagelijks verkeer werd daarom een gele davidsster ingevoerd als verplicht kenmerk voor joden.

Schmölders begaat niet de fout Hitlers konterfeitsel fysiognomisch te duiden. Dat zou net zo gratuit zijn als zijn eigenschappen en lot in de sterren te lezen. Wat haar studie zo opmerkelijk maakt is dat ze Hitlers gezicht vanaf zijn stormachtige opkomst tot aan zijn ondergang heeft gevolgd, ondersteund met getuigenissen van tijdgenoten die zijn fysiek (en vooral zijn stem) beschrijven, hem hebben gefotografeerd of geschilderd.

Gedurende de eerste jaren van zijn politieke carrière was Hitler nagenoeg onzichtbaar. Wat de Duitsers het eerst van hem vernamen was zijn stem. Hij liet zich doelbewust niet fotograferen. Pas door de plaatjes van zijn lijffotograaf en toegewijde vriend Heinrich Hoffmann kwam er een beeld bij de stem. De eerste foto's van Hitler tonen hem tamelijk gewoon, in een burgerkostuum, later in bruin hemd en vervolgens tijdens de oorlog in zijn fantasie-uniform. Hoffmann verrichtte geen half werk. Het duurde niet lang of zijn foto's waren niet meer weg te denken uit de Duitse media en illustreerden menige officiële publicatie. Miljoenen van zijn fotoboeken ondersteunden de enorme Führer-cultus die in de loop der jaren Duitsland in de ban hield.

Hitlers tijdgenoten hebben over zijn uiterlijk overigens weinig bijzonders te melden. Als opvallendste kenmerk wordt zijn glazige, voor sommigen doordringende, blauwe blik genoemd. De Duitse fysiognomist Max Picard schreef in zijn boek Hitler in uns selbst (1947) dat het gezicht van de Führer het 'pure niets' uitstraalde. Decennia later trok Harry Mulisch in zijn roman Siegfried dezelfde conclusie.

Gerard Groeneveld

Peter Conradi: Hitler’s Piano Player – The Rise and Fall of Ernst Hanfstaengl, Confidant of Hitler, Ally of FDR Gerald Duckworth & Co.; 352 pagina’s; euro 35,44 ISBN 9780715633731 Claudia Schmölders: Hitler’s Face – The Biographie of an Image University of Pennsylvania Press 227 pagina’s euro 40,68 ISBN 9 7808 1223 9027.

Meer over